Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Overijssel, 23 juli 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4535Zaaknummer C/08/348429 / KG ZA 26-131
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 23 juli 2026
- Publicatiedatum
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- C/08/348429 / KG ZA 26-131
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding
- Zittingsplaats
- Almelo
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verstek. Toewijzing verbod aan gedaagde om over eiseres en de twee kinderen informatie/foto's op sociale media te plaatsen of met hen in contact te treden. Gebod om deze gegevens van sociale media te verwijderen. Dwangsom.
6 De beslissing
De voorzieningenrechter, voor de duur van vijf jaren na betekening van dit vonnis:
verbiedt [gedaagde], in contact te treden met [eiser] in persoon, per brief, per poststuk, per e-mail of via elk bekend openbaar elektronisch medium waaronder, maar niet beperkt tot de volgende sociale media platforms: X, LinkedIn, TikTok, Blusky, Instagram, Facebook of op welke andere wijze ook, en/of publiek toegankelijke berichten te publiceren over [eiser] en/of beide kinderen [minderjarige] en [minderjarige], tenzij via haar advocaat, tenzij schriftelijk door Jeugdbescherming Overijssel bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling en omgangsregeling anders wordt beslist, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding met een maximum van € 100.000,00;
verbiedt [gedaagde] om berichten en meningen over [eiser] en/of beide kinderen openbaar te maken via elk bekend openbaar elektronisch medium, waaronder X, LinkedIn, TikTok, Instagram, Facebook en/of YouTube, waarbij [gedaagde] haar noemt bij haar eigen naam, ‘mijn ex’ of ‘de moeder van mijn kinderen’ of op elke andere wijze waaruit de verwijzing naar [eiser] en de kinderen, direct of indirect kennelijk volgt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding met een maximum van € 100.000,00;
verbiedt [gedaagde] foto’s of berichten over zijn kinderen [minderjarige] en [minderjarige] te plaatsen via elk bekend openbaar elektronisch medium waaronder, maar niet beperkt tot de volgende sociale media platforms: X, LinkedIn, TikTok, Blusky, Instagram, Facebook of op welke andere wijze ook, en/of publiek toegankelijke berichten te publiceren, waarbij [gedaagde] dient te begrijpen dat als een medium niet genoemd wordt, het verbod zich ook over dat niet genoemde medium uitstrekt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding met een maximum van € 100.000,00;
verbiedt [gedaagde] tot het plaatsen van alle berichten, video’s en foto’s over – of van zijn kinderen in elke vorm, ook wanneer dit berichten betreffen die zien op het missen van de kinderen, het trots zijn op de kinderen of ieder andere vorm waaruit vooral genegenheid en liefde blijkt, zonder uitdrukkelijke toestemming van [eiser] via elk bekend openbaar elektronisch medium waaronder, maar niet beperkt tot de volgende sociale media platforms: X. LinkedIn TikTok, Blusky, Instagram, Facebook of op welke andere wijze ook, waarbij [gedaagde] tevens dient te begrijpen dat als een medium niet genoemd wordt, het verbod zich ook over dat niet genoemde medium uitstrekt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding met een maximum van € 100.000,00;
gebiedt [gedaagde] om alle berichten/publicaties te verwijderen over [eiser] of over de kinderen op sociale media, waaronder op onder andere X, LinkedIn, Facebook, Instagram, TikTok, Blusky in het algemeen of specifiek gericht aan haar werkgever of haar collega’s en/of iedere andere persoon uit haar (directe) omgeving, waarbij [gedaagde] tevens dient te begrijpen dat als een medium niet genoemd wordt, het gebod zich ook over dat niet genoemde medium uitstrekt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding met een maximum van € 100.000,00 en bepaalt dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt van € 5.000,00 voor iedere dag, met een maximum van € 100.000,00 indien [gedaagde] publicaties over of gericht tegen [eiser] of de kinderen niet heeft verwijderd;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.443,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026. | ||
| ! |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/348429 / KG ZA 26-131
Vonnis in kort geding van 23 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. C.M. Sent,
tegen
[gedaagde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 14,- de mondelinge behandeling van 9 juli 2026.
