Uitspraak · Materieel strafrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 4 augustus 2026

ECLI:NL:RBNNE:2026:3164Zaaknummer 18-067371-26

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Publicatiedatum
4 augustus 2026
Zaaknummer
18-067371-26
Rechtsgebied
Strafrecht, Materieel strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van het in bezit hebben van dierenporno en het verwerven, in bezit hebben en verspreiden van kinderporno, terwijl van het plegen hiervan een gewoonte wordt gemaakt. Daarnaast heeft verdachte kindersekspoppen in zijn bezit gehad. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden.

De rechtbank gelast de teruggave van:

- 1 STK USB-stick met goednummer 1918111

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. C. Brouwer en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. M.A.W. Egberink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 augustus 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Beoordeling van het bewijs
  2. Bewezenverklaring
  3. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
  4. Strafbaarheid van verdachte
  5. Strafmotivering
  6. Beslag
  7. Toepassing van wetsartikelen
  8. Uitspraak
  9. De rechtbank
  10. De rechtbank onttrekt aan het verkeer:
  11. De rechtbank verklaart verbeurd:
  12. De rechtbank gelast de teruggave van:

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18-067371-26

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 augustus 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1],

thans gedetineerd te [instelling].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 juli 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. O.T. Horsten, advocaat te Groningen.

Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S. Broekstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 3 maart 2026 te Groningen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 3 maart 2026, artikel 252 Wetboek van Strafrecht) een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking

waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven, heeft verspreid, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten

  • een Dell en/of Lenovo laptop en/of
  • een of meer harde schijven (van het merk WD Elements en/of Western Digital) en/of
  • een of meer mobiele telefoons (van het merk Samsung),

waarop te waarop te zien is dat:

  • een minderjarig persoon oraal en/of anaal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis en/of voorwerp en/of tong en/of vinger/hand en/of
  • een ander persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of tong door die minderjarige en/of
  • het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een voorwerp door die minderjarige

en/of

het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden aangeraakt en/of het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van een ander kind/persoon wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten aanraakt

en/of

- een dier vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door een minderjarige

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past

en/of

  • die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn kleding ontdoet en/of
  • door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de fotos/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht

(afbeeldingsnummer(s) noemen, met verwijzing naar vindplaats in dossier)

en/of

dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.

2.

hij op of omstreeks 3 maart 2026, te Groningen in elk geval in Nederland, zeven, althans een of meer voorwerp(en) met een uiterlijke verschijningsvorm van een kind of van een lichaamsdeel van een kind dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, dat bestemd was om seksuele handelingen mee te verrichten, te weten zeven, althans een

of meer kindersekspoppen heeft verspreid, heeft aangeboden, openlijk tentoon heeft gesteld, heeft vervaardigd, heeft ingevoerd, heeft doorgevoerd, heeft uitgevoerd, heeft verworven en/of in bezit heeft gehad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hetgeen verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd, wettig en overtuigend kan worden bewezen, gelet op het procesdossier en de bekennende verklaring van verdachte.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat het verspreiden van kinderporno pas vanaf april 2025 plaatsvond en derhalve niet voor de gehele tenlastegelegde periode bewezen kan worden. Met betrekking tot de dierenpornografie kan verspreiding niet worden bewezen. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat uit het voorgeleidingsdossier blijkt dat slechts vier van de zeven inbeslaggenomen poppen als kindersekspoppen kunnen worden aangemerkt. Voor het overige refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht hetgeen verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd, wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359,

derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

  • de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juli 2026;
  • een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 juni 2026 opgenomen op pagina 9 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2026055758 d.d. 25 juni 2026, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant];
  • een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 juni 2026, opgenomen op pagina 7 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant].

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Ten aanzien van feit 1 Partiële vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van het verspreiden van de kinderporno, de verweten periode van 1 juli 2024 tot en met 3 maart 2026, niet in zijn geheel wettig en overtuigend kan worden bewezen en zal verdachte daarom met betrekking tot het verspreiden vrijspreken van een deel van de periode van de tenlastelegging en het ten laste gelegde ten aanzien van het verspreiden van de kinderporno slechts bewezen verklaren voor de periode van 1 april 2025 tot en met 3 maart 2026, nu verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij in april 2025 is begonnen met het verspreiden van verschillende soorten afbeeldingen en videos met daarop kinderpornografisch materiaal. Met betrekking tot de dierenpornografie oordeelt de rechtbank dat verspreiding niet kan worden bewezen.

