Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Overijssel, 21 juli 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4614Zaaknummer ZWO 26/1008
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 21 juli 2026
- Publicatiedatum
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- ZWO 26/1008
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Almelo
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak; Ziektewet; terugvordering van te veel ontvangen uitkering; omdat eiser loon heeft ontvangen, is er geen recht op ziekengeld. Beroep ongegrond.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het UWV terecht € 1.813,32 heeft teruggevorderd. Daarom krijgt eiser het betaalde griffierecht niet terug.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2026 door mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/1008
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)
gemachtigde: [gemachtigde].
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de terugvordering van te veel betaalde uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) ter hoogte van € 1.813,32.
Met het bestreden besluit van 9 maart 2026 op het bezwaar van eiser is het UWV bij dat besluit gebleven.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit op 21 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het UWV. Eiser was niet aanwezig.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Motivering
Deze beslissing is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Eiser kreeg sinds 1 augustus 2025 ziekengeld van het UWV. Per 1 oktober 2025 is hij gaan werken bij Stichting Trajectum. Dit heeft hij doorgegeven aan het UWV. Het UWV is het ziekengeld in oktober wekelijks blijven betalen. Eiser heeft zijn salaris van Stichting Trajectum over oktober 2025 ontvangen op 25 oktober 2025. Na afloop van de maand oktober 2025 werd het bij UWV bekend hoeveel eiser verdiend heeft bij Stichting Trajectum. Dat was meer dan dat hij aan ziekengeld van het UWV had ontvangen over oktober 2025. Daarom heeft het UWV beslist dat eiser het ziekengeld dat hij had gekregen over oktober 2025 en de daarover ingehouden loonheffing aan het UWV moet terugbetalen. Het gaat om een bedrag van bruto € 1.813,32. Het UWV heeft dat bedrag ook ingevorderd.
Eiser is het er niet mee eens dat hij dat bedrag moet terugbetalen en dat het wordt ingevorderd. Het UWV heeft hem dat niet verteld toen hij meldde dat hij aan het werk ging. Daarnaast had hij van 1 tot en met 24 oktober geen andere inkomsten dan het ziekengeld. Zonder die inkomsten had hij de maand niet kunnen doorkomen. Het op 25 oktober 2025 ontvangen loon heeft eiser gebruikt om de maand november mee door te komen.
Wat eiser heeft aangevoerd leidt er niet toe dat hij het bedrag niet hoeft terug te betalen. Het was wel netjes geweest van het UWV als zij hadden gereageerd op de melding van eiser dat hij weer ging werken en hadden uitgelegd wat dat betekent voor het recht op ziekengeld. Maar het UWV was daartoe niet verplicht.
Op grond van artikel 29 van de Ziektewet bestaat er geen recht op ziekengeld voor zover er over dezelfde periode recht op loon bestaat. Omdat het loon dat eiser op 25 oktober 2025 heeft ontvangen ziet op de hele maand oktober, heeft eiser geen recht op ziekengeld over die maand. Het is invoelbaar dat eiser het vervelend vindt dat zijn loon pas aan het einde van de maand werd uitbetaald, maar het betekent niet dat de beslissing van het UWV onjuist is.
Op grond van artikel 33 van de Ziektewet moet teveel betaald ziekengeld worden teruggevorderd door het UWV. Het UWV kan daar alleen van af zien als er dringende redenen zijn. Dat zijn hele bijzondere omstandigheden. In dit geval zijn er geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. Daarbij is van belang dat het eiser redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat zijn inkomsten van invloed zouden zijn op zijn ZW-uitkering. Ook is niet gebleken dat eiser door de terugvordering in de problemen is gekomen. Ter zitting heeft de gemachtigde van het UWV bevestigd dat het nog steeds mogelijk is om een betalingsregeling te treffen.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het UWV terecht € 1.813,32 heeft teruggevorderd. Daarom krijgt eiser het betaalde griffierecht niet terug.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2026 door mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.