Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 13 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6402Zaaknummer 12201977 \ CV EXPL 26-625
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12201977 \ CV EXPL 26-625
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Almelo
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Betaling factuur.
6 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Boulevard Entertainment om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 7.332,11, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 6.880,56, met ingang van 14 april 2026, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Boulevard Entertainment om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 719,03 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt Boulevard Entertainment in de proceskosten van € 1.551,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Boulevard Entertainment niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit tot zover vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026. | ||
| ! | ||
| ! |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12201977 \ CV EXPL 26-625
Vonnis van 13 oktober 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: IkinkBekman Incasso & Gerechtsdeurwaarders,
tegen
BOULEVARD ENTERTAINMENT B.V.,
te Rijssen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Boulevard Entertainment,
procederend zonder gemachtigde.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 april 2026 met producties;- de conclusie van antwoord met producties;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 16 september 2026, waarbij [naam 1] namens [eiseres] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens Boulevard Entertainment zijn [naam 2] en [naam 3] verschenen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De samenvatting
[eiseres] vordert van Boulevard Entertainment betaling van een factuur vanwege de verhuur van een aantal tenten, vermeerderd met rente en kosten.
Boulevard Entertainment is het daar niet mee eens. Zij stelt dat [eiseres] haar korting op de factuur heeft gegeven en dat zij de rest heeft betaald, zodat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen.
De kantonrechter oordeelt dat Boulevard Entertainment (het restant van) de factuur moet betalen, omdat Boulevard Entertainment haar stellingen over de korting onvoldoende heeft onderbouwd. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3 De feiten
[eiseres] heeft in juni 2025 een aantal tenten aan Boulevard Entertainment verhuurd.
De verhuur van deze tenten is bij factuur van 30 juni 2025 met factuurnummer [factuurnummer] aan Boulevard Entertainment in rekening gebracht voor een bedrag van € 20.539,75 (inclusief btw). De factuur moest binnen dertig dagen betaald worden.
[eiseres] heeft op 29 september 2025 de volgende e-mail naar Boulevard Entertainment gestuurd:
“[…]
[naam 4] 2 weken geleden gesproken hierover en er zou dan in een week in ieder geval 2/3 deel betaald worden.
Tot op de van vandaag geen betaling ontvangen dus deze afspraak is in mijn ogen vervallen.
Er zijn leveranciers wat alle betalingen hebben ontvangen en leveranciers wat een deel hebben ontvangen.
Vind dat we maar aan het lijntje worden gehouden en dat is niet hoe het hoort
Graag vandaag overgaan op betaling anders doe ik hem over naar incassobureau.
[…]”
Op dezelfde dag heeft Boulevard Entertainment een bedrag van € 13.659,19 aan [eiseres] betaald, met als omschrijving: ‘2/3 deel factuur [factuurnummer]’.
Op 17 december 2025 heeft [eiseres] een ingebrekestelling naar Boulevard Entertainment gestuurd en haar verzocht om het restantbedrag binnen vijf dagen te betalen. Dat is, ook na herhaalde aanmaning, niet gebeurd.
4 Het geschil
[eiseres] vordert – samengevat – veroordeling van Boulevard Entertainment tot betaling van € 8.051,18, vermeerderd met rente en kosten.
Boulevard Entertainment voert verweer. Zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met veroordeling van haar in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5 De beoordeling
Tussen partijen staat vast dat [eiseres] een aantal tenten heeft verhuurd aan Boulevard Entertainment en laatstgenoemde de factuur van 30 juni 2025 voor een bedrag van € 20.539,75 (inclusief btw) binnen dertig dagen moest betalen. Ook staat vast dat Boulevard Entertainment op 29 september 2025 een bedrag van € 13.659,19 heeft betaald. Daarmee stond er nog een bedrag open van € 6.880,56. Dat is niet binnen de betalingstermijn betaald, zodat [eiseres] in beginsel recht heeft op betaling daarvan.
