Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Noord-Nederland, 27 oktober 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4623Zaaknummer 18.159143.26
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 18.159143.26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Assen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De rechtbank veroordeelt verdachte voor het onder 1 subsidiair en onder 2 primair tenlastegelegde: 1 subsidiair: medeplichtigheid aan: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B en D, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; 2 medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan de productie door anderen van synthetische drugs (amfetamine(-base)). Verdachte heeft voor dat doeleinde ruimtes in zijn loods ter beschikking gesteld aan drugsproducenten en hand- en spandiensten verricht. Daarnaast heeft hij zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan voorbereiding van productie van amfetamine(-base). Opgelegd wordt: een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van drie (3) jaren, alsmede een taakstraf van 240 uren.
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder feit 1 subsidiair en onder feit 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld, en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.
Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
een taakstraf voor de duur van 240 uren.
Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.
Dit vonnis is gewezen door mr. G. Eelsing, voorzitter, mr. R. Depping en mr. L.E. Ettema, rechters, bijgestaan door mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 oktober 2026.
Mr. R. Depping en mr. L.E. Ettema zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18.159143.26
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 oktober 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 oktober 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. S.A. Wensing, advocaat te Emmen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Potijk.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij, in of omstreeks de periode van 1 april 2025 tot en met 27 november 2025 te Klazienaveen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in en/of vanuit een pand gelegen aan of bij de [adres 2] / [adres 3] / [adres 4]) (telkens) opzettelijk heeft bereid, bewerkt,
verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meer (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende
amfetamine(-base), zijnde amfetamine(-base) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 april 2025 tot en met 27 november 2025 te Klazienaveen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in en/of vanuit een
loods/pand gelegen aan of bij de [adres 2] / [adres 3] / [adres 4]) (telkens) opzettelijk heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of vervaardigd in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meer (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine(-base), zijnde amfetamine(-base) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 april 2025 tot en met 27 november 2025 te Klazienaveen, althans in Nederland,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- een pand te verhuren en/of ter beschikking te stellen,
- een hoeveelheid goederen in/uit dit pand te brengen/halen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van (synthetische) drugs, waaronder IBCs, pallets, (gas)cilinders, vaten, jerrycans, zakken en/of een pijp, althans in en/of rondom het pand werkzaamheden te verrichten en/of
- een of meerdere malen goederen in ontvangst te nemen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van (synthetische) drugs;
2
hij, in of omstreeks de periode van 1 april 2025 tot en met 27 november 2025 te Klazienaveen en/of Utrecht, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in en/of vanuit een pand
gelegen aan of bij de [adres 2] / [adres 3] / [adres 4], om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten amfetamine(-base)
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door (met zijn mededaders)
- voornoemd pand te verhuren en/of ter beschikking te stellen en/of voorhanden te hebben,
- het in dit pand controleren van het productieproces/het drugslaboratorium op gebreken en/of ter optimalisering van het productieproces,
- een of meerdere malen goederen in ontvangst te nemen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van (synthetische) drugs,
- een (grote) hoeveelheid dozen met daarin Apaan, althans een grondstof/pre-precursor/chemicaliën, te vervoeren en/of dit pand binnen te brengen en/of (vervolgens) deze
dozen uit te pakken, kapot te maken, te stapelen, in een andere ruimte te leggen en/of aan een ander aan te geven,
- een hoeveelheid goederen in/uit dit pand te brengen/halen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van (synthetische) drugs, waaronder IBCs, pallets, (gas)cilinders, vaten, jerrycans, zakken en/of een pijp en/of een ander te vragen om hierbij behulpzaam te zijn,
- (in dit pand) goederen voorhanden te hebben die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van (synthetische) drugs, waaronder meerdere RVS-destillatieopstellingen (met RVS-ketels), een RVS-koelbuis, waterstofzuigers/pomp, jerrycans, IBCs, klemdekselvaten, speciekuipen, maatbekers, (flexibele) slangen, (slakkenhuis)ventilatoren, koolstoffilters, gascilinders,(gas)branders, maskers, een (elektrisch) roerwerk, een RVS-pan, een mixer, een scheitrechter, een werktafel en/of een thermometer en/of
- (in dit pand) grondstoffen en/of chemicaliën voorhanden te hebben die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van (synthetische) drugs, waaronder natriumhydroxide, fosforzuur, BMK (benzylmethylketon), caustische soda, formamide, mierenzuur, N-formylamfetamine en/of ethyl 4-fenylacetoacetaat,
- aldus voornoemde loods/pand in te richten om (synthetische) drugs te vervaardigen.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feit 1 primair en feit 2. Zij heeft zich daarbij gebaseerd op de bewijsmiddelen genoemd in haar op schrift gestelde requisitoir.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van al hetgeen is ten laste gelegd. Daartoe is - op gronden zoals in de pleitnota verwoord - in de kern het volgende aangevoerd.
Verdachte heeft zijn loods verhuurd in de veronderstelling dat deze zou worden gebruikt voor opslag en handel in olie dan wel gedestilleerd water, bestemd voor export naar Duitsland. Hij heeft incidenteel geholpen met een heftruck en bij het uitladen van goederen, maar uitsluitend in het voorste halgedeelte en niet in de afgesloten productieruimte. Hij wist niet dat amfetamine werd vervaardigd, heeft dat niet bewust aanvaard en had evenmin ernstige reden om dat te vermoeden. De verhuur en de neutrale logistieke handelingen leveren daarom noch medeplegen, noch medeplichtigheid, noch voorbereiden of bevorderen in de
zin van artikel l0a Opiumwet op.
Oordeel van de rechtbank
De verdachte wordt onder feit 1 primair - kort gezegd - verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk produceren van amfetamine. Subsidiair is dit ten laste gelegd als medeplichtigheid. Onder feit 2 wordt hem verweten dat hij opzettelijk en al dan niet tezamen met anderen zich schuldig heeft gemaakt aan de in artikel 10a van de Opiumwet strafbaar gestelde voorbereiding van Opiumwetdelicten door - kort gezegd - een deel van zijn loods te verhuren als opslag en productielocatie ten behoeve van het laboratorium en (onder meer) door het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid van verschillende soorten chemicaliën en voorwerpen waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat die bestemd waren voor die amfetamineproductie.
Vrijspraak
De rechtbank acht feit 1 primair niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
De rechtbank stelt vast dat het strafdossier geen bewijs bevat dat verdachte zelf direct uitvoerend betrokken is geweest bij het produceren van amfetamine in de door hem verhuurde loods. Daarom kan in elk geval niet worden gezegd dat hij zelfstandig amfetamine heeft geproduceerd. Evenmin is er bewijs voorhanden dat verdachte anderszins aan die productie een zodanig substantiële bijdrage heeft geleverd dat van medeplegen kan worden gesproken. Dat betekent dat verdachte van het onder 1 primair tenlastegelegde medeplegen van het produceren van amfetamine zal worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht feit 1 subsidiair en feit 2 wel wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De bewezenverklaring van de feiten 1 subsidiair en 2 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de bewijsmotivering.
Bewijsmiddelen
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is - ook in onderdelen - slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. De door verdachte ter zitting van 13 oktober 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend: Ik heb bij de politie naar waarheid verklaard.
U houdt mij de plattegrond van de loods voor die zich in het dossier bevindt (p. 954). Ik heb de ruimtes B, C en D verhuurd. Als je de roldeur gebruikt om binnen te komen moet je via ruimte A (de hal) naar ruimtes C en D. U houdt mij voor dat ik dus eigenlijk ruimte A ook had verhuurd. Dat klopt. De showroom (ruimte J) had ik zelf in gebruik. Het klopt dat ik via de showroom in de verhuurde ruimtes kon komen. Ik ben daar één keer geweest.
Ik ben op 8 september 2025 in ruimte A geweest. Ik heb toen doorzichtige vaten, dozen en witte zakken naar binnen gebracht met de heftruck.
