Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 21 juli 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4704Zaaknummer C/08/348931 / HA RK 26-75
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 21 juli 2026
- Publicatiedatum
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/08/348931 / HA RK 26-75
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking inzake verzoek voorlopig getuigenverhoor.
De rechtbank
beveelt een voorlopig getuigenverhoor,
het getuigenverhoor zal worden gehouden door mr. H.J. Berends,
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Zwolle, Schuurmanstraat 2, op:
- 11 november 2026 om 09:30 tot +/- 13:30 uur (3 getuigen);
- 12 november 2026 om 09:30 tot +/- 13:30 uur (3 getuigen).
bepaalt dat de advocaat van [verzoeker] voor de oproeping van de getuigen zorgt,
verzoekt de advocaat van [verzoeker] het oproepingsschema (met de namen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen) tien dagen voor de zittingsdatum aan de rechtbank en aan de wederpartij toe te zenden,
bepaalt dat [verzoeker] uiterlijk op 31 augustus 2026 een afschrift van het verzoekschrift en deze beschikking bij aangetekende brief of exploot moet laten toekomen aan [verweerder],
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026. (jb)
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/348931 / HA RK 26-75
Beschikking van 21 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats 1],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
advocaat: mr. P.G. Blom,
tegen
[verweerder], H.O.D.N. [bedrijf],
te [woonplaats 2],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder],
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden, omdat de opgeroepen wederpartij niet heeft gereageerd op het bericht van de rechtbank waarin haar is verzocht kenbaar te maken of hij instemt met het verzoek en, indien dat niet het geval is, zijn verhinderdata door te geven.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2 Het verzoek en het verweer
[verzoeker] heeft de rechtbank verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Volgens [verzoeker] is het horen van getuigen noodzakelijk om duidelijkheid te verkrijgen over de feitelijke toedracht van het ongeval en om bewijs veilig te stellen met het oog op een eventueel aanhangig te maken bodemprocedure.
Uit het verzoekschrift volgt dat [verweerder] de door [verzoeker] gestelde feitelijke toedracht van het ongeval betwist. De rechtbank heeft [verweerder] in de gelegenheid gesteld om op het verzoekschrift te reageren en kenbaar te maken of hij instemt met het verzoek.
3 De beoordeling
Het verzoekschrift voorlopige bewijsverrichtingen moet op grond van artikel 197 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) inhouden:
a. een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis waarop het verzoek betrekking heeft en de gronden van het verzoek
b. de aard en het beloop van de vordering
c. de naam en woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is.
Verder moet het verzoekschrift vermelden de namen en woonplaatsen van de personen die de verzoekende partij als getuigen wil horen.
[verzoeker] heeft aan de formele eisen van het verzoekschrift voldaan. Het verzoek zal daarom worden toegewezen tenzij de rechtbank van oordeel is:
- dat de informatie die wordt verlangd, niet voldoende is bepaald
- er onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat
- het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde
- er sprake is van misbruik van bevoegdheid of
- als er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
Het verzoek voldoet aan de eisen van de wet en zal worden toegewezen.
Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld ten minste 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen moeten ten minste tien dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank worden opgegeven.
De rechtbank wijst [verzoeker] erop dat de rechtbank voor het verhoor in beginsel maximaal 60 minuten in totaal per getuige zal reserveren. Als [verzoeker] van mening is dat meer tijd noodzakelijk is, moet hij dit – binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking – gemotiveerd aan de rechter verzoeken.
Omdat de wederpartij bekend is, zal de rechtbank onder de beslissing de dag bepalen waarop [verzoeker] uiterlijk een afschrift van deze beschikking per aangetekende brief of exploot aan [verweerder] moet laten toekomen.
Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank na afloop van een of meer voorlopige bewijsverrichtingen op verzoek van partijen of een van hen of ambtshalve een (nieuwe) mondelinge behandeling kan bevelen om een schikking te beproeven of tot het geven van inlichtingen aan de rechtbank. Tijdens deze mondelinge behandeling kan de rechtbank ook de verdere behandeling van geschillen over de vordering met partijen bespreken.
4 De beslissing
De rechtbank
beveelt een voorlopig getuigenverhoor,
het getuigenverhoor zal worden gehouden door mr. H.J. Berends,
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Zwolle, Schuurmanstraat 2, op:
- 11 november 2026 om 09:30 tot +/- 13:30 uur (3 getuigen);
- 12 november 2026 om 09:30 tot +/- 13:30 uur (3 getuigen).
bepaalt dat de advocaat van [verzoeker] voor de oproeping van de getuigen zorgt,
verzoekt de advocaat van [verzoeker] het oproepingsschema (met de namen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen) tien dagen voor de zittingsdatum aan de rechtbank en aan de wederpartij toe te zenden,
bepaalt dat [verzoeker] uiterlijk op 31 augustus 2026 een afschrift van het verzoekschrift en deze beschikking bij aangetekende brief of exploot moet laten toekomen aan [verweerder],
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026. (jb)
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.