Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Overijssel, 8 juli 2026

ECLI:NL:RBOVE:2026:5039Zaaknummer C/08/304357 / FA RK 23-2739

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/08/304357 / FA RK 23-2739
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Almelo
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek van de vader over een zorg- en contactregeling. Ondanks verschillende hulpverleningstrajecten is geen duidelijkheid gekregen over mogelijke problematiek bij de kinderen en onderliggende gezinsdynamiek. Nu de ondertoezichtstelling niet wordt verlengd en nader onderzoek niet aan de orde is, beslist de rechtbank over de regeling. Sinds juni 2023 is er geen contact meer tussen de vader en de kinderen. De kinderen hebben aangegeven geen contact te willen en er lijkt momenteel geen ruimte voor contactherstel. De rechtbank acht het afdwingen van een zorg- en contactregeling daarom niet in het belang van de kinderen, omdat dit naar verwachting tot verdere verharding en juridische strijd zal leiden en contactherstel juist kan bemoeilijken. De bestaande zorg- en contactregeling wordt gewijzigd en de rechtbank stelt vast dat er geen zorg- en contactregeling meer geldt.

De rechtbank:

4.1.

wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 23 december 2021 en het daarvan deel uitmakende ouderschapsplan en stelt vast dat er tussen de vader en [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] geen zorg- en contactregeling geldt.

4.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.3.

compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere ouder de eigen kosten draagt;

4.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.L. Souman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. K.K. van Haarst, griffier.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  • door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere procesverloop
  2. 2 De standpunten
  3. 3 De verdere beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/304357 / FA RK 23-2739

beschikking van 8 juli 2026

inzake

[de vader],

verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats 1],

verzoeker,

advocaat: mr. R.J.M.H. Orgel,

en

[de moeder],

verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats 2],

belanghebbende,

advocaat: mr. G.A.P. Avontuur.

De rechtbank merkt als informant aan:

Stichting Jeugdbescherming Overijssel,

de gecertificeerde instelling

hierna te noemen de GI,

gevestigd te Hengelo (O).

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen: de raad,

gevestigd te Almelo.

1 Het verdere procesverloop

1.1.

De rechtbank heeft op 7 november 2023, 29 juli 2025 en 3 februari 2026 een beschikking gegeven in deze zaak. De inhoud van voormelde tussenbeschikkingen geldt hier als herhaald en ingelast.

1.2.

De rechtbank heeft nadien kennisgenomen van een op 16 juni 2026

binnengekomen brief van mr. Orgel met bijlage.

1.3.

De rechtbank heeft [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] uitgenodigd voor een jongerengesprek. [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.

1.4.

De rechtbank heeft op 16 juni 2026 een regiebrief aan betrokkenen verzonden.

1.5.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft, gelijktijdig met de zaken met

zaaknummers: C/08/347351 / FA RK 26-1011, C/08/348169 / JE RK 26-835, C/08/348355 / JE RK 26-865, C/08/348549 / JE RK 26-920 en C/08/342265 / JE RK 25-2037, waarin bij afzonderlijke beschikking is beslist, op 24 juni 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam 1] en [naam 2] namens de GI;
  • [medewerker Raad voor de Kinderbescherming] namens de raad voor de kinderbescherming, verder te noemen: de raad.
1.6.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben mr. Orgel, mr. Avontuur en de moeder het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen, die aan de dossier zijn toegevoegd.

2 De standpunten

2.1.

De vader verzoekt de beslissing met betrekking tot de zorg- en contactregeling aan te houden voor de duur van zes maanden, zodat het onderzoek en de gesprekken met de kinderen kunnen worden gestart. Dit is in lijn met de zienswijze van het hof en ook in lijn met hetgeen de rechtbank hiervoor heeft beslist, namelijk duidelijkheid krijgen over wat er nou echt bij de kinderen leeft.

2.2.

De moeder refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.3.

De GI maakt zich zorgen over het feit dat er geen contact is tussen de vader en de kinderen.

2.4.

De raad heeft zich over de zorg- en contactregeling niet uitgelaten.

3 De verdere beoordeling

De verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Eerdere beslissingen

3.1.

De rechtbank heeft op 3 februari 2026 de beslissing met betrekking tot de zorg- en contactregeling aangehouden in afwachting van de beslissing van het hof. Het hof heeft op 9 juni 2026, voor zover van belang, de beschikking van de rechtbank van

29 juli 2025 bekrachtigd, met uitzondering van de beslissing ten aanzien van de alimentatie.

Wat ligt nog voor

3.2.

Gelet op de over en weer gedane verzoeken en de overwegingen van het hof dient de rechtbank nog te beslissen op het verzoek van de vader tot nakoming van de zorg- en contactregeling uit de beschikking van 23 december 2021 en het daarvan deel uitmakende ouderschapsplan, op straffe van verbeurte van een dwangsom, dan wel tot het vaststellen van een (gewijzigde) zorg- en contactregeling.

Het juridisch kader

3.3.

Volgens artikel 1:253a leden 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag, alsmede een door de ouders onderling getroffen regeling daarover wijzigen op de grond van nadien gewijzigde omstandigheden. Deze gewijzigde regeling kan omvatten een toedeling aan iedere ouder van de zorg- en opvoedingstaken.

3.4.

De rechter neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. De rechter dient bij de beslissing alle omstandigheden van het geval in acht te nemen.

Het oordeel

3.5.