Ik was ook aanwezig op 11 november 2025 toen de bakwagen van [koeriersbedrijf] er was. Ik heb spullen uit de bakwagen gehaald.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen aanleiding onderzoek d.d. 27 november 2025, opgenomen op pagina 29 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025320815 (onderzoek BOLDERIK) opgemaakt en gesloten op 22 juni 2026, voor zover inhoudend:
Uit een in Nederland lopend opsporingsonderzoek is gebleken dat:
Op de [straatnaam 1] in Klazienaveen zit een beautysalon met op de gevel de
naam [beautysalon]. Naast deze beautysalon bevindt zich een roldeur, waar onlangs vermoedelijk chemicaliën zijn afgeleverd. De chemicaliën zijn vermoedelijk bedoeld voor een drugslab.
Vanavond zijn daar mensen naar binnen gegaan.
Uit onderzoek is gebleken dat het hierbij gaat om de roldeur aan de:
[adres 3] en [adres 4]. De loods is in eigendom van [verdachte]. Op de hoek van de loods zit een sportschool: [naam sportschool]. Dit is de sportschool van [verdachte].
Door de districtsrecherche Drenthe is samen met de arrestatie-eenheid op donderdag
27 november 2025 om 08:00 uur een instap in het pand gedaan. In het pand werd een in werking zijnd synthetisch drugslab aangetroffen. Om 27 november 2025 om 08:20 uur werden twee manspersonen in het pand aangetroffen.
Het LFO is ter plaatse gekomen.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van binnentreden d.d.
27 november 2025, opgenomen op pagina 32 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend: In het pand werden aangehouden:
Verdachte 1:
Naam: [medeverdachte 2]
Voornamen: [medeverdachte 2]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1978 Geboorteplaats: [geboorteplaats] Verdachte 2:
Naam: [medeverdachte 1]
Voornamen: [medeverdachte 1]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1977 Geboorteplaats: [geboorteplaats]
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen indeling pand d.d. 28 november 2025, opgenomen op pagina 39 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
Op 27 november 2025 is er in een loods aan de [adres 5] en [adres 4] een in werking zijnde drugslab aangetroffen. Het betreft een lab waar amfetamine geproduceerd wordt.
De ruimtes zijn in een situatietekening weergegeven.
pg 41: situatietekening waarop aangegeven de ruimtes A t/m J
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van eerste bevindingen van de Eenheid Landelijke Expertise en Operaties, Dienst Specialistische Operaties, Landelijke Forensische Operaties en Expertise, team Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) d.d. 29 november 2025, opgenomen op pagina 49
e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
Op donderdag 27 november 2025 omstreeks 09:15 uur en later, heb ik een onderzoek ingesteld aan goederen en chemicaliën, welke waren aangetroffen in een bedrijfspand aan de [adres 3] Klazienaveen. Dit in verband met een mogelijke overtreding van de Opiumwet.
Omschrijving perceel
Het adres [adres 3] Klazienaveen betreft een bedrijfspand gelegen binnen de
gemeente Emmen in de provincie Drenthe. Het betreft een groot bedrijfspand bestaande uit meerdere aaneengeschakelde ruimten. Het pand is middels een roldeur aan de zijde [straatnaam 1] of middels een loopdeur aan de zijde [straatnaam 2] te betreden.
Tijdens ons onderzoek betraden wij het pand via de roldeur. Hieronder ingevoegd een schematische weergave van de indeling van het pand waarbij wij de ruimten alwaar we gerelateerde goederen hebben aangetroffen hebben voorzien van een letter.
()
pg 50: schematische weergave ruimten.
Eerste bevindingen
Na binnentreden in het pand door het Arrestatie Team (AT) werd er een productielocatie voor synthetische drugs in werking aangetroffen. Wij waren op dat moment aanrijdend naar
genoemde locatie. Ter plaatse aangekomen werd mij door de commandant van het AT de productielocatie aangewezen. Ik zag dat deze zich in ruimte C bevond. In deze ruimte zag ik onder andere een grote ronde rvs-productieketel waarvan het roerwerk op dat moment aan stond. Ook zag en hoorde ik dat de gasbranders onder deze ketel aan stonden. Op de thermometer van de ketel zag ik dat deze een temperatuur van circa 110 °C aan gaf. Verder zag ik in deze ruimte meerdere rvs-destillatieopstellingen, tientallen jerrycans met chemicaliën, zakken natriumhydroxide. Intermediate Bulk Containers (IBCs) en flexibele slangen, slakkenhuisventilatoren en koolstoffilters ten behoeve van de afzuiginstallatie.
Na het gecontroleerd stilleggen van het productieproces zijn wij begonnen aan het inventariseren, testen en bemonsteren van alle in de ruimten A, B, C en D aanwezige relevante goederen en chemicaliën.
In de ruimten A, B en D troffen wij voornamelijk afval gerelateerd aan de productie van
Benzylmethylketon (BMK) en amfetamine. BMK betreft de hoofdgrondstof voor de productie van amfetamine. Wij troffen een zeer grote hoeveelheid lege dozen en zakken aan waarvan wij ambtshalve weten dat in deze dozen de pre-precursor vervoerd wordt voor, in dit geval, de productie van BMK. Verder troffen wij onder andere een grote hoeveelheid lege
butaan/propaan gasflessen, sterk zuur productieafval en sterk basisch productieafval.
Ruimte C betrof de productieruimte. Daar stond de genoemde reactieketel welke later gevuld bleek te zijn met een sterk zure 2-laagse vloeistof waarvan de onderlaag fosforzuur betrof en de bovenlaag BMK
(indicatief). Dit betrof in totaal 1200 liter vloeistof waarvan de bovenlaag uit 400 liter BMK bestond.
Verder troffen we in deze ruimte circa 590 liter fosforzuur in jerrycans welke gebruikt wordt bij de omzetting naar BMK.
We troffen circa 1800 liter formamide en circa 640 liter mierenzuur in jerrycans welke samen met BMK in de eerste kookstap bij de productie van amfetamine gebruikt wordt.
En we troffen circa 500 kilogram aan natriumhydroxide (caustische soda) in zakken aan welke in de tweede kookstap bij de productie van amfetamine gebruikt wordt.
Ook trof ik in één van de aanwezige kunststof scheitrechters nog een paar milliliter gele olie aan welke indicatief positief testte op de aanwezigheid van amfetamine-base.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen LFO, met bijlagen (JM139),
d.d. 27 februari 2026, opgenomen op pagina 52 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
Nader onderzoek en monsterneming
Hieronder volgt in een tabel een opsomming van de goederen die werden aangetroffen. Hierbij zijn de goederen nader onderzocht, geïnventariseerd, gefotografeerd en deels bemonsterd. Wanneer een monster genomen is, staat het Spoor Identificatie Nummer (SIN) vermeld.
Monsters en uitslag NFI
De in onderstaande tabel vermelde monsters werden op 13 januari 2026 overgebracht naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), afdeling verdovende middelen, te Den Haag voor
nadere analyse.
Op vrijdag 27 februari 2026 ontving ik, verbalisant [verbalisant], van het NFI de analyseresultaten, voorzien van NFI-kenmerk 2025.12.30.146, aanvraag 003. Deze analyseresultaten zijn verwerkt in onderstaande tabel. Het volledige NFI-rapport is als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.
Interpretatie LFO
In het pand aan de [adres 3] te Klazienaveen werd een productielocatie voor de grootschalige professionele vervaardiging van benzylmethylketon (BMK) en amfetamine-base aangetroffen.
BMK betreft de precursor (hoofdgrondstof) voor de vervaardiging van (met)amfetamine. Richtlijn voor strafvordering voorbereiding/bevordering synthetische drugs (art. 10a Opiumwet).
Gezien de voorlopige interpretatie LFO valt deze productielocatie in het kader van deze richtlijn in categorie IV.
