Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 7 mei 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:3242Zaaknummer 474425
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 7 mei 2015
- Publicatiedatum
- 7 mei 2015
- Zaaknummer
- 474425
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdzorg van de Raad voor de Kinderbescherming wegens het ontbreken van gronden voor de ondertoezichtstelling, alsmede gelet op de gelijktijdige machtiging gesloten jeugdhulp met instemming van de wettelijk vertegenwoordigers. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2015:3241
De rechtbank:
wijst af het verzoek van de Raad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, voorzitter, tevens kinderrechter, M.J.M. Marseille en J. de Gans, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. V.A. Versloot als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2015. |
| Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Meervoudige kamer
zaakgegevens: C/10/474452 / JE RK 15-1094
datum uitspraak: 7 mei 2015
beschikking ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad,
gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[Naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats], hierna te noemen [roepnaam].
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[naam], hierna te noemen, de vader,
wonende te Rotterdam,
[naam], hierna te noemen, de moeder,
wonende te Rotterdam.
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 20 april 2015, ingekomen bij de griffie op 20 april 2015;
- de verklaring van 30 maart 2015 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;
- de instemmende verklaring van3 april 2015 van een gekwalificeerde gedragswetenschapper.
Op 23 april 2015 heeft de rechtbank de zaak gelijktijdig met het verzoek met zaaknummer C/10/472881/JE RK 15-847 (verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tot een machtiging gesloten jeugdhulp met instemming van ouder(s) met gezag) ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de minderjarige [roepnaam], bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.E. Borgman,
- de ouders, bijgestaan door een tolk Kantonees, mw. X.H. Qian,- namens het college [naam] en [naam]
- namens de Raad, [naam]
- namens de gecertificeerde instelling stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna de GI), [naam] en [naam].
- namens het Wijkteam Zuid van de gemeente Rotterdam, [naam].
De minderjarige is, in aanwezigheid van zijn raadsman, voorafgaand aan de zitting afzonderlijk gehoord door de voorzitter van de meervoudige kamer.
Het verzoek
De Raad heeft de ondertoezichtstelling verzocht van [de minderjarige] voor de duur van 1 jaar.
Tevens heeft de Raad een machtiging verzocht om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
De standpunten
Verzoeker
De Raad heeft onderzoek gedaan op verzoek van de GI. Het onderzoek was gericht op [de minderjarige] maar ook de andere kinderen van het gezin zijn daarin meegenomen. Moeder is bang voor [de minderjarige] en durft hem niet te begrenzen. Ook de andere kinderen zijn bang voor [de minderjarige]. Hij zet hen onder druk en slaat hen. Zij worden hierdoor bedreigd in hun ontwikkeling. De Raad staat niet achter hulpverlening in het vrijwillig kader. Er is een ondertoezichstelling van een jaar nodig. [de minderjarige] heeft gecompliceerde problematiek. Hij geeft zelf aan snel weer naar huis te willen. Ouders willen dat hij langer wordt behandeld. Zij kunnen hem niet de duidelijkheid bieden die hij nodig heeft, omdat zij bang voor hem zijn. De Raad vreest dat [de minderjarige] zijn moeder onder druk zal zetten. Begeleiding door een gezinsvoogd is noodzakelijk.
[de minderjarige] en zijn raadsman
De raadsman heeft aangegeven zich overvallen te voelen door het verzoek van de Raad. De Raad was kennelijk eerst de mening toegedaan dat er überhaupt geen maatregel noodzakelijk was en stelt zich nu opeens op het standpunt dat een machtiging gesloten jeugdhulp in het vrijwillig kader niet toereikend is.
De raadsman verzoekt afwijzing van het verzoek van de Raad. Het verzoek is prematuur. Eerst dient gekeken te worden wat er de komende maanden via de machtiging gesloten jeugdhulp met instemming van de wettelijk vertegenwoordigers bereikt kan worden.
[de minderjarige] heeft daaraan toegevoegd direct naar huis te willen. Behandeling voor de duur van een jaar zal hem niet helpen, maar zal zelfs tot meer problemen leiden.
De GI
De GI heeft zich op het standpunt gesteld, dat de ouders goed meewerken met de hulpverlening en een ondertoezichtstelling daarom niet noodzakelijk lijkt, maar dat de betrokkenheid van een gezinsvoogd toch verstandig is, om het gezin ook na afloop van de machtiging gesloten jeugdhulp te kunnen monitoren.
De ouders
Vader heeft aangegeven een gezinsvoogd wenselijk te vinden, omdat hij het beste wil voor [de minderjarige]. Moeder heeft daaraan toegevoegd dat zij als ouders niet deskundig genoeg zijn om goed met de problematiek van [de minderjarige] om te kunnen gaan.
De beoordeling
Het verzoek tot ondertoezichtstelling
Niet is komen vast te staan dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een ondertoezichtstelling aanwezig zijn. Ouders accepteren immers alle vorm van hulpverlening en stemmen tevens in met een plaatsing van [de minderjarige] in een instelling voor gesloten jeugdhulp.
De rechtbank zal het verzoek tot ondertoezichtstelling derhalve afwijzen. Dat beide ouders instemmen met een ondertoezichtstelling kan daaraan niet afdoen.
Het verzoek tot een machtiging gesloten jeugdhulp
Nu bij afzonderlijke beschikking van 7 mei 2015 het verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tot een machtiging gesloten jeugdhulp met instemming van de wettelijk vertegenwoordigers wordt toegewezen en deze beschikking op grond van artikel 6.1.12 eerste lid van de Jeugdwet uitvoerbaar bij voorraad is, is dit deel van het verzoek van de Raad overbodig geworden en zal het daarom worden afgewezen.
De beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek van de Raad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, voorzitter, tevens kinderrechter, M.J.M. Marseille en J. de Gans, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. V.A. Versloot als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2015. |
| Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.