Ten aanzien van feit 2 Partiële vrijspraak

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat slechts vier van de zeven kindersekspoppen wettig en overtuigend kunnen worden bewezen en zal daarom voor de bewezenverklaring uitgaan van het in bezit hebben van vier kindersekspoppen, nu uit het dossier blijkt dat alleen de poppen 2, 3, 4 en 7 bestemd zouden kunnen zijn voor het verrichten van seksuele handelingen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2018 tot en met 3 maart 2026 te Groningen (in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) een of meer afbeeldingen en - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en schijnbaar was betrokken heeft

verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

en

(in de periode van 1 april 2025 tot en met 3 maart 2026, artikel 252 Wetboek van Strafrecht) een of meer visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid,

en

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 3 maart 2026, artikel 252 Wetboek van Strafrecht) een of meer visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten

  • een Dell en Lenovo laptop en
  • een of meer harde schijven (van het merk WD Elements en Western Digital) en
  • een of meer mobiele telefoons (van het merk Samsung),

waarop te waarop te zien is dat:

  • een minderjarig persoon oraal en anaal en vaginaal wordt gepenetreerd met een penis en voorwerp en tong en vinger en
  • een ander persoon oraal en anaal wordt gepenetreerd met een penis en tong door die minderjarige en
  • het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een voorwerp door die minderjarige

en

het geslachtsdeel, de billen en de borsten van die persoon worden aangeraakt en het geslachtsdeel, de billen en de borsten van een ander kind worden aangeraakt door die persoon en die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en de eigen borsten aanraakt

en

- een dier vaginaal en anaal wordt gepenetreerd door een minderjarige

en

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

  • die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en gekleed is en opgemaakt is en in een omgeving en met een voorwerp en in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en
  • die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn kleding ontdoet

en

- door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van die persoon en de uitsnede van de fotos/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld worden gebracht

en

dat bij het gezicht en het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en bij het gezicht en het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en bij het gezicht en het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden

terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.

2.

hij op 3 maart 2026 te Groningen, een of meer voorwerpen met een uiterlijke verschijningsvorm van een kind of van een lichaamsdeel van een kind dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, dat bestemd was om seksuele handelingen mee te verrichten, te weten een of meer kindersekspoppen, in bezit heeft gehad.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. visuele weergaven en afbeeldingen en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en verspreiden en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

en

visuele weergaven en afbeeldingen en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen van ontuchtige handelingen, waarbij mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

2. voorwerpen met een uiterlijke verschijningsvorm van een lichaamsdeel van een kind dat de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dat bestemd is om seksuele handelingen mee te verrichten, in bezit hebben.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het reclasseringsrapport van 17 juli 2026. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de in beslag genomen en niet teruggegeven gegevensdragers van verdachte verbeurd zullen worden verklaard en dat de kindersekspoppen worden onttrokken aan het verkeer.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een langere voorwaardelijke gevangenisstraf, nu de feiten in verminderde mate aan verdachte moeten worden toegerekend. Volgens de raadsman dient het accent van de straf meer te liggen op behandeling, begeleiding en het voorkomen van herhaling, dan op een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Ten aanzien van het beslag heeft de raadsman aangevoerd om de teruggave te gelasten van de inbeslaggenomen gegevensdragers, met uitzondering van het strafbare materiaal dat op die gegevensdragers aanwezig is.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de rapportages van de reclassering, de Pro Justitia-rapportage, de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft over een periode van meerdere jaren een gewoonte gemaakt van het verwerven, bezitten en verspreiden van kinderpornografisch materiaal. Bij de productie van kinderpornografische afbeeldingen en videos worden kinderen op aangrijpende en veelal gruwelijke wijze seksueel misbruikt door volwassenen die hen juist tegen dit soort handelen in bescherming horen te nemen. Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die het slachtoffer zijn van misbruik, hiervan jarenlang, zo niet hun verdere leven, de psychische en lichamelijke gevolgen ondervinden. Door zijn handelen heeft de verdachte kindermisbruik in stand gehouden en eraan bijgedragen dat er een markt blijft waarop beelden van kindermisbruik worden aangeboden.

Ook heeft verdachte dierenporno voorhanden gehad. Ook hier geldt dat verdachte met zijn handelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van de verspreiding en het vervaardigen van dierenporno, waarbij dieren ernstig worden misbruikt en mogelijk ook pijn wordt aangedaan ten behoeve van de seksuele behoeftebevrediging van personen. Verdachte heeft hier geen enkel oog voor gehad.

Daarnaast heeft de verdachte kindersekspoppen in bezit gehad. Het bezit van dergelijke seksattributen draagt bij aan het in stand houden van een markt voor voorwerpen die seksualisering van kinderen in de hand werken en het creëren van een subcultuur dat seks met kinderen als normaal gedrag afspiegelt.