7. Een deskundigenrapport d.d. 27 februari 2026 en opgenomen op pagina 61 e.v. van voornoemd dossier, afkomstig van het NFI, zaaknummer 2025.12.30.146, opgemaakt door dr. R. Plessius, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn verklaring:
Drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 27 november 2025 op de locatie [adres 3] te Klazienaveen:
Conclusie
Vraagstelling 1
In het onderzoeksmateriaal is amfetamine aangetoond. Amfetamine is vermeld op lijst I van de Opiumwet. Vraagstelling 2
In het onderzoeksmateriaal zijn BMK, N-formylamfetamine, ethyl 4-fenylacetoacetaat (E4PA) en
mierenzuur, formamide en fosforzuur aangetoond.
N-formylamfetamine is het tussenproduct in de vervaardiging van amfetamine uit de grondstoffen BMK (benzylmethylketon), formamide en mierenzuur met de Leuckartmethode.
In relatie tot drugs wordt ethyl 4-fenylacetoacetaat (E4PA) gebruikt voor het vervaardigen van BMK. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kan deze stof worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal FO-relaas d.d. 9 maart 2026, opgenomen op pagina 87 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
Op donderdag 27 november 2025 werd er forensisch onderzoek uitgevoerd op de PD.
Hierbij werd de PD fotografisch vastgelegd. Op de PD waren meerdere goederen en sporen aangetroffen die mogelijk in relatie gebracht konden worden met het drugslaboratorium en de handelingen die daarbij gepaard gaan.
Afname referentiemateriaal
Op vrijdag 28 november 2025 werd in het kader van het uit te voeren DNA-onderzoek referentiemateriaal van verdachte [medeverdachte 1] afgenomen.
Op dinsdag 16 december werd in het kader van het uit te voeren DNA-onderzoek referentiemateriaal van verdachte [verdachte] afgenomen.
Van verdachte [medeverdachte 2] werd geen referentiemateriaal afgenomen, zijn DNA was al opgeslagen in de DNA-databank.
Op 24 december 2025 werden er zestien DNA-bemonsteringen naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) opgestuurd.
Rapporten
Op 19 februari 2026 rapporteerde het NFI de resultaten van het DNA-onderzoek. Hierbij werden er zestien bemonsteringen onderzocht op DNA. Tevens is verzocht om de
DNA-profielen van de verdachten te betrekken bij het vergelijkend DNA-onderzoek en om de DNA-profielen op te nemen in de Nederlands DNA-databank.
9. Een deskundigenrapport d.d. 19 februari 2026 en opgenomen op pagina 152 e.v. van voornoemd dossier, afkomstig van het NFI, zaaknummer 2025.12.30.146, opgemaakt door ing. R.E.J. van Wijk, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn verklaring:
Resultaten, interpretatie en conclusie van het onderzoek:
Spoor AAON1983NL#01 - drinkrand frisdrank blikje vuilnisbak productieruimte - DNA kan afkomstig zijn van minimaal één persoon, verdachte [medeverdachte 1] - bewijskracht meer dan 1 miljard.
Spoor AAON1984NL#01 - drinkrand frisdrankblikje vuilnisbak productieruimte - DNA kan afkomstig zijn van minimaal één persoon, verdachte [medeverdachte 1] - bewijskracht meer dan 1 miljard.
Spoor AAON1985NL#01 - drinkrand frisdrankblikje vuilnisbak productieruimte - DNA kan
afkomstig zijn van minimaal één persoon, verdachte [medeverdachte 2] - bewijskracht meer dan 1 miljard.
Spoor AARZ6381NL#01 - tie-wraps ketel 2 productieruimte - DNA kan afkomstig zijn van minimaal twee personen, verdachte [medeverdachte 1] en minimaal één onbekende persoon -
bewijskracht verdachte [medeverdachte 1] meer dan 1 miljard.
Spoor AARZ6382NL#01 - masker gereedschapskist werktafel productieruimte - DNA kan
afkomstig zijn van minimaal één persoon, verdachte [medeverdachte 2] - bewijskracht meer dan 1 miljard.
Spoor AARZ6408NL#01 - peuk uit vuilnisbak productieruimte - DNA kan afkomstig zijn
van minimaal één persoon, verdachte [medeverdachte 1] - bewijskracht meer dan 1 miljard.
Spoor AARZ6409NL#01 - peuk uit vuilnisbak productieruimte - DNA kan afkomstig zijn
van minimaal één persoon, verdachte [medeverdachte 1] - bewijskracht meer dan 1 miljard.
Spoor AARZ6410NL#01 - peuk uit vuilnisbak productieruimte - DNA kan afkomstig zijn
van minimaal één persoon, verdachte [medeverdachte 1] - bewijskracht meer dan 1 miljard.
Spoor AARZ6411NL#01 - peuk uit vuilnisbak productieruimte - DNA kan afkomstig zijn
van minimaal één persoon, verdachte [medeverdachte 1] - bewijskracht meer dan 1 miljard. Spoor AARZ6418NL#01 - drinkrand frisdrankblikje op tafel productieruimte - DNA kan afkomstig zijn van minimaal één persoon, verdachte [medeverdachte 1] - bewijskracht meer dan 1 miljard.
Spoor AARZ6472NL#01 - drinkrand blikje reign body fuel (AASJ5945NL) kantoor - DNA kan afkomstig zijn van minimaal één persoon, verdachte [verdachte] - bewijskracht is meer
dan 1 miljard.
Spoor AASJ5946NL#01 - drinkrand blikje reign body fuel (AASJ5944NL) kantoor - DNA kan afkomstig zijn van minimaal één persoon, verdachte [verdachte] - bewijskracht is meer
dan 1 miljard.
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen ( [nummer 1]) d.d. 2 december 2025, opgenomen op pagina 173 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
Zoals is beschreven zijn er videopnames gemaakt van het pand gelegen aan de [adres 4] te Klazienaveen. Op de beelden welke wij hebben ontvangen is het pand te zien alwaar het drugslab was gevestigd.
De beelden welke wij hieronder gaan beschrijven zijn opgenomen op een telefoon en daarbij is bekend dat de start van de opname: maandag 8 september 2025 om 16:19 uur betreft. De totale duur van de beelden betreft 15 minuten en 3 seconden. Omdat er meerdere personen zijn te zien worden allereerst alle personen hieronder weergegeven die een rol hebben op de beelden. Daarna zullen de bewegingen op de video worden weergegeven.
Man 1: Blanke man en blauw shirt
Man 2: Blanke man zwarte long sleeve en handschoenen
Man 3: Blanke kale man op de heftruck, korte mouw en korte broek Man 4: Lichtgetinte man met baardje, korte mouw en bodywarmer Man 5: Donkere man met rasta haar en zwarte longsleeve
Man 6: Donkere man met rode pet en rode jas
Op de camerabeelden zijn meerdere personen te zien die uit de loods komen lopen met pakketten in hun handen. Ze gaven deze pakketten af en lopen weer de loods in.
Tevens komt er een heftruck uit de loods rijden met goederen. Deze reed even later weer de loods in. Later is de persoon op de heftruck (man 3) herkend als [verdachte]. Een andere man (man 1) die met pakketten loopt werd herkend als P. [verdachte].
Op de camerabeelden is ook te zien dat [verdachte] in een witte vrachtvoertuig stapt en wegrijdt.
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2025, opgenomen op pagina 259 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
Onderzoek telefoon [verdachte]:
Door ons, verbalisanten is er onderzoek gedaan naar de data welke is veiliggesteld van de navolgende gegevensdrager:
Telefoon Apple
iPhone SE (A2296) IMEI 1: [nummer 2]
IMEI 2: [nummer 3]
Bovenstaande gsm werd op donderdag 27 november 2025 in beslag genomen onder: [verdachte].
Chatgesprekken:
In de chatgesprekken stonden in totaal 13689 geregistreerde chats. Door mij werd een onderzoek ingesteld naar relevante chatgesprekken welke verband zouden kunnen houden met dit onderzoek. Hierbij werd door mij het volgende bevonden:
Gesprek met [naam 1]
is de zoon van [verdachte] dit komt uit het politiesysteem BVI-B.