Hierna volgt het vonnis.
2 De zaak in het kort
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft aan [gedaagde] o.a. een contactverbod en een uitingsverbod op sociale media opgelegd. [gedaagde] heeft daarna op diverse sociale media uitlatingen gedeeld over [eiser] en hun beider minderjarige kinderen en daarmee de maximale dwangsommen verbeurd. Omdat [gedaagde] hier nog steeds mee doorgaat, is [eiser] dit kort geding gestart. [gedaagde] is niet ter zitting verschenen. De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden daarom grotendeels toegewezen.
3 De feiten
Partijen hebben een affectieve relatie gehad waaruit twee minderjarige zoons ([minderjarige] en [minderjarige]) zijn geboren. De kinderen zijn onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming Overijssel (de gecertificeerde instelling; GI), laatstelijk verlengd tot 13 december 2026.
Nadat onder meer [eiser] een aantal keer aangifte van smaad en laster had gedaan, is [gedaagde] in mei 2025 aangehouden en in voorlopige hechtenis genomen.
Op 4 juni 2025 heeft de raadkamer van de rechtbank tegen [gedaagde] een bevel tot gevangenhouding verleend.
Op 2 juli 2025 heeft de raadkamer de termijn van het bevel tot gevangenhouding verlengd voor de duur van zestig dagen en het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis toegewezen. Aan de schorsing zijn onder meer de volgende voorwaarden verbonden:
(..)
8. De verdachte zal op enkele wijze direct of indirect (middels anderen) contact opnemen, zoeken of hebben met [eiser], (…)
9. De verdachte zal op geen enkele wijze direct of indirect (middels anderen) contact opnemen, zoeken of hebben met Jeugdbescherming Overijssel en/of het Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming, tenzij dit contact door genoemde instanties wordt gevraagd, zulks dan enkel door tussenkomst van een advocaat.
10. De verdachte zal zich niet ophouden in/op de volgende straten te [plaats]: [adres 1], [adres 2] en [adres 3].
11. De verdachte zal op geen enkele wijze direct of indirect (middels anderen) content of posts (tekstueel, auditief en/of visueel) plaatsen via een openbaar elektronisch medium (waaronder begrepen: Facebook. lnstagram, X, Snapchat, LinkedIn, TikTok en YouTube) die betrekking hebben op in de ruimste zin des woords [eiser], (…) en (andere) (medewerkers van) de Jeugdbescherming (waaronder begrepen Jeugdbescherming Overijssel en het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming). Onder het indirect plaatsen van content of posts verstaat de raadkamer van deze rechtbank eveneens het voeren van (telefoon)gesprekken met derden welke inhoud direct of nadien door de derde wordt openbaar gemaakt of verspreid.”(..)
Op 23 juli 2025 heeft de raadkamer van de rechtbank de schorsing van de voorlopige hechtenis van [gedaagde] opgeheven wegens overtreding van de schorsingsvoorwaarden.
Op 3 september 2025 heeft de raadkamer van het Gerechtshof de voorlopige hechtenis van [gedaagde] met ingang van 5 september 2025 geschorst op voorwaarden, onder meer:
(..)
“9. dat de verdachte op geen enkele wijze direct of indirect contact heeft of zoekt met aangevers ( [eiser], geboren [geboortedatum] 1987 (…) zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
(..)
12. dat de verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect (middels anderen) - content of posts (tekstueel, auditief en/of visueel) zal plaatsen via een openbaar elektronisch medium (waaronder begrepen: Facebook, Instagram, X, Snapchat, LinkedIn, TikTok en YouTube) die betrekking hebben op in de ruimste zin des woords - [eiser] (…) en (andere) (medewerkers van) de Jeugdbescherming (waaronder begrepen Jeugdbescherming Overijssel en het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming). Onder het indirect plaatsen van content of posts verstaat de raadkamer van het hof eveneens het voeren van (telefoon)gesprekken met derden welke inhoud direct of nadien door de derde wordt openbaar gemaakt of verspreid.”(..)