Het hof overweegt in zijn beslissing van 9 juni 2026 dat er eerst duidelijkheid dient te worden verkregen over in hoeverre sprake is van trauma of andere psychische problematiek bij de kinderen en op de onderliggende patronen binnen het systeem. Pas daarna kan, aldus het hof, over de zorg- en contactregeling kan worden beslist.

3.6.

De GI heeft in het kader van de ondertoezichtstelling geprobeerd hulpverlening in te zetten, zoals MASIC, Ouderschap bij Scheiding, gezinsonderzoek, intensieve systeembegeleiding van Curess, Instituut Van der Stam en kindbehartigers.

3.7.

De rechtbank constateert dat deze trajecten, voor zover ingezet, niet hebben geleid tot zicht op mogelijke traumatische of psychologische problematiek bij de kinderen en de onderliggende gezinsdynamiek. Nu de kinderrechter het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, ingeschreven onder zaak met nummer C/08/342265 / JE RK 25-2037, bij afzonderlijke beschikking van heden afwijst, is het verder afwachten van de door de GI in te zetten hulpverlening niet meer aan de orde. Verder is, gelet op de afwijzing bij beschikking van heden van het verzoek tot vervangende toestemming voor onderzoek (C/08/347351 / FA RK 26-1011) ook niet te verwachten dat langs die weg meer zicht kan worden verkregen.

3.8.

Dat betekent dat de rechtbank thans kan beslissen op het verzoek met betrekking tot de zorg- en contactregeling tussen de vader en de kinderen.

3.9.

De rechtbank overweegt verder dat, ondanks de hiervoor beschreven inzet, sinds juni 2023 geen contact tussen de vader en de kinderen meer plaatsgevonden. De kinderen hebben tijdens het gesprek met de kinderrechter in januari 2026 te kennen gegeven geen contact te willen. Ook het hof heeft vastgesteld dat bij de kinderen geen ruimte lijkt te zijn voor contactherstel.

3.10.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank is van oordeel dat een veroordeling tot nakoming van een (al dan niet gewijzigde) zorg- en contactregeling niet in het belang van de kinderen is. Een dergelijke veroordeling zal naar verwachting leiden tot verdere verharding en juridische strijd, en niet bijdragen aan contactherstel. Integendeel, het risico bestaat dat contactherstel hierdoor juist wordt bemoeilijkt. Ook dat is niet in het belang van de kinderen. De rechtbank is van oordeel dat iedere vorm van dwang in dit verband contraproductief zal werken. Hoewel de rechtbank de behoefte van de vader aan contact met zijn kinderen begrijpt, en in zijn algemeenheid ook gezegd kan worden dat het voor kinderen belangrijk is dat zij contact met beide ouders kunnen hebben, oordeelt de rechtbank dat de zorg- en contactregeling zoals die in de beschikking van 23 december 2021 is opgenomen niet in stand kan blijven.

3.11.

Dit leidt ertoe dat het verzoek van de vader wordt afgewezen. De rechtbank zal de zorg- en contactregeling zoals opgenomen in de beschikking van 23 december 2021 en het daarvan deel uitmakende ouderschapsplan wijzigen in die zin dat er tussen de vader en de kinderen geen zorg- en contactregeling meer geldt. Dit betreft geen tijdelijk verbod van het contact, maar een aanpassing van de juridische situatie aan wat op dit moment de feitelijke situatie is. De vader wordt het contact niet tijdelijk verboden, zodat niets eraan in de weg staat dat de kinderen, als zij dat willen en eraan toe zijn, op hun eigen moment en wijze contact zoeken met de vader. De vader zal, nu hij gezamenlijk met het gezag is belast, bovendien betrokken (kunnen) blijven bij het leven van de kinderen, ook al is dat op afstand. De rechtbank wijst de moeder in dit verband nogmaals op de door de rechtbank vastgestelde informatieregeling.

3.12.

De rechtbank merkt op dat deze beslissing geen oordeel inhoudt over de beschuldigingen die de moeder jegens de vader heeft geuit, noch over de opvoedvaardigheden van de vader. Zoals de kinderrechter reeds heeft overwogen in rechtsoverweging 7.3 van de beschikking van 3 februari 2026 (zaaknummer C/08/342332 / JE RK 25-2045), zal mogelijk op de ten aanzien van de vader geformuleerde hypothesen nooit een afdoende antwoord komen. Dat is een moeilijk te verteren gegeven maar wel de realiteit: het volledig uitsluiten van enig scenario lijkt niet haalbaar. Een beoordeling in het strafrechtelijk kader, waarin nog een procedure op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering aanhangig is, maakt de situatie niet anders. Ook hier geldt dat de kinderrechter geen oordeel heeft over de door de moeder en de kinderen geuite beschuldigingen: niet in strafrechtelijke zin (dat is aan de strafrechter) maar ook niet in civielrechtelijke zin. Een dergelijke oordeel is niet noodzakelijk voor de beoordeling van het verzoek dat in deze procedure aan de orde is.

De proceskosten

3.13.

Omdat de vader en de moeder gewezen echtelieden zijn, zal de rechtbank bepalen dat elk van ouders de eigen kosten draagt.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 23 december 2021 en het daarvan deel uitmakende ouderschapsplan en stelt vast dat er tussen de vader en [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] geen zorg- en contactregeling geldt.

4.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.3.

compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere ouder de eigen kosten draagt;

4.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.L. Souman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. K.K. van Haarst, griffier.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  • door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.