[verdachte] en [naam 1] hebben vanaf 1 mei (datum waarin het onderzoek in de telefoon begint) tot de aanhouding 27 november 2025 bijna dagelijks contact.
De gesprekken gaan over van alles en nog wat, over school, geld, handel in vuurwerk, Maar ook over een ketel en de loods en of [naam 1] de deur open wil doen voor een “vent”. “ [naam 1]:
Ohh ja is goed alleen snapte niet helemaal wat die bedoelde met zware ding [verdachte] (owner):
Dat is mixer die zit boven op ketel [naam 1]:
Ohhh dat valt wel mee [verdachte] (owner):
Dat ding heb ik er alleen in getild in loods [naam 1]:
Ja dat bedoel ik is niet mega zwaar Heeft die vent een eigen sleutel
Of moet ik hem erin laten [verdachte] (owner):
Ga je in mama kamer kijken als hij aan komt en deur los doen [naam 1]:
Oke
Gwn de loods deur toch [verdachte] (owner):
Ja
[naam 1]: Oke”
Verder vraagt eigenaar telefoon [verdachte] of [naam 1] een oplader wil brengen naar de jongens in de loods.
“ [verdachte] (owner):
Zou jij oplader brengen naar jongens in loods [naam 1]:
Wil ik wel doen [verdachte] (owner):
Doe mij maar mee [naam 1]:
Oke geef je wel een oplader [verdachte] (owner):
Sleutel en oplader aub [naam 1]:
Oke
Heb je nog een oplader voor hun anders halen we wel een [verdachte] (owner):
Ik heb geen [naam 1]:
Zullen we ophalen dan [verdachte] (owner):
Ja 5 minuten”
Images:
Op 15 mei 2025 stuurt [naam 2] met telefoonnummer [telefoonnummer 1] bovenstaande afbeelding via Whatsapp naar [verdachte]. En zegt: Deze is net gebracht'.
Hierop reageert [verdachte]: Oké.
Uit het filmpje welke de LFO heeft gemaakt van het drugslab zag ik een soortgelijke buis.
12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
1 december 2025, opgenomen op pagina 23 van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
Ik verbalisant vroeg aan de bewoner of ze [verdachte] ook bij de loods heeft gezien. Hiermee
bedoelde ik bij de toegangsdeur van het drugslab. Ik hoorde dat de buurtbewoner zei dat hij/zij tot aan de zomer 2025 [verdachte] regelmatig de loods binnen zag gaan via de zijdeur naast de roldeur.
13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen opgenomen op pagina 525
e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
In het onderzoek 03Mani25 is een heimelijke camera geplaatst voor het pand [adres 2] te Klazienaveen. Er werden camerabeelden verkregen over de periode vanaf 23 oktober 2025 tot en met 2 december 2025.
Beschrijving camerabeelden
Op 11 november 2025, om 16.29 uur, is te zien dat de MAN TGE, voorzien van kenteken [kenteken 1] aankomt bij de loods. Te zien is dat de bestuurder, aan de bestuurderszijde uitstapt, naar de loopdeur van de loods loopt en deze opent. Vervolgens opent hij de laadklep van de bakwagen. Hierna loopt de bestuurder naar de loopdeur van de loods en gaat hij de loods in. Vervolgens opent hij de roldeur van de loods. Te zien is dat de bestuurder aan de bestuurderszijde in de bakwagen stapt en dat hij de bakwagen vervolgens achteruit rijdt totdat de laadklep binnen in de loods is. Vervolgens is te zien dat zowel
bestuurder en de bijrijder uitstappen. Te zien is dat de bijrijder een donker getinte man betreft. Zowel
de bestuurder als de bijrijder gaan de loods binnen. Te zien is dat de bijrijder vervolgens met een pompwagen de bakwagen lost. Hierbij is te zien dat er onder andere intermediate bulkcontainers (IBC's), pallets waarbij de inhoud geseald is met zwart folie en cilinders welke lijken op propaangasflessen dan wel waterstofgascilinders, uitgeladen worden. Tijdens het lossen is er een kale man met rood vest te zien die op de laadklep staat. Deze
man herkennen wij, verbalisanten, voor 100 procent als [verdachte]. Enige tijd later, om 16.47 uur, is te zien dat er een auto aankomt die niet door kan rijden omdat de bakwagen de weg blokkeert. Vervolgens stapt [verdachte], aan de bestuurderszijde de bakwagen in en rijdt hij de bakwagen aan de kant. Vrijwel direct wordt de roldeur van de loods gesloten. [verdachte] stapt vervolgens uit en opent de laadklep van de bakwagen en vervolgens stapt hij in en rijdt de bakwagen achteruit. Te zien is dat [verdachte], via de laadklep de laadruimte van de bakwagen in gaat. De laadklep gaat vervolgens dicht. Op dat moment zit [verdachte] vermoedelijk in de laadruimte van de bakwagen.
14 november 2026
Op 14 november 2025, om 12.32 uur, is te zien dat de MAN TGE, voorzien van kenteken [kenteken 1] aankomt bij de loods. Te zien is dat de bijrijder vervolgens met een pompwagen de bakwagen lost. Hierbij is te zien dat er onder andere intermediate bulkcontainers (IBCs), pallets met blauwe jerrycans die deels geseald zijn met zwart folie, pallets met witte jerrycans die deels geseald zijn met wit folie en cilinders welke lijken op propaangasflessen en waterstofgascilinders, uitgeladen worden. Te zien is dat tijdens het lossen van de bakwagen, om 13.09 uur, er een man aan komt fietsen. Deze man herkennen wij, verbalisanten, wederom voor 100 procent als [verdachte]. [verdachte] zet zijn fiets naast de bakwagen en loopt, via de roldeur de loods in. Enige tijd later, om 13.11 uur, is te zien dat de bijrijder de laadklep van de bakwagen sluit. De bijrijder stapt vervolgens, aan de bijrijderszijde, in de bakwagen. Vervolgens is te zien dat de roldeur van de loods sluit. Te zien is dat een NNman en [verdachte] de loods via de loopdeur verlaten. De NN man stapt vervolgens aan de bestuurderszijde in de bakwagen en [verdachte] op zijn fiets en fietst weg. Vervolgens rijdt de bakwagen weg.
14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (d.d. 30 januari 2026, opgenomen op pagina 605 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
()
29 oktober - 7 november 2025
Op 29 oktober 2025 was een reisbeweging van de Mercedes Vito van [medeverdachte 1] zichtbaar richting het noorden. Om 18:19:59 uur werd het voertuig geregistreerd door een ANPR-camera bij Zwolle, om 18:32:53 uur door een ANPR-camera bij Meppel en om 18:55:37 uur door een ANPR-camera nabij [plaats]. Om 19:06 uur werd ook het telefoonnummer van [medeverdachte 1] in de omgeving van [plaats] geregistreerd.
Ook op 31 oktober 2025, 1 en 2 november 2025 werden de telecommunicatiemiddelen van [naam 3] en [medeverdachte 1] de gehele dag geregistreerd in deze omgeving.
Op 3 november 2025 werd het telefoonnummer van [medeverdachte 1] opnieuw de gehele dag geregistreerd in de omgeving van [plaats].
Op 4 november 2025 werden de telecommunicatiemiddelen van [medeverdachte 1] en [naam 3] opnieuw de hele dag in de omgeving van [plaats] geregistreerd.
Op 5 november 2025 werden de telecommunicatiemiddelen van [medeverdachte 1] en [naam 3] opnieuw bijna de hele dag in de omgeving van [plaats] geregistreerd.
Op 5 november 2025 in de avond werden de nummers van [naam 3] weer in Utrecht geregistreerd.
Het telefoonnummer van [medeverdachte 1] bevatte geen gegevens tussen 5 november 2025 19:10 uur (omgeving [plaats]) en 7 november 2025 07:53 uur (omgeving [plaats] ).
