Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Oost-Brabant, 25 juni 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:5557Zaaknummer 12165685 TE VERZ 26-179
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 25 juni 2026
- Publicatiedatum
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12165685 TE VERZ 26-179
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
CBM. Opheffing bewind. Geen problematische schulden meer en duurzame stabilisatie van inkomen, wonen en persoonlijke situatie. Ondanks zorgen over uitgavenpatroon onvoldoende grond voor voortzetting bewind. Verzoek tot opheffing toegewezen.
beslissing
De kantonrechter:
- heft het bewind over de goederen van [betrokkene] op met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking.
| Deze beschikking is gegeven door mr. S. Besic, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026. | ||
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! | !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! | |
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Volledige tekst
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
zaaknummer: 12165685 TE VERZ 26-179
dossiernummer: BM 39316datum: 25 juni 2026
[…]
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres]
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder [bewindvoerder]
.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 31 maart 2026;
- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder;
- de op de zitting overgelegde evaluatie Ambulante zorg.
Het verzoek is mondeling behandeld op 25 juni 2026. Ter zitting zijn betrokkene, de bewindvoerder met een collega en een vriendin van betrokkene verschenen.
beoordeling
Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind. Aan het verzoek heeft zij – samengevat – ten grondslag gelegd dat de omstandigheden die hebben geleid tot de instelling van het bewind niet langer aanwezig zijn. Zij heeft aangevoerd dat zij inmiddels schuldenvrij is, met uitzondering van een studieschuld bij DUO en een schuld aan haar moeder, waarbij de schuld aan haar moeder een vrijblijvend karakter heeft. Daarnaast heeft zij een traumabehandeling succesvol afgerond, beschikt zij over een vaste baan met een stabiel en structureel inkomen en zijn haar woonlasten overzichtelijk. Op zitting heeft betrokkene verder verklaard dat zij inmiddels beschikt over een woning voor in ieder geval de komende tien jaar, waardoor ook op het gebied van huisvesting sprake is van stabiliteit. Ook heeft betrokkene aangegeven dat zij geen vertrouwen meer heeft in de bewindvoerder. In dat verband heeft zij gesteld dat zij bij recente inzage in haar dossier drie betalingen heeft aangetroffen die volgens haar ten onrechte zijn verricht.
De bewindvoerder heeft zich tegen het verzoek verzet. Zij heeft aangevoerd dat betrokkene de opgebouwde buffer heeft aangewend in strijd met de daarover gemaakte afspraken en daardoor het zelfredzaamheidstraject niet met succes heeft doorlopen. Volgens de bewindvoerder heeft betrokkene daarmee onvoldoende laten zien dat zij haar financiële belangen zelfstandig kan behartigen. Ten aanzien van de door betrokkene genoemde betalingen heeft de bewindvoerder een verklaring gegeven en aangegeven dat hierover eerder afspraken zijn gemaakt. Voor zover bepaalde betalingen niet tijdig zijn stopgezet, heeft de bewindvoerder verklaard de betreffende bedragen aan betrokkene terug te zullen betalen.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Op grond van artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek kan een bewind worden opgeheven indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de kantonrechter voldoende gebleken dat de grondslag voor het bewind niet langer aanwezig is. Er zijn geen problematische schulden meer. De resterende studieschuld bij DUO vormt op zichzelf onvoldoende aanleiding voor voortzetting van het bewind, terwijl de schuld aan de moeder van betrokkene een informeel karakter heeft. Daarbij acht de kantonrechter van belang dat betrokkene gedurende de afgelopen periode aanzienlijke stappen heeft gezet in haar persoonlijke en financiële situatie. Zij heeft haar traumabehandeling afgerond, beschikt over een vaste baan met een stabiel inkomen en heeft haar woonsituatie duurzaam weten te stabiliseren.
De kantonrechter heeft de zorgen van de bewindvoerder gehoord over de bestedingen van betrokkene en haar vermogen om haar uitgavenpatroon blijvend af te stemmen op haar inkomen. De bewindvoerder heeft echter niet verzocht om een grondslagwijziging. Zij heeft ter zitting erkend dat betrokkene hard aan zichzelf heeft gewerkt en belangrijke positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt. Betrokkene heeft bovendien een verklaring gegeven voor het aanspreken van de opgebouwde buffer. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat betrokkene na het ontstaan van deze situatie geen nieuwe gelegenheid heeft gekregen om binnen het kader van het bewind haar financiële zelfredzaamheid verder aan te tonen.
Nu aannemelijk is dat de noodzaak voor het bewind niet meer aanwezig is, zal de kantonrechter het verzoek tot opheffing van het bewind toewijzen.
Ten aanzien van de door betrokkene genoemde betalingen stelt de kantonrechter vast dat de bewindvoerder daarvoor een verklaring heeft gegeven en heeft toegezegd de bedragen voor het internetabonnement dat ten onrechte niet tijdig is stopgezet aan betrokkene terug te betalen.
beslissing
De kantonrechter:
- heft het bewind over de goederen van [betrokkene] op met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking.
| Deze beschikking is gegeven door mr. S. Besic, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026. | ||
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! | !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! | |
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.