Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Overijssel, 21 juli 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4403Zaaknummer ZWO 26/1001
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 21 juli 2026
- Publicatiedatum
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- ZWO 26/1001
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek niet ontvankelijk. Griffierecht in beroep niet betaald, daarom geen beroepszaak meer. Geen connexiteit.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
| griffier | de voorzieningenrechter is buiten staat te tekenen |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/1001
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] B.V., uit [vestigingsplaats], verzoekster
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
het college van burgemeester en wethouders van Ommen.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoekster. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Verzoekster heeft het college gevraagd om handhaving tegen Asfaltcentrale Bovenveld in Stegeren (verder: ACB). Het college heeft het handhavingsverzoek afgewezen bij besluit van 21 oktober 2025. Met het bestreden besluit van 3 maart 2026 op het bezwaar van verzoekster is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van heden is het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het verschuldigde griffierecht niet (tijdig) is voldaan. Nu er geen beroep meer aanhangig is wordt niet voldaan aan het connexiteitsvereiste. Om die reden wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie en gevolgen
3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
| griffier | de voorzieningenrechter is buiten staat te tekenen |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.