De Mercedes Vito van [medeverdachte 1] werd op 7 november om 08:22:30 uur geregistreerd door een ANPR-camera nabij Meppel, om 08:34:32 uur door een ANPR-camera nabij Zwolle en om 09:04:38 uur
door een ANPR-camera nabij Amersfoort. Omstreeks 09:15 uur werd het telefoonnummer van [medeverdachte 1] weer in Utrecht geregistreerd.
11 november 2025
Op 11 november 2025 liep een telefoontap op het telefoonnummer * [telefoonnummer 2] van [medeverdachte 1], waardoor veel meer dekkingsgebieden van dit nummer werden geregistreerd. Hierdoor was op deze datum een duidelijke reisbeweging zichtbaar van dit telefoonnummer richting het noorden van Nederland. De reisbeweging werd gemaakt in zijn Mercedes Vito, die door de ANPR-cameras bij Zwolle (14:34:41 uur) en Meppel (14:48:23 uur) werd geregistreerd.
Gezien werd dat [medeverdachte 1] om 17.20 uur weer terugkwam bij zijn voertuig en ging rijden. Zijn telefoonnummer bewoog vervolgens weer terug richting Utrecht.
18 november 2025
Op 18 november 2025 was een reisbeweging naar Drenthe zichtbaar.
Uit de gegevens van het peilbaken in de Mercedes Vito van [medeverdachte 1] bleek dat het voertuig naar [plaats] reed, de telecommunicatiemiddelen van [naam 4] en [medeverdachte 1] maakten eveneens deze reisbeweging.
Vervolgens bleef de Mercedes Vito lange tijd op bovenstaande locatie staan, de
telecommunicatiemiddelen van [naam 3], [medeverdachte 1] en [naam 4] bleven de rest van 18 november 2025 eveneens in deze omgeving.
Op 19 november 2025 in de ochtend waren vervolgens reisbewegingen terug naar Utrecht zichtbaar van [naam 3], [medeverdachte 1] en [naam 4]. Het voertuig waarin [naam 3] zich leek te verplaatsen
( [kenteken 2]) werd om 09:56:50 uur geregistreerd bij Meppel, om 10:12:28 uur bij Zwolle en zijn telefoontoestel bewoog ook weer richting Utrecht. De Mercedes Vito van [medeverdachte 1] maakte een volledig overeenkomende reisbeweging naar Utrecht met de telefoonnummers van [medeverdachte 1] en [naam 4].
25-26 november 2025
Op 25 november 2025 reed de Mercedes Vito van [medeverdachte 1] vanuit Utrecht weer naar [plaats], zijn telecommunicatiemiddelen bewogen tegelijkertijd mee. Dit kwam overeen met de waarnemingen van het observatieteam, die [medeverdachte 1] naar vakantiepark [naam vakantiepark] zagen rijden. Ook het voertuig waarvan [naam 3] gebruik maakte ( [kenteken 2]) werd weer in deze omgeving geregistreerd (en op het vakantiepark gezien door het observatieteam), evenals zijn telefoontoestel.
De Mercedes Vito van [medeverdachte 1] werd opnieuw geparkeerd op het vakantiepark in [plaats] en er waren geen verplaatsingen naar Klazienaveen zichtbaar van de telecommunicatiemiddelen van [medeverdachte 1].
Het toestel van [naam 3] werd op 25 november 2025 wel geregistreerd in het dekkingsgebied van een cell-ID nabij het drugslab (en door het observatieteam werd gezien dat de [kenteken 2] naar het drugslab reed, met [naam 3] als bestuurder).
Op 26 november 2025 werden de telecommunicatiemiddelen van [medeverdachte 1] de gehele dag geregistreerd in de omgeving van [plaats].
27 en 28 november 2025
Op 27 november 2025 te 08.20 uur is [medeverdachte 1] aangehouden in het drugslab te Klazienaveen.
15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van observatie van dinsdag 11 november d.d. 18 november 2025, opgenomen op pagina 743 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
Op 11 november 2025 om 15:55 uur stond de Mercedes voorzien van het kenteken [kenteken 3] [kenteken 3] geparkeerd bij hotel Van der Valk in Nieuw Amsterdam. Gezien werd dat verdachte [medeverdachte 1]
[medeverdachte 1] als bestuurder in de auto zat. Om 16:44 uur werd waargenomen dat de bakwagen van [koeriersbedrijf] ( [kenteken 1]) de parkeerplaats bij Van der Valk in Nieuw-Amsterdam op reed en
stopte ter hoogte van de Mercedes [kenteken 3]. Verdachte [medeverdachte 1] stapte als bijrijder in de bakwagen en daarna vertrok het voertuig naar de Kloostermanswijk WZ te Klazienaveen.
16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 27 januari 2026, opgenomen op pagina 945 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend als verklaring van verdachte [verdachte]:
V: Sinds wanneer heb jij het pand verhuurd?
A: Nou, dat was officieel in april (de rechtbank begrijpt: 2025) is het begonnen. Een vent is geweest en toen kwam dat voor ook allemaal leeg. En die vroeg aan mij of ik nog wat te huur had. Ik heb het pand laten zien. Hij zei toen dat hij er op terug zou komen.
V: Wanneer werd je door die twee andere mannen benaderd? A: Ik denk ongeveer 3 weken later. Ik denk mei/april.
V: Kun je die mannen omschrijven?
A: Het was dezelfde man en die andere man was kleiner wat gedrongen.
V: Wanneer hebben ze definitief gehuurd?
A: Nou ze zijn nog een keer geweest en vroegen om de sleutel om nog een keer te kijken. Dat was vrij vlot na de eerste ontmoeting, ongeveer 5 dagen later. Ze hebben toen gekeken en ik kon er van uitgaan dat ik het aan hun kon verhuren.
A: Ik had afgesproken dat we 500 contant zouden doen. V: Ze komen weer langs en wanneer gaan ze er fysiek in? A: de eerste of tweede week van juni.
V: Wat hebben ze erin gezet?
A: Blanke vaten. Het waren van die grote vaten waar metaal omheen zat. V: Was je daar bij toen ze dat naar binnen brachten?
A: Ja.
V: Hoeveel vaten werden er naar binnen gebracht? A: Het waren er wel een stuk of 10 dacht ik.
V: Hoe werden die gebracht? A: Met een vrachtwagen.
V: Wanneer ontving jij de eerste 500 euro.
A: Ze betaalden me per 3 maand. 1500 euro. Ik heb dat gezegd toen ze die vaten brachten. Ik zei dat ik het geld wel wilde hebben. En toen hebben ze 3 à 4 dagen later het geld gegeven.
V: Van wie ontving je het geld?
A: Van euh.. ik denk dat het die vent is met de kale kop. Die heb ik op de foto gezien van de vent die opgepakt is.
V: Een van de twee mannen die aangehouden is, heeft jou dat geld gegeven. A: Ja, dat was een soort bedrijfsleider of hoe moet je dat zeggen.
V: Hoeveel geld ontving je toen van die man en in welke coupures? A: In briefjes van 50. 1500 in totaal
V: Hoe noemde deze man zichzelf? A: Ouwe.
V: Toen die IBS vaten werden uitgeladen, wie waren daar nog meer bij?
A: Die vrachtwagenchauffeur, die kale en twee andere mannen. 1 heb ik eerder gezien toen hij kwam verhuren.
V: Nadat de vaten werden uitgeladen ben je toen nog in contact met hun gekomen?
A: Ze hebben een sleutel gekregen en ik heb gezegd dat ik op de sportschool was en als er hulp nodig was konden ze me vragen dat ging ik ze helpen.
V: Ben je er later nog geweest? A: Ja ik ben daar nog geweest.
V: Wanneer was je er voor het laatst geweest?
A: Dat weet ik zo niet meer. Ik heb nog een keer meegeholpen. En ik ben natuurlijk wel eens in de andere kant geweest.
V: Met wat heb je toen geholpen?
A: Ja toen moesten ze een heftruck hebben, toen belden ze me op. V: Wanneer was dat?
A: september.
