Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Oost-Brabant, 24 september 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:6840Zaaknummer 26/2755
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 24 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- 26/2755
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
8:54 Awb. Verzoek kwijtschelding. Beroep tegen beslissing op administratief beroep. Rechtbank onbevoegd.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van
drs. H.A.J.A. van de Laar, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Als u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 26/2755
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 september 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,
en
de invorderingsambtenaar van de gemeente Meierijstad.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van 23 juli 2026.
Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Eiseres heeft de invorderingsambtenaar van de gemeente Meierijstad verzocht om kwijtschelding van de aan haar opgelegde gemeentelijke heffingen. De invorderingsambtenaar heeft dit verzoek afgewezen. De invorderingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres aangemerkt als administratief beroep en dat beroep ongegrond verklaard. Tegen de beslissing op het administratief beroep heeft eiseres bij de rechtbank beroep ingesteld.
3. De rechtbank overweegt als volgt. Er kan bij de (fiscale) bestuursrechter geen beroep worden ingesteld tegen een besluit dat is genomen op grond van de Invorderingswet 1990 (Invorderingswet) met uitzondering van artikel 30, 49 en 62a van die wet.[_d2fe43dd-f2fd-4ffd-b909-3de30cd9278b] De uitspraak van de invorderingsambtenaar op het administratief beroep van eiseres is genomen op grond van artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet in samenhang met artikel 26 van de Invorderingswet.[_ce02f295-d34f-4dae-9249-8e24c9ae0067] De (fiscale) bestuursrechter is daardoor onbevoegd om kennis te nemen van het beroep van eiseres. Dit betekent dat de (fiscale) bestuursrechter het beroep niet inhoudelijk zal behandelen. Wel kunnen eventuele rechtsmiddelen worden aangewend bij de civiele rechter op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze.
4. Gelet op artikel 2.5, zevende lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken is geen griffierecht geheven.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van
drs. H.A.J.A. van de Laar, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Als u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Voetnoten
- Artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang gelezen met artikel 8:5, eerste lid, van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak bij de Awb.
- Zie artikel 26, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, en de artikelen 7, eerste lid, en 24 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.