Op 21 oktober 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden aan [gedaagde] een uitingsverbod op sociale media opgelegd. In het arrest staat, voor zover van belang, het navolgende:
(..)“verbiedt [gedaagde], gedurende een periode van één jaar na de dagtekening van dit arrest informatie, berichten en meningen over [eiser] en/of beide kinderen openbaar te maken via elk bekend openbaar elektronisch medium, waaronder X, LinkedIn, TikTok, Blusky, Instagram, Facebook en/of YouTube, waarbij [gedaagde] tevens is verboden om overeenkomstig informatie, meningen en berichten over en gericht tegen [eiser] openbaar te maken, waarbij [gedaagde] haar noemt bij haar eigen naam, ‘mijn ex’ of ‘de moeder van mijn kinderen’ of op elke andere wijze waaruit de verwijzing naar [eiser] kennelijk volgt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per overtreding, met een maximum van € 50.000,-.”(..)
[gedaagde] heeft daarna diverse uitlatingen gedeeld op diverse sociale media waarmee hij het maximum van € 50.000,- aan dwangsommen als bedoeld in bovengenoemd arrest heeft verbeurd. Deze zijn geïncasseerd.
Op 1 december 2025 heeft de kinderrechter beslist dat [gedaagde] niet langer met het gezag over zijn kinderen is belast. Hiertegen is door [gedaagde] geen hoger beroep ingesteld.
Vanaf februari/maart 2026 heeft [gedaagde] de nieuwe werkgever en collega’s van [eiser] online benaderd en heeft hij ook berichten over de kinderen online geplaatst.
4 Het geschil
[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] te verbieden, gedurende een periode van vijf jaar na betekening van dit vonnis, dan wel een in goede justitie te bepalen periode, in contact te treden met [eiser] in persoon, per brief, per poststuk, per e-mail of via elk bekend openbaar elektronisch medium waaronder, maar niet beperkt tot de volgende sociale media platforms: X, LinkedIn, TikTok, Blusky, Instagram, Facebook of op welke andere wijze ook, en/of publiek toegankelijke berichten te publiceren over de [eiser] en/of beide kinderen [minderjarige] en [minderjarige], tenzij via haar advocaat, tenzij schriftelijk door Jeugdbescherming Overijssel bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling en omgangsregeling anders wordt beslist en
[gedaagde] te verbieden om berichten en meningen over [eiser] en/of beide kinderen openbaar te maken via elk bekend openbaar elektronisch medium, waaronder X, LinkedIn, TikTok, Instagram, Facebook en/of YouTube, waarbij [gedaagde] haar noemt bij haar eigen naam, ‘mijn ex’ of ‘de moeder van mijn kinderen’ of op elke andere wijze waaruit de verwijzing naar [eiser] en de kinderen, direct of indirect kennelijk volgt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 5.000,00 per overtreding met een maximum van EUR 100,000,00,
II. [gedaagde] te verbieden onder dreiging van een dwangsom, gedurende een periode van vijf jaren na betekening van dit vonnis, dan wel een in goede justitie te bepalen periode, foto's of berichten over zijn kinderen [minderjarige] en [minderjarige] te plaatsen via elk bekend openbaar elektronisch medium waaronder, maar niet beperkt tot de volgende sociale media platforms: x, LinkedIn, TikTok, Blusky, Instagram, Facebook of op welke andere wijze ook, en/of publiek toegankelijke berichten te publiceren, waarbij de man tevens dient te begrijpen dat als een medium niet genoemd wordt, het verbod zich ook over dat niet genoemde medium uitstrekt en
dit verbod nadrukkelijk ook te laten uitstrekken tot alle berichten, video's en foto's over – of van zijn kinderen in elke vorm, ook wanneer dit berichten betreffen die zien op het missen van de kinderen, het trots zijn op de kinderen of ieder andere vorm waaruit vooral genegenheid en liefde blijkt, zonder uitdrukkelijk toestemming van de vrouw waarbij de man tevens dient te begrijpen dat als een medium niet genoemd wordt, het verbod zich ook over dat niet genoemde medium uitstrekt en
dit verbod zich ook uitstrekt ‘voor zover gedaagde daar redelijkerwijs invloed op kan uitoefenen, tot door derden gedane uitingen’ en
