Uitspraak · Insolventierecht
Rechtbank Noord-Nederland, 3 april 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2500Zaaknummer C/18/26/1088 R
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 3 april 2026
- Publicatiedatum
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- C/18/26/1088 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Toelating tot de WSNP ogv hhc zonder eerdere ingangsdatum. 2e kans ivm tbe eerdere WSNP-regeling.
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
wonende te [adres];
- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf de datum van dit vonnis;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. D.J. Klijn;
en tot bewindvoerder [bewindvoerder],
gevestigd te [adres];
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan verzoeker gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.[_d4cc88e1-1f04-44c1-842c-8c0f8e88f06e]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/26/1088 R
vonnis van 3 april 2026
in de zaak van:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
hierna te noemen: verzoekster.
PROCESGANG
Verzoekster heeft op 28 november 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 30 januari 2026. Daarbij is verzoeker verschenen tezamen met de heer [schuldhulpverlener werkzaam bij schuldhulpverleningsbedrijf], en mevrouw [medewerker van beschermingsbewindvoerdersbedrijf]
Van de partner van verzoekster, [partner verzoekster] (zaaknummer 250389 FT RK 25-1312), is eveneens op 28 november 2025 een verzoekschrift met bijlagen ontvangen tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. [partner verzoekster], is ter zitting van 30 januari 2026 niet verschenen, zodat een beslissing op het verzoek van verzoekster is aangehouden totdat [partner verzoekster] door de rechtbank is gehoord in zijn verzoek. De behandeling van het verzoek van [partner verzoekster] heeft plaatsgevonden ter zitting van 20 maart 2026.
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
Gebleken is dat verzoekster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden.
Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Faillissementswet (Fw) wordt een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.
Bij vonnis van 28 augustus 2024 is verzoekster toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De regeling is tussentijds beëindigd bij vonnis van 29 november 2024 op grond van artikel 350 lid 3 aanhef onder c Fw. Verzoekster is destijds niet verschenen op het verhoor op 30 september 2024. Ook is verzoekster niet op de tussentijdse beëindigingszitting op 8 november 2024 verschenen.
De rechtbank