Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 24 september 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6470Zaaknummer C/08/350886 / JE RK 26-1378
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 24 september 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/08/350886 / JE RK 26-1378
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlening ondertoezichtstelling voor een jaar en machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden. Er is spanning tussen de ouders en zij hebben persoonlijke problematiek. Er moeten nog stappen worden gezet in de (betrokken) hulpverlening. De minderjarige lijdt hieronder. Vanwege de persoonlijke problematiek bij de ouders is de uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met ingang van 24 september 2026 tot 24 september 2027;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg (netwerkpleeggezin grootouders vz) met ingang van 24 september 2026 tot 24 maart 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026 door mr. C.W. Couperus - van Kooten, kinderrechter, in aanwezigheid van M.E. Sijnstra als griffier, en op schrift gesteld op 27 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/350886 / JE RK 26-1378
Datum uitspraak: 24 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Zwolle,
hierna te noemen de raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adresadvocaat mr. P. de Blieck-Willemsen,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. J. Bouwhuis uit Zwolle.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, hierna te noemen de GI.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 augustus 2026;
- een bericht van de raad, ontvangen op 23 september 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder bijgestaan door advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens de raad;
- [naam 3] namens de GI.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft sinds begin juni 2026 bij haar opa en oma vz.
3 Het verzoek
De raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden.
De raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Voor de onderbouwing van het verzoek verwijst de raad naar de overgelegde stukken. Op de mondelinge behandeling heeft de raad verklaard dat [minderjarige] al heel veel onvoorspelbaarheid en instabiliteit mee heeft gemaakt. [minderjarige] heeft contact met de beide ouders, maar de afspraken worden regelmatig gewijzigd. Het is belangrijk dat er vanuit een jeugdbeschermer regie komt zodat er duidelijke afspraken zijn die worden nagekomen. Daarnaast moet er hulpverlening komen. [minderjarige] verblijft op dit moment bij de grootouders vz en zij doen hun best om voor [minderjarige] te zorgen. Echter is dat in combinatie met de zorg voor hun andere dochter lastig. Er moet dan ook onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheid om een ouder-kindvoorziening in te zetten.
4 De standpunten
De moeder staat achter de ondertoezichtstelling. De moeder vindt het belangrijk dat er iemand is die regie gaat voeren in de situatie rondom [minderjarige]. Ze geeft de voorkeur aan de inzet van twee jeugdbeschermers. Het lukt de ouders niet om onderling te communiceren. Zo heeft de vader de moeder bedreigd. De moeder is met zichzelf aan het werk. Ze is het eens met de machtiging tot uithuisplaatsing bij van [minderjarige] bij de grootouders vz voor de duur van zes maanden. Het lukt de moeder op dit moment niet om voor [minderjarige] te wonen. De moeder heeft ook geen eigen woning.
De vader denkt dat een jeugdbeschermer kan helpen om de belangrijke zaken voor [minderjarige] te regelen. De vader ziet in dat er in de situatie rondom [minderjarige] regie moet komen. De vader is met zichzelf aan het werk door middel van therapie bij Transfore voor de emotieregulatie. Daarnaast heeft de vader gesprekken met de reclassering. Hij is op zoek naar een baan. De vader begrijpt dat de machtiging tot uithuisplaatsing op dit moment noodzakelijk is. Hij is op dit moment op zoek naar een woning.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.[_40165fbd-5641-4b9e-a301-0b4fd4cc6b91] De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar en legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd, omdat er spanning is tussen de ouders, er bij de ouders persoonlijke problematiek speelt, er nog stappen moeten worden gezet in de (betrokken) hulpverlening en [minderjarige] lijdt onder het voorgaande.
De ouders zijn in april 2026 uit elkaar gegaan. Tijdens de relatie tussen beiden was er al veel spanning en vonden er regelmatig forse ruzies plaats. Daarbij zou sprake zijn van bedreiging en belediging via sociale media. Op dit moment is er nog steeds spanning tussen de ouders. De moeder heeft gezegd dat zij bang is voor de vader. Op de mondelinge behandeling heeft de moeder verklaard dat de vader zich voorafgaand aan de mondelinge behandeling bedreigend heeft geuit op sociale media. Het is voor de kinderrechter niet geheel duidelijk wat hiervan waar is, maar voorop staat dat [minderjarige] in haar leven de ruimte moet krijgen om met beide ouders in contact te staan. Met de spanning tussen de ouders zal dat niet mogelijk zijn en zal zij in een loyaliteitsconflict komen. Voorafgaand aan het verblijf bij de grootouders was al zichtbaar dat [minderjarige] last heeft van de spanning tussen de ouders. Zo is zij in augustus 2025 opgenomen geweest in het ziekenhuis. Voor een gezonde ontwikkeling is het noodzakelijk dat de ouders gaan werken aan hun onderlinge verhouding.
De moeder is op dit moment overbelast. Zij heeft [minderjarige] het laatste weekend van mei 2026 bij de grootouders vz gebracht. Ook op de mondelinge behandeling heeft de moeder verklaard dat zij op dit moment niet voor [minderjarige] kan zorgen. Niet alleen bij de moeder is sprake van problematiek, maar ook bij de vader. Op de mondelinge behandeling heeft hij dan ook verklaard dat hij therapie volgt voor zijn emotieregulatie en dat hij gesprekken heeft met de reclassering. Door hun eigen problematiek zijn de ouders op dit moment niet volledig beschikbaar voor [minderjarige]. Het is goed dat de ouders inzien dat zij met hulpverlening moeten werken aan hun problematiek. Echter zijn daarin nog wel stappen te zetten. De ouders hebben namelijk nog onvoldoende geprofiteerd van de betrokken hulpverlening en nog niet alle noodzakelijke hulpverlening is ingezet. De jeugdbeschermer zal hierin een rol spelen om ervoor te zorgen dat er overzicht is in de situatie rondom [minderjarige] en de ouders.
In de aankomende periode zal binnen de ondertoezichtstelling gewerkt worden aan de volgende doelen.
- [minderjarige] ontwikkelt zich binnen haar mogelijkheden;
- [minderjarige] ervaart duidelijkheid over waar zij opgroeit, waarbij er sprake is van een stabiele en veilige opvoedingsomgeving, waarin beschikbare en betrouwbare opvoeders aanwezig zijn;
- [minderjarige] heeft een veilig en voorspelbaar contact met de beide ouders.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat het in het vrijwillig kader niet lukt om met de ouders afspraken te maken die worden nagekomen. Daarnaast lijkt er bij de moeder veel weerstand te zitten richting de hulpverlening. De ouders kunnen vanuit hun eigen problematiek niet altijd in het belang van [minderjarige] handelen.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_4bd44879-b947-4140-be5d-3625a6e6bc45]
Zoals hiervoor overwogen is er bij de beide ouders sprake van persoonlijke problematiek. Door de overbelastheid van de moeder is zij op dit moment niet in staat om de volledige zorg voor [minderjarige] op zich te nemen. Nu de vader ook nog last heeft van persoonlijke problematiek is de kinderrechter van oordeel dat het op dit moment niet in [minderjarige]’s belang is om bij één van de ouders te verblijven. [minderjarige] zou zich dan niet op een gezonde manier gaan ontwikkelen omdat de ouders minder beschikbaar zijn voor haar en zij dan zou worden geconfronteerd met de spanning tussen de ouders. Sinds het verblijf van [minderjarige] bij de grootouders vz gaat het beter met [minderjarige]. Zo vertoont zij minder lichamelijke klachten en lijkt zij zich weer enigszins gezond te ontwikkelen. Om ervoor te zorgen dat [minderjarige] zich gezond kan blijven ontwikkelen is het noodzakelijk dat [minderjarige] de komende zes maanden bij de grootouders vz blijft wonen. De jeugdbeschermer zal in de komende periode onderzoeken welke verblijfplaats het meest in het belang van [minderjarige] is.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met ingang van 24 september 2026 tot 24 september 2027;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg (netwerkpleeggezin grootouders vz) met ingang van 24 september 2026 tot 24 maart 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026 door mr. C.W. Couperus - van Kooten, kinderrechter, in aanwezigheid van M.E. Sijnstra als griffier, en op schrift gesteld op 27 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 1:255 BW.
- Artikel 1:265b, eerste lid, BW.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.