Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Oost-Brabant, 3 september 2024
ECLI:NL:RBOBR:2024:4138Zaaknummer 24/3062 BESLISSING
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 3 september 2024
- Publicatiedatum
- 18 november 2024
- Zaaknummer
- 24/3062 BESLISSING
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening. Wijziging standplaats op de woensdagmarkt van Den Bosch. Geen spoedeisend belang. Bestreden besluit is ook niet evident onrechtmatig, hoewel de vraag rijst of het voorschrift waarin de herverdeling van standplaatsen is vastgelegd in overeenstemming is met artikel 10 van de Dienstenrichtlijn. Verzoek afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. H.M.H de Koning, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. mr. I. van der Wijngaart, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2024.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 24/3062 BESLISSING
beslissing van de voorzieningenrechter van 3 september 2024 op het verzoek om een ordemaatregel te treffen hangende het verzoek om een voorlopige voorziening van
[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster,
(gemachtigde: mr. S.H. van der Veldt),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch, het college
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekster om een ordemaatregel te treffen.
Bij besluit van 4 juli 2024 heeft het college op grond van de Marktverordening gemeente ‘s- Hertogenbosch 2021 aan verzoekster medegedeeld dat de aan haar verleende vergunning wordt gewijzigd in verband met de nieuwe marktopstelling. In het besluit is vermeld dat de wijziging in werking treedt op 28 augustus 2024.
Verzoekster heeft op 24 juli 2024 bezwaar gemaakt tegen het besluit. Bij brief van 23 augustus 2024 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen en de inwerkingtreding van het besluit op te schorten tot dat een beslissing op het bezwaar is genomen.
Na overleg met partijen heeft de griffier op 29 augustus 2024 aan partijen medegedeeld dat het verzoek om een voorlopige voorziening op de zitting van 18 september 2024 zal worden behandeld. Bij brief van 30 augustus 2024 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een ordemaatregel te treffen voorafgaand aan de behandeling van de voorlopige voorziening op de zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak te doen.
3. Verzoeker heeft verzocht om een ordemaatregel te treffen zodat zij niet wordt geconfronteerd met de door haar gestelde nadelige (financiële) gevolgen van het besluit voordat er op het verzoek om een voorlopige voorziening is beslist.
4. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het treffen van een ordemaatregel. Van de door verzoekster gestelde gevolgen kan niet worden gezegd dat deze direct dreigen te gebeuren en onomkeerbaar zijn en daarmee tot een acute (financiële) noodsituatie zullen leiden. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat het verzoek om een voorlopige voorziening op 18 september 2024 op zitting zal worden behandeld en dat die datum na overleg met en instemming van partijen is vastgesteld. Ook benadrukt de voorzieningenrechter dat deze beslissing geen juridischinhoudelijke beoordeling betreft van het verzoek om een voorlopige voorziening en dus geen oordeel is over de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. H.M.H de Koning, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. mr. I. van der Wijngaart, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2024.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.