Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 11 januari 2022

ECLI:NL:RBROT:2022:1745Zaaknummer C/10/631043 / JE RK 21-3414

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
10 maart 2022
Zaaknummer
C/10/631043 / JE RK 21-3414
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

“Verzoek ondertoezichtstelling toegewezen.”

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 11 januari 2022 tot 11 januari 2023;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van J.A. van Soest als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 januari 2022.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam vader], hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].
  2. Het procesverloop
  3. De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.
  4. Het verzoek
  5. Het standpunt van belanghebbenden
  6. De beoordeling
  7. De beslissing

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/631043 / JE RK 21-3414

datum uitspraak: 11 januari 2022

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam

betreffende

[naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2005 te [geboorteplaats kind],

hierna te noemen [naam kind].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder], hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder],

[naam vader], hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 27 december 2021, ingekomen bij de griffie op die datum.

Op 11 januari 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

De zitting heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de leerplichtzitting van [naam kind] met zaaknummer 10/219544-21. Gehoord zijn:

- [naam kind], die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,

- de moeder,

- de vader,

- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1],

- een leerplichtambtenaar, [naam 2],

- [naam 3] van Stichting Urban Skillsz (telefonisch).

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] woont bij de moeder.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. De ondertoezichtstelling is nodig, zodat [naam kind] gaat doen wat nodig is. Straks is [naam kind] niet meer leerplichtig en dan heeft hij geen startkwalificatie. In het vrijwillige kader is er onvoldoende van de grond gekomen. Het is noodzakelijk dat een jeugdbeschermer de regie nu in handen krijgt. Daarnaast dient aan de onderliggende problematiek gewerkt te worden.

Het standpunt van belanghebbenden

De ouders hebben ingestemd met het verzochte. Zij hebben naar voren gebracht dat er momenteel rust is en dat [naam kind] al stappen vooruit heeft gemaakt. Zij hopen dat dit zo zal blijven.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de ontwikkeling van [naam kind] ernstig wordt bedreigd. Al sinds [naam kind] zes jaar oud is, is er sprake van schoolverzuim. [naam kind] loopt op meerdere gebieden vast en er lijkt sprake te zijn van onderliggende problematiek. De gehechtheidsrelatie tussen [naam kind] en zijn ouders is verstoord geraakt. [naam kind] heeft het huiselijk geweld en de echtscheiding tussen zijn ouders meegemaakt. Hij lijkt dit niet goed verwerkt te hebben en hij zit hierdoor niet goed in zijn vel. [naam kind] laat zowel internaliserende als externaliserende gedragsproblematiek zien. Hij heeft moeite met zich te uiten, hij isoleert zichzelf, het lukt hem niet om naar school te gaan en er is mogelijk sprake van drugsgebruik. De ouders lijken onvoldoende gezag over [naam kind] te hebben. De hulpverlening in het vrijwillige kader is onvoldoende van de grond gekomen. Het is van belang dat een jeugdbeschermer de passende hulpverlening gaat organiseren en monitoren. De hulpverlening die al aanwezig is en op dit moment een positief effect heeft, moet voortgezet worden.

Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [naam kind] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 11 januari 2022 tot 11 januari 2023;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van J.A. van Soest als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 januari 2022.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.