[gedaagde] te verbieden om gedurende een periode van vijf jaren na dagtekening van dit arrest (naar de voorzieningenrechter begrijpt: vonnis) informatie en [gedaagde] te gebieden om alle berichten/publicaties over [eiser] en over de kinderen op sociale media, waaronder op onder andere X, LinkedIn, Facebook, Instagram, TikTok, Blusky in het algemeen of specifiek gericht aan haar werkgever of haar collega's en/of iedere andere persoon uit haar (directe) omgeving (naar de voorzieningenrechter begrijpt: te verwijderen), waarbij [gedaagde] tevens dient te begrijpen dat als een medium niet genoemd wordt, het verbod zich ook over dat niet genoemde medium uitstrekt,
waarbij wordt bepaald dat dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt ad EUR 5.000,00 per opgelegde overtreding, met een maximum van EUR 100.000,00, dan wel een in goede justitie te bepalen maximum som;
III. en bepaalt dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt zoals voornoemd ad EUR 5.000,00 voor iedere dag dat [gedaagde], vijf dagen na betekening van een vonnis, publicaties over of gericht tegen de [eiser] of de kinderen niet heeft verwijderd, met een maximum van EUR 100.000,00, dan wel een in goede justitie te bepalen maximum som;
IV. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van de (na) kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Van [gedaagde] is geen verweer bekend.
5 De beoordeling
Verstek
[gedaagde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De voorzieningenrechter stelt vast dat bij het betekenen van de dagvaarding de wettelijke vereisten zijn nageleefd en dat de voorgeschreven termijnen en overige formaliteiten in acht zijn genomen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat [eiser] ter zitting heeft toegelicht dat zij conform de aanwijzing van de voorzieningenrechter de dagvaarding ook via e-mail (beveiligd met Zivver) aan [gedaagde] heeft verzonden en dat hij per e-mail aan [eiser] heeft laten blijken dat hij op de hoogte was van de mondelinge behandeling.
De voorzieningenrechter zal daarom verstek verlenen tegen [gedaagde].
Spoedeisend belang
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van [eiser] reeds in voldoende mate voortvloeit uit haar stellingen en de aard van het gevorderde. In het arrest van 21 oktober 2025 heeft het Hof dwangsommen opgelegd en sindsdien is de maximale dwangsom al verbeurd zodat daarmee de financiële prikkel om het arrest na te leven is verdwenen.
Dit betekent dat [eiser] een spoedeisend belang heeft en de vorderingen inhoudelijk beoordeeld worden.
Toetsingskader in kort geding
Voor toewijzing van de voorlopige voorziening zoals die door [eiser] wordt gevorderd, moet het in hoge mate waarschijnlijk zijn dat een gelijkluidende vordering in een te voeren bodeprocedure zal worden toegewezen.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient de voorzieningenrechter in geval van verstek de vorderingen van [eiser] toe te wijzen, tenzij deze onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen met uitzondering van het volgende.
Door derden gedane uitingen
Onderdeel van de vordering is dat het verbod zich ook uitstrekt over door derden gedane uitingen, voorzover [gedaagde] daar redelijkerwijs invloed op kan uitoefenen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Sent toegelicht dat dat gaat over de situatie wanneer [gedaagde] zijn opvattingen over omgang met de kinderen en de handelswijze van de moeder bespreekt op sociale media, en dat hij daarmee anderen aanzet tot het specifiek benoemen van de kinderen en [eiser].
Nu uit de bij de dagvaarding overgelegde producties niet worden afgeleid dat hier sprake van is, is deze vordering onvoldoende onderbouwd. Weliswaar zijn posts in het geding gebracht waaruit blijkt dat derden reageren op uitlatingen van [gedaagde], maar daaruit kan niet worden afgeleid dat [gedaagde] die derde daartoe heeft aangezet. Dit betekent dat deze vordering zal worden afgewezen.