V: Wat heb je toen gedaan?
A: Ze hadden een grote container er staan () Ze konden de vaten er niet in krijgen. Ze vroegen of ik een heftruck kon regelen. Het was iets met wat zwart verpakt was. En die blanke vaten, jerrycans moesten weer ergens anders heen. Dat waren ik denk 4 pallets vol met van dat witte rommel.
V: Waar heb je die vaten in gezet? A: In een container.
V: Wat voor kleur had die container? A: Geel of oranje. (...)
V: Heb je nog iets geroken?
A: Jawel, ik vond het wel zurig.
V: Welke gedeelte van het pand heb jij verhuurd? A: Ik heb B, C en D verhuurd.
V: Wie heeft allemaal toegang tot het drugslab? Wie konden daar komen?
A: Ik denk alleen die jongen zelf. () er is een ander slot op gezet. Ik kon het pand ook niet meer in met mijn sleutel.
V: Wanneer kwam je daar achter? A: Begin of eind augustus.
A: Ik heb die ouwe gebeld en toen vroeg ik waarom ik een sleutel niet kon gebruiken. Hij zei dat het slot kapot was, maar het kwam op mij over dat ze geen pottenkijkers wilden hebben. O: We willen je graag twee fotos laten zien van de mannen die in het lab zijn aangehouden ten tijde van de inval. De eerste foto die getoond werd betrof verdachte [medeverdachte 1].
V: Wie is dit?
A: Ja dat is ouwe.
V: Welk slot was er vervangen?
A: Naast de roldeur, de deur die daar zat kon toen niet open. Zij hebben daar een nieuw slot in gezet.
V: Toen wij ter plaatse waren ten tijde van de inval heb ik ( [naam 5]) die ochtend met jou gesproken Ik vroeg toen aan jou of je een sleutel had van het pand. Jij was toen in het bezit van een sleutel van de showroom. Via die zijde zijn wij het pand in gegaan. Op de plattegrond is dit ruimte J. Ruimte J gaf toegang tot de overige ruimtes. Hoe kom je dan aan deze sleutel?
A: Die is van mij, het is mijn pand. V: Je kan dus het lab binnen?
A: Ja.
V: Dus je bent wel in het bezit geweest van een sleutel van het pand. A: Ja.
V: Jij vertelde bij de instap op 27 november dat jij met een man die jij kale noemde contact had. Klopt dat?
A: Ja. Dat is dezelfde als op de foto. Ik noemde hem kale en toen ik daar was hoorde ik dat ze hem ouwe noemden.
V: Stuurde hij ook daar jongens aan? A: Ja, ze luisterden wel naar hem.
V: Hoe vaak heb jij die man die je net herkende op de foto gezien bij de loods? A: 5 à 6 keer.
V: In welke periode was dat?
A: In het begin was hij er niet direct bij. Mei juni heb ik hem voor het eerst gezien, en voor het laatst ook nog wel na het heftruck rijden.
V: Jouw telefoon welke op 27 november 2025 in beslag is genomen is door ons onderzocht. Op 15 mei 2025 ontving jij een afbeelding van [naam 2]. Wij laten jou deze afbeelding zien.
V: Jij reageert op [naam 2] met: oke V: Waarvoor was deze buis?
A: Het is een hulpstuk. Het is op de sportschool afgeleverd toen.
V: Je hebt hem in de gang gezet?
A: Er is een paar keer wat bij mij gebracht. Ze waren er niet altijd. Ze hebben me wel eens gevraagd wanneer ze er niet zijn ik dat in ontvangst wil nemen. Ik heb ook een keer s morgens een bus met pallets die ingepakt waren ontvangen. Ik heb het in de gang gezet, ze hebben het opgehaald, de sportschool is de hele dag open.
V: Er zijn meerdere camerabeelden door de politie gevorderd. We hebben beelden van 8
september 2025. Op de beelden is te zien dat een man op een heftruck de loods via de roldeur in en uit rijd.
A: Dat was het inladen van de container. V: Wie is man 3?
A: Dat ben ik zelf. [naam 1] is man 1.
V: Wie heeft jou gevraagd om een heftruck te regelen? A: Ouwe. Alles ging via ouwe.
DNA
V: Wij hebben van jouw DNA afgenomen. Er is DNA een biologische spoor, speeksel, van jou aangetroffen op de drinkrand van een blikje Energy Reign Total body. Dit blikje is aangetroffen in ruimte G.
V: Wanneer ben je in deze ruimte geweest?
A: We hebben daar een keer een broodje gegeten. Oktober, september ik weet het echt niet. V: Volgens mij moetje door ruimte A, E om in G te komen. Klopt dat?
A: Ja klopt.
17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 21 april 2026, opgenomen op pagina 985 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte [verdachte]:
V: Hoe gingen die jongens naar binnen?
A: Via de roldeur en een deur die er naast zat.
V: Hoe vaak ben jij in de loods geweest, dat die jongens daar huurden? A: () ik ben er wel een paar geweest.
V: Ben jij nog op een andere manier in de loods geweest?
A: Ik ben wel eens via de grote deur naar binnen gebracht. Ik heb toen voor hun van die vaten naar binnen gebracht met de heftruck. En we hebben toen dat boiler ding daar weggehaald. Dat mixer ding.
V: Hoe ging jij naar de loods toe? A: Met de auto of met de fiets.
O: Jij hebt jezelf herkend op camerabeelden van 8 september 2025 dat jij op een heftruck zat en dat jij die jongens toen hebt geholpen met het in en uit laden van goederen.
V: Heb jij op andere dagen nog geholpen bij het lab?
A: Ik heb wel een paar keer geholpen. Dat zeker. Dat met die vaten. V: Bedoel je dan met de heftruck?
A: In het begin heb ik ook nog een keer wat gedaan, ik heb die pijp daar nog naartoe gebracht. V: Wie waren daar toen bij aanwezig?
A: Toen ik de pijp daar bracht heb ik alleen die kale gezien.
O: We willen je camerabeelden laten zien, dit zijn camerabeelden van 11 november 2025. V: Wat zie je op de beelden?
A: Toen is de vrachtwagen leeggehaald. O: Wij herkennen jou op de beelden.
A: Ja dat klopt wel () Toen hebben ze me gebeld om te vragen of wilde helpen met uitladen. Er zaten lege vaten bij en gasflessen. Dat klopt wel.
V: We zien op de camerabeelden dat jij de laadklep van de vrachtauto opende. Wat zat er in de vrachtwagen?
A: Er zaten behoorlijk wat gasflessen in en die vaten. Het stond niet op een pallet. V: Hoe heb je dit er uit gehaald?
A: Met de hand.
V: Wie had jou gevraagd voor deze klus? A: Die ouwe.
V: Bedoel je daar dezelfde mee als de kale? A: Ja.
V: Wat zou er opgeslagen worden?
A: Dat weet ik ook niet. In het begin was het allemaal opslag, toen ik de pijp bracht dacht ik al dat weet ik niet. En op een gegeven moment met die gasflessen. Ik kwam wel eens binnen en het rook ook wel eens vreemd. Ik wilde wel eens binnen kijken maar dacht mocht niet. Die kale maakte mij wel duidelijk dat ik dat niet moest doen.
18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 27 november 2025, opgenomen op pagina 849 van voornoemd dossier, voor zover inhoudend als verklaring van verdachte [medeverdachte 2]:
A: Ik heb daar twee nachten geslapen.
V: Hoe laat ben je daar dinsdag aangekomen? A: In de avond. Het was donker.
A: Met een bus. Een witte bestelbus. (...) De bus hing een beetje scheef vanwege de zware dozen die achterin stonden. De bus had een enkele cabine en daar kunnen drie personen in zitten. Ik zat in het midden.
A: Veel () Ik denk 40-45 dozen. V: Wat zat er in de dozen?
A: Apaan. Grondstof waar de drugs mee gemaakt wordt. V Hoe wist jij wat er in de dozen zat?