De rechtbank neemt dit alles verdachte zeer kwalijk en overweegt dat voor het plegen van dergelijke strafbare feiten in beginsel geen andere straf passend is dan een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennisgenomen van de Pro Justitia-rapportage van 24 juni 2026 van klinisch psychologen A.H. Schuring en D.R. van der Velden. De psychologen hebben geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een disharmonisch intelligentieprofiel, een autismespectrumstoornis en een gespecificeerde parafiele stoornis (DSM-5-TR5). Volgens de psychologen is er bij alle tenlastegelegde feiten sprake van doorwerking van deze stoornissen. Verdachtes remming van zijn afwijkende seksuele interesse en drang, schiet ernstig tekort. Dit is te begrijpen vanuit de combinatie van zijn parafiele stoornis en autismespectrumstoornis. Het advies is daarom om de tenlastegelegde feiten in een verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsadviezen van 17 juli 2026, 9 juli 2026 en 6 maart 2026. Daaruit volgt dat verdachte vanuit zijn autismespectrumstoornis beperkte sociale coping mechanismen en een beperkt aanpassingsvermogen heeft. Op meerdere momenten in zijn leven heeft hij in wisselende mate spanningen ervaren en piekerde hij over zaken. Ook zijn de copingvaardigheden aangaande het omgaan met spanningen en stress beperkt en zocht hij bij spanning in toenemende mate naar seks. Verder lijkt verdachte gemotiveerd om aan zichzelf en risicofactoren te werken en stelt hij zich tot op heden coöperatief op richting de penitentiaire inrichting en de reclassering. Verdachte laat probleembesef zien en neemt sinds zijn aanhouding verantwoordelijkheid voor zijn gedrag. Het risico op recidive wordt ingeschat als bovengemiddeld.

Ter zitting heeft verdachte bevestigt dat hij gemotiveerd is om behandeling te ondergaan en dat zijn gedrag mogelijk een risico op hands-on delicten vormt. Door verdachte is aangegeven dat hij daarover fantaseert en ook online met anderen over de mogelijkheden daartoe communiceert. De rechtbank acht dit zorgelijk en naar het oordeel van de rechtbank onderschrijft dit de noodzaak tot behandeling.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarnaast heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Tot slot heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat de tenlastegelegde feiten in verminderde mate aan verdachte toegerekend dienen te worden.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden (met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht), waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, conform de eis van de officier van justitie, passend en geboden. Aan het

voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf koppelt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken en te bewerkstelligen dat een oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de verdachte en zo de kans op recidive terug te dringen.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Beslag

De onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven gegevensdragers zijn vanwege het daarop aangetroffen kinderpornografische materiaal van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Deze voorwerpen zullen daarom aan het verkeer worden onttrokken. Ook de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggeven kindersekspoppen zullen worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de overige drie in beslaggenomen kinderpoppen oordeelt de rechtbank dat deze verbeurd zullen worden verklaard. De inbeslaggenomen USB-stick zal worden teruggegeven aan verdachte, nu hierop geen strafbaar materiaal is aangetroffen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36d, 57, 240b, 252, 253a van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Bepaalt dat (van) deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd:

  • dat de veroordeelde zich op uitnodiging meldt bij Reclassering Nederland, [adres 2], en dat hij zich daarna zal blijven melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt en dat hij zich daarbij houdt aan de aanwijzingen die hem door of namens de reclassering worden gegeven;
  • dat de veroordeelde, indien de reclassering dit nodig acht, meewerkt aan plaatsing in een instelling voor begeleid/beschermd wonen, zoals Forensisch Beschermd Wonen de Flat van GGZ Drenthe te Assen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
  • dat de veroordeelde met toestemming van de reclassering zelfstandig gaat wonen en indien de reclassering dit op dat moment nodig acht, meewerkt aan ambulante woonbegeleiding;
  • dat de veroordeelde meewerkt aan ambulante forensische behandeling door de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord (AFPN) onderdeel van GGZ Drenthe te Assen of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Indien er sprake is van oplopende spanningen en zodanige verslechtering van de psychische toestand van veroordeelde dat een kortdurende klinische opname voor stabilisatie/observatie/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken op bijvoorbeeld FRA de Wieken van GGZ

Drenthe (beveiligingsniveau 1). Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

5. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

6. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

7. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

8. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogrammas (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1 en 2 zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.

Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1 tot en met 3 beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die veroordeelde in gebruik heeft.

Veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar, meenemen. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van veroordeelde;

6. dat de veroordeelde op geen enkele wijze contact zoekt met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt veroordeelde dat er hulpverlening bij aanwezig is.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:

  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

De rechtbank onttrekt aan het verkeer:

  • 1 STK Laptop Deil Latitude met goednummer 1917636
  • 1 STK Laptop Lenovo met goednummer 1917637
  • 1 STK Samsung Galaxy A26 met goednummer 1917649
  • 1 STK Samsung met goednummer 1917651
  • 1 STK Harde schijf WD Elements met goednummer 1917652
  • 1 STK Computer BENQ met goednummer 1918104
  • 1 STK Harde schijf Western Digital met goednummer 1918110
  • 1 STK Harde schijf WD Elements met goednummer 1917723
  • 4 STK kindersekspoppen

De rechtbank verklaart verbeurd:

- 3 STK kinderpoppen

De rechtbank gelast de teruggave van:

- 1 STK USB-stick met goednummer 1918111

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. C. Brouwer en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. M.A.W. Egberink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 augustus 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.