Tot slot
De voorzieningenrechter constateert dat er deels een overlap zit tussen de verschillende vorderingen waarmee gedragingen van [gedaagde] onder meer dan één verbod zouden kunnen vallen. De voorzieningenrechter benadrukt dat [gedaagde], indien hij na betekening van het vonnis met één gedraging in strijd handelt met meerdere verbodsbepalingen van dit vonnis, hij slechts voor één keer een dwangsom kan verbeuren.
Proceskosten
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 153,02 | |
| - griffierecht | € | 341,00 | |
| - salaris advocaat | € | 760,00 | |
| - nakosten | € | 189,00 | (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 1.443,02 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6 De beslissing
De voorzieningenrechter, voor de duur van vijf jaren na betekening van dit vonnis:
verbiedt [gedaagde], in contact te treden met [eiser] in persoon, per brief, per poststuk, per e-mail of via elk bekend openbaar elektronisch medium waaronder, maar niet beperkt tot de volgende sociale media platforms: X, LinkedIn, TikTok, Blusky, Instagram, Facebook of op welke andere wijze ook, en/of publiek toegankelijke berichten te publiceren over [eiser] en/of beide kinderen [minderjarige] en [minderjarige], tenzij via haar advocaat, tenzij schriftelijk door Jeugdbescherming Overijssel bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling en omgangsregeling anders wordt beslist, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding met een maximum van € 100.000,00;
verbiedt [gedaagde] om berichten en meningen over [eiser] en/of beide kinderen openbaar te maken via elk bekend openbaar elektronisch medium, waaronder X, LinkedIn, TikTok, Instagram, Facebook en/of YouTube, waarbij [gedaagde] haar noemt bij haar eigen naam, ‘mijn ex’ of ‘de moeder van mijn kinderen’ of op elke andere wijze waaruit de verwijzing naar [eiser] en de kinderen, direct of indirect kennelijk volgt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding met een maximum van € 100.000,00;
verbiedt [gedaagde] foto’s of berichten over zijn kinderen [minderjarige] en [minderjarige] te plaatsen via elk bekend openbaar elektronisch medium waaronder, maar niet beperkt tot de volgende sociale media platforms: X, LinkedIn, TikTok, Blusky, Instagram, Facebook of op welke andere wijze ook, en/of publiek toegankelijke berichten te publiceren, waarbij [gedaagde] dient te begrijpen dat als een medium niet genoemd wordt, het verbod zich ook over dat niet genoemde medium uitstrekt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding met een maximum van € 100.000,00;
verbiedt [gedaagde] tot het plaatsen van alle berichten, video’s en foto’s over – of van zijn kinderen in elke vorm, ook wanneer dit berichten betreffen die zien op het missen van de kinderen, het trots zijn op de kinderen of ieder andere vorm waaruit vooral genegenheid en liefde blijkt, zonder uitdrukkelijke toestemming van [eiser] via elk bekend openbaar elektronisch medium waaronder, maar niet beperkt tot de volgende sociale media platforms: X. LinkedIn TikTok, Blusky, Instagram, Facebook of op welke andere wijze ook, waarbij [gedaagde] tevens dient te begrijpen dat als een medium niet genoemd wordt, het verbod zich ook over dat niet genoemde medium uitstrekt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding met een maximum van € 100.000,00;
gebiedt [gedaagde] om alle berichten/publicaties te verwijderen over [eiser] of over de kinderen op sociale media, waaronder op onder andere X, LinkedIn, Facebook, Instagram, TikTok, Blusky in het algemeen of specifiek gericht aan haar werkgever of haar collega’s en/of iedere andere persoon uit haar (directe) omgeving, waarbij [gedaagde] tevens dient te begrijpen dat als een medium niet genoemd wordt, het gebod zich ook over dat niet genoemde medium uitstrekt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding met een maximum van € 100.000,00 en bepaalt dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt van € 5.000,00 voor iedere dag, met een maximum van € 100.000,00 indien [gedaagde] publicaties over of gericht tegen [eiser] of de kinderen niet heeft verwijderd;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.443,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026. | ||
| ! |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.