A: Omdat ze mij van tevoren hadden gevraagd om erin te gaan werken. Ik bedoel dan werken in het drugslab.
V: Hoe weet je dan wat er in de dozen zat? A: Dat hebben ze mij verteld.
V: Jullie komen dan aan en gaan de spullen uitpakken. Waar zetten jullie de dozen naar? A: In de ruimte waar het afval staat.
Ik heb de dozen mee uitgepakt en in de andere ruimte uitgepakt. De dozen kapot gemaakt en opgestapeld en in een andere ruimte gelegd. Ik moest handschoenen aan en een masker op.
V: Dat Apaan hoe zat dat verpakt?
A: In de doos en dan in een zak, nog een zak, nog een zak en het is poeder. Kleur is wit of geel. V: Toen je daar aankwam hoe zag de loods er toen uit?
A: Stinken, Stinken. Het was vies.
V: Ben jij op enig moment alleen geweest in die loods? A: Nee
V: Heb je de man met wie je bent aangehouden al eerder gezien? V: Hoe noemde jij hem?
A: Pik, kale, ouwe.
V: Wat heb je die twee dagen daar gedaan? A: Gepoetst en opgeruimd.
V: Heb jij ook iets gedaan in het proces van..
A: Ik heb dingen klaar gezet en gepoetst. Het stonk daar gewoon van de chemicaliën. Heel veel dingen stonden open zonder dop.
19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 februari 2026, opgenomen op pagina 856 e.v. van voornoemd procesdossier, voor zover inhoudend als verklaring van verdachte [medeverdachte 2]:
V: Hoe kwamen ze bij jou?
A: Ik was bij een jongen en hij moest ergens wat doen. We troffen toen iemand en die persoon vroeg mij of ik een keer mee wilde om dozen te brengen.
V: Hoe kwam deze afspraak om naar Klazienaveen te gaan tot stand?
A: Die jongen vroeg mij dus of ik mee kon gaan om te kijken hoe het eruit zag in het lab. Ik zou dan gelijk mee teruggaan nadat ik zou hebben gekeken. Maar toen moest ik de hele nacht blijven. Dit is de enige keer dat ik bij het drugslab ben geweest.
V: wat zou jouw rol zijn?
k. Alleen die dozen brengen en dan meteen gaan,
V: Dus je hebt geld ontvangen voor onderdak en eten om alleen één keer dozen te brengen met Apaan? A: Juist.
V: Met hoeveel mensen zat je in de auto? A: De chauffeur, [medeverdachte 1] en ik.
Bewijsmotivering
In de loods van verdachte op het adres [adres 3] in Klazienaveen is een werkend drugslab aangetroffen. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat het laboratorium een grote omvang had en dat een grote hoeveelheid stoffen en voorwerpen in de loods aanwezig is geweest. Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat zich op meerdere momenten gedurende de onderzoeksperiode verschillende personen en voertuigen nabij de ingang van de loods bevonden en bewogen, waaronder [medeverdachte 1]. Verdachte is op meerdere data op camerabeelden te zien nabij de ingang van de loods samen met andere personen die kennelijke betrokkenheid bij het laboratorium hadden. Verdachte heeft verklaard dat hij ruimtes in zijn loods heeft verhuurd aan hem onbekende mensen tegen contante betaling. Verdachte is naar eigen zeggen meerdere malen in de verhuurde ruimtes in de loods geweest waar na de ontdekking van het drugslab goederen zijn aangetroffen die aan de productie van synthetische drugs gerelateerd kunnen worden. In de kantoorruimte in de loods is DNA van verdachte aangetroffen op twee blikjes drinken. Verdachte kon vanuit de bij hemzelf in gebruik zijnde ruimtes in alle verhuurde ruimtes komen, ook in de productieruimte. Hij vond dat het er zurig rook. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij heeft geholpen om goederen met een heftruck in de loods te brengen en vanuit de loods in een container te laden en dat hij goederen in ontvangst heeft genomen. Ten tijde van de inval zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangetroffen. Zij hadden grondstoffen ten behoeve van de productie van amfetamine meegebracht.
Gelet op het voorgaande kan het redelijkerwijs niet anders dan dat verdachte op enig moment in de tenlastegelegde periode, dus na ingang van de verhuurdatum en vóór de inval door de politie, weet heeft gekregen van de aanwezigheid van het drugslab en de voorwerpen en stoffen in de loods. De stelling van
verdachte dat hij hiervan geen weet had acht de rechtbank onaannemelijk. Gelet op de beschrijving door het LFO van de voorwerpen en stoffen in de diverse met letters aangeduide ruimtes en de zurige geur die verdachte heeft waargenomen kan het niet anders dan dat verdachte wist wat er gaande was in de loods.
De rechtbank overweegt daarbij dat het een feit van algemene bekendheid is dat voor de productie van synthetische drugs verschillende soorten hardware (ketels, gasbranders, IBCs, cilinders en dergelijke) en grote hoeveelheden chemicaliën nodig zijn, en dat chemische stoffen die vaak bij de productie van synthetische drugs worden gebruikt in jerrycans en blauwe vaten zijn verpakt. Voorts is het inmiddels een feit van algemene bekendheid dat laboratoria gericht op de productie van synthetische drugs vaak in het buitengebied van de provincie worden aangetroffen en dat deze laboratoria zich vaak bevinden in loodsen en stallen. Redenen om te veronderstellen dat verdachte hiervan geen kennis droeg, heeft het strafdossier noch het verhandelde ter terechtzitting opgeleverd.
De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen en de hiervoor weergegeven overwegingen van oordeel dat verdachte opzettelijk medeplichtig is geweest, door ruimtes in zijn loods ter beschikking te stellen, goederen in ontvangst te nemen, en goederen in/uit de loods te brengen voor de productie van amfetamine-base door onder andere [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (feit 1 subsidiair).
Daarnaast heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen voorbereidingshandelingen verricht als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet voor de exploitatie van een drugslab, waaronder het wederom ter beschikking stellen van ruimtes in de loods, het in ontvangst nemen van goederen en het in/uit de loods te brengen van goederen (feit 2).
Wat betreft het onder 2 tenlastegelegde merkt de rechtbank op dat onder het bereik van artikel 10a van de Opiumwet onder meer vallen het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van een strafbaar feit. Hoewel deze gedragingen in artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht als medeplichtigheidshandelingen worden gezien, kunnen deze gedragingen op grond van artikel 10a van de Opiumwet worden gekwalificeerd als het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen. Dit is een op zichzelf staand strafbaar feit waaraan verdachte zich in de ogen van de rechtbank schuldig heeft gemaakt door de loods te blijven verhuren c.q. ter beschikking te stellen en niet in grijpen terwijl hij wist of had moeten weten van de aanmerkelijke kans op de illegale situatie. Voorts heeft verdachte de voorwerpen en stoffen voorhanden gehad terwijl hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat deze bestemd waren voor drugsproductie. Aldus heeft verdachte zelfstandig uitvoeringshandelingen verricht die strafbaar zijn gesteld in artikel 10a van de Opiumwet. In aanmerking genomen dat verdachte ook wist dat anderen betrokken waren bij de situatie in de loods, heeft verdachte tenminste voorwaardelijk opzet gehad op het tezamen en in vereniging met anderen plegen van die voorbereidingshandelingen.
Naar het oordeel van de rechtbank is de bijdrage van verdachte dan ook van voldoende gewicht geweest om te spreken van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, welke samenwerking gericht was op het plegen van de genoemde voorbereidingshandelingen.
Conclusie
Een en ander leidt tot de slotsom dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich aan de onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde feiten heeft schuldig gemaakt.