Boulevard Entertainment voert verweer en stelt dat zij [eiseres] telefonisch heeft voorgesteld genoegen te nemen met betaling van twee derde van het verschuldigde bedrag, welk voorstel [eiseres] heeft geaccepteerd. Met de onder 3.4 vermelde betaling heeft zij (dus) het verschuldigde volledig voldaan, aldus Boulevard Entertainment.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Boulevard Entertainment betwist niet dat zij het restantbedrag in beginsel is verschuldigd, maar zij vindt dat zij dat niet hoeft te betalen gelet op de nadien gemaakte afspraak over kwijtschelding van een derde. Volgens artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rust de bewijslast van dit bevrijdende verweer op Boulevard Entertainment.
Boulevard Entertainment heeft als bewijs van de gemaakte afspraak verwezen naar de schriftelijke verklaring van haar directeur, de heer [naam 2]. In zijn verklaring staat onder meer:
“[...]
De heer [naam 1] (directeur van [eiseres], kantonrechter) reageerde aanvankelijk terughoudend op dit voorstel. Tijdens het gesprek gaf hij echter aan de situatie te begrijpen. Ik herinner mij dat hij, zakelijk weergegeven, heeft aangegeven:
“Als je mij snel betaalt, dan moet het maar.”
Ik heb deze reactie opgevat als instemming met het besproken voorstel waarbij twee derde (2/3) van de openstaande factuur zou worden voldaan.
[...]”
[naam 1] heeft ter zitting verklaard dat hem inderdaad het voorstel is gedaan een derde van de vordering te laten vallen, waarop hij zou hebben gezegd dat
[eiseres] tot dat moment, in tegenstelling tot andere leveranciers, nog niets betaald had gekregen en dat als Boulevard Entertainment “wat wilde”, eerst maar eens moest beginnen met betalen (te weten twee derde van het in rekening gebrachte bedrag binnen een week).
Naar het oordeel van de kantonrechter is niet komen vast te staan dat partijen een definitieve nadere afspraak hebben gemaakt over het te betalen bedrag, althans dat Boulevard Entertainment daar vanuit mocht gaan. Weliswaar kan worden aangenomen dat overeenstemming is bereikt over het (vooralsnog) niet hoeven betalen van het gehele verschuldigde bedrag, maar dat Boulevard Entertainment uit de woorden “dan moet het maar” zonder meer – dus zonder na te gaan of haar veronderstelling klopte – mocht opmaken dat bij een “snelle betaling” (waarvan overigens geen sprake was) van twee derde het overige zou worden kwijtgescholden, valt niet in te zien.
Dat betekent dat het verweer van Boulevard Entertainment niet slaagt. Zij zal worden veroordeeld om het restantbedrag van de factuur ter hoogte van € 6.880,56 aan [eiseres] betalen.
Wettelijke handelsrente
[eiseres] vordert verschenen wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van de factuur (31 juli 2025) voor een bedrag van € 451,55. Er is voldaan aan de wettelijke vereisten, aangezien het gaat om vertraging in de betaling van een geldsom, die voortvloeit uit een handelsovereenkomst tussen twee partijen die handelen in de uitoefening van hun beroep of bedrijf. Boulevard Entertainment heeft hier verder geen afzonderlijk verweer tegen gevoerd, zodat dit deel van de vordering zal worden toegewezen.
Dat geldt ook voor de door [eiseres] gevorderde lopende wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW) over een bedrag van € 6.880,56, te rekenen vanaf de datum van de dagvaarding (14 april 2026) tot aan de dag van volledige betaling.
Buitengerechtelijke incassokosten
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Zij heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 719,03 worden toegewezen.
Proceskosten
Boulevard Entertainment is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 128,65 | |
| - griffierecht | € | 559,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 720,00 | (2 punten × € 360,00) |
| - nakosten | € | 144,00 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 1.551,65 |
6 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Boulevard Entertainment om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 7.332,11, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 6.880,56, met ingang van 14 april 2026, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Boulevard Entertainment om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 719,03 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt Boulevard Entertainment in de proceskosten van € 1.551,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Boulevard Entertainment niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit tot zover vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026. | ||
| ! | ||
| ! |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.