Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 15 oktober 2021

ECLI:NL:RBROT:2021:11384Zaaknummer C/10/624086/ JE RK 21-2248

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15 oktober 2021
Publicatiedatum
17 december 2021
Zaaknummer
C/10/624086/ JE RK 21-2248
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verlenging ondertoezichtstelling

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1], [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 28 april 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2021 door mr. T. van den Akker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 29 oktober 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
  2. Het procesverloop
  3. De feiten
  4. Het verzoek
  5. Het standpunt van de vader
  6. De beoordeling
  7. De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/624086 / JE RK 21-2248

Datum uitspraak: 15 oktober 2021

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[naam minderjarige 1],

geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2007 te [geboorteplaats 1], hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1],

[naam minderjarige 2],

geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2009 te [geboorteplaats 1], hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2],

[naam minderjarige 3],

geboren op [geboortedatum minderjarige 3] 2013 te [geboorteplaats 2], hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder],

[naam vader],

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader].

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek met bijlagen van de GI van

17 augustus 2021, ingekomen bij de griffie op 18 augustus 2021.

Op 15 oktober 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn: - de vader; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam vertegenwoordiger].

Opgeroepen en niet verschenen is de moeder.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1], [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige 1], [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wonen bij de vader.

Bij beschikking van 28 oktober 2020 zijn [voornaam minderjarige 1], [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 28 oktober 2021.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1], [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te verlengen met zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De GI heeft het verzoek als volgt toegelicht. De zorgen zijn met name gelegen in de opvoedsituatie bij de moeder. De moeder woont sinds april 2021 niet meer in het gezin. De vader heeft veel om handen. Hij werkt fulltime, neemt grotendeels de zorg op zich voor de kinderen en maakt zich zorgen om de moeder. De ouders kunnen goed met elkaar overleggen en hebben vrede met de huidige situatie. Zorgelijk is wel dat [voornaam minderjarige 1] zorgtaken gaat overnemen bij de moeder thuis. De moeder werkt onvoldoende mee met haar therapie bij Antes, maar de GI kan haar niet verplichten.

Het standpunt van de vader

De vader is het eens met het verzoek. De vader maakt zich zorgen om de moeder. Het gaat een tijdje goed met de moeder en daarna weer niet goed. De moeder heeft niet alles op orde en heeft haar behandeling bij Antes niet afgemaakt. Het is nog niet goed genoeg als ik bij de moeder thuis kom. De kinderen moeten voor zichzelf zorgen daar. Tussen ouders gaat het beter sinds moeder uit huis is.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.

Er lijkt op dit moment sprake van een prille positieve ontwikkeling. Toen de ouders nog in een huis woonden waren er veel ruzies en spanningen, waar de kinderen last van hadden. Sinds april 2021 heeft de moeder een eigen woning. Hierdoor zijn de spanningen weggenomen. Er is een zorgregeling vastgesteld, waarbij de kinderen van dinsdagmiddag uit school tot donderdagochtend voor school naar de moeder gaan. De ouders komen de zorgregeling goed na en maken hierover onderling afspraken. Er zijn echter nog zorgen die maken dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Er is nog weinig zicht op de balans tussen draagkracht en draaglast van beide ouders. De vader heeft het zwaar door de zorg voor zijn drie kinderen, de zorgen om zijn ex-partner en zijn werk als zelfstandige. De moeder kampt met psychiatrische problematiek, waardoor zij soms onvoorspelbaar kan reageren en haar leven niet altijd op orde heeft. Ook lijkt de moeder onvoldoende mee te werken aan haar therapie bij Antes. Zij is eerder met een zorgmachtiging opgenomen geweest. Onduidelijk is op dit moment of de moeder meer hulp nodig heeft. De GI moet hier duidelijkheid in geven.

De kinderrechter acht de ondertoezichtstelling daarom nog noodzakelijk om zicht te krijgen op de opvoedsituaties bij de moeder. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1], [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengen voor de duur van zes maanden (artikel 1:260, eerste lid, BW).

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1], [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 28 april 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2021 door mr. T. van den Akker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 29 oktober 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.