Al hetgeen door of namens de verdachte ten verweer is betoogd, stuit af op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen en beslist.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht feit 1 subsidiair en feit 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en een of meer onbekend gebleven personen in de periode van 1 april 2025 tot en met 27 november 2025 te Klazienaveen, tezamen en in vereniging met anderen, in en/of vanuit een loods/pand gelegen aan of bij de [adres 2] / [adres 3] / [adres 4],
telkens opzettelijk hebben bereid, bewerkt, verwerkt en vervaardigd, grote hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine-base, zijnde amfetamine-base een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 1 april 2025 tot en met 27 november 2025 te Klazienaveen, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft, door
- een pand te verhuren en ter beschikking te stellen,
- een hoeveelheid goederen in/uit dit pand te brengen/halen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van synthetische drugs, waaronder IBCs, pallets, gascilinders, vaten, jerrycans, zakken en een pijp en
- goederen in ontvangst te nemen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van synthetische drugs;
2
hij, in de periode van 1 april 2025 tot en met 27 november 2025 te Klazienaveen, tezamen en in vereniging met anderen, in en/of vanuit een pand gelegen aan of bij de [adres 2] / [adres 3] / [adres 4],
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken en
- het opzettelijk vervaardigen van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten amfetamine-base
- om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid en middelen te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door al dan niet met zijn mededader(s)
- voornoemd pand te verhuren en ter beschikking te stellen,
- het in dit pand controleren van het productieproces/het drugslaboratorium op gebreken en/of ter optimalisering van het productieproces,
- goederen in ontvangst te nemen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van synthetische drugs,
- een grote hoeveelheid dozen met daarin Apaan te vervoeren en dit pand binnen te brengen en vervolgens deze dozen uit te pakken, kapot te maken, te stapelen, in een andere ruimte te leggen,
- een hoeveelheid goederen in/uit dit pand te brengen/halen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van synthetische drugs, waaronder IBCs, pallets, gascilinders, vaten, jerrycans, zakken en een pijp,
- in dit pand goederen voorhanden te hebben die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van synthetische drugs, waaronder meerdere RVS-destillatieopstellingen (met RVS-ketels), een RVS-koelbuis, waterstofzuigers/pomp, jerrycans, IBCs, klemdekselvaten, speciekuipen, maatbekers, flexibele slangen, (slakkenhuis)ventilatoren, koolstoffilters, gascilinders, gasbranders, maskers, een elektrisch roerwerk, een RVS-pan, een mixer, een scheitrechter, een werktafel en een thermometer en
- in dit pand grondstoffen en chemicaliën voorhanden te hebben die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van synthetische drugs, waaronder natriumhydroxide, fosforzuur, BMK (benzylmethylketon), caustische soda, formamide, mierenzuur, N-formylamfetamine en ethyl 4-fenylacetoacetaat,
- aldus voornoemde loods/pand in te richten om synthetische drugs te vervaardigen.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
1 subsidiair
medeplichtigheid aan: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B en D, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
2
medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 primair en feit 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman als persoonlijke omstandigheden van verdachte aangevoerd dat hij ondernemer is en kostwinner voor het gezin. Oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zal leiden tot uitval in de onderneming (sportschool), verlies van inkomsten en aantasting van de stabiliteit van het gezin. De verdediging verzoekt de rechtbank die gevolgen concreet mee te wegen en om in ieder geval geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de rapportage van Reclassering Nederland d.d. 8 oktober 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 21 september 2026, de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de strafbare feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan de productie door anderen van synthetische drugs (amfetamine(-base)). Verdachte heeft voor dat doeleinde ruimtes in zijn loods ter beschikking gesteld aan drugsproducenten en hand- en spandiensten verricht. Daarnaast heeft hij zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan voorbereiding van productie van amfetamine(-base).
Hoewel verdachte niet zelf synthetische drugs heeft geproduceerd, is zijn gedrag laakbaar. Door zijn ogen te sluiten voor hetgeen in zijn loods gaande was, heeft hij de productie van amfetamine-base gefaciliteerd en daarmee de productie van synthetische drugs in stand gehouden.
Het is algemeen bekend dat synthetische drugs, en verdovende middelen in het algemeen, zeer schadelijk zijn voor de volksgezondheid en bovenal voor de gezondheid van de gebruikers van deze middelen.
Amfetamine is een zeer verslavende drug. Het is wetenschappelijk aangetoond dat het frequent gebruik van harddrugs de gezondheid kan schaden, met name ook waar het het risico op geestelijke aandoeningen betreft. Bovendien bekostigen gebruikers hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen.
Daarnaast wordt het chemisch afval dat ontstaat bij de productie vrijwel altijd illegaal gedumpt, hetgeen zeer schadelijk is voor het milieu. Zowel de productie van een synthetische drug, zoals amfetamine(-base), als het daaruit voortkomende chemische afval en het dumpen van dat afval, zijn dan ook maatschappelijk ontwrichtend. Het opruimen van drugsafval wordt daarenboven uit publieke middelen bekostigd die daardoor niet aan andere overheidstaken kunnen worden besteed.
Voorts wijst de rechtbank op de vele risicos die gepaard gaan met het opslaan en bewerken van diverse chemicaliën in een illegaal drugslaboratorium, zoals brand, ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige en bijtende dampen. Dit is niet alleen levensgevaarlijk voor de producenten van de drugs, maar ook voor mensen die in de omgeving van het drugslaboratorium wonen.
Het is tot slot ook een feit van algemene bekendheid dat de productie van en handel in synthetische drugs in handen is van grote, georganiseerde criminele verbanden die daarmee grote winsten maken en hun belangen in deze handel en productie beschermen met geweld en bedreiging met geweld.
Verdachte heeft kennelijk enkel gedacht aan zijn eigen financiële gewin en zich totaal niet bekommerd om de risicos voor zijn gezin en omwonenden en de schadelijke gevolgen van zijn handelen voor anderen en het milieu. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 september 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat verdachte in 2008 voor het laatst is veroordeeld voor een strafbaar feit (onder meer hennepteelt) en dat hij sindsdien niet in aanraking is geweest met politie of justitie.
Uit de rapportage van Reclassering Nederland komt naar voren dat het leggen van een relatie tussen de feiten en de persoon van verdachte en mogelijke problemen lastig is omdat verdachte grotendeels ontkent. Het herhalingsgevaar wordt ingeschat als laag-gemiddeld. Verdachte heeft zijn leven grotendeels op orde en er is geen hulpvraag. De reclassering adviseert een straf zonder voorwaarden waarbij wordt aangegeven dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf forse consequenties voor zijn sportschool en de financiën in het gezin zal hebben.
Tijdens de zitting heeft de verdachte in dit verband onder meer verklaard dat hij werkzaam is als zelfstandig ondernemer, dat hij getrouwd is en een gezin heeft en dat een gevangenisstraf onevenredig zwaar op hem en zijn gezin zal drukken. Verdachte heeft geen personeel en in het geval aan hem een gevangenisstraf wordt opgelegd, zal hij zijn sportschool moeten sluiten. Verdachte heeft verklaard dat hij zijn bedrijf al 30 jaren uitoefent in (een ruimte in) de loods aan de [adres 5] en dat hij ook al vele jaren huurders heeft in de overige ruimtes.
De strafoplegging
Bij de beslissing over de aard en de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS), waarin uitgangspunten voor rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. De rechtbank heeft eveneens gekeken naar de straffen die in vergelijkbare gevallen zijn opgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur in beginsel passend is. Rekening houdend met de persoonlijke belangen van verdachte en de laag/gemiddelde kans op herhaling zal de rechtbank daartoe niet overgaan maar aan verdachte een (maximale) taakstraf van 240 uren opleggen. Om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen legt de rechtbank daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van acht (8) maanden met een proeftijd van drie (3) jaren.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 48, 49, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a van de Opiumwet.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder feit 1 subsidiair en onder feit 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld, en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.
Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
een taakstraf voor de duur van 240 uren.
Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.
Dit vonnis is gewezen door mr. G. Eelsing, voorzitter, mr. R. Depping en mr. L.E. Ettema, rechters, bijgestaan door mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 oktober 2026.
Mr. R. Depping en mr. L.E. Ettema zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 57 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 2 Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 10 Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 10a Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 3a Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 48 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14b Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22d Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 47 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 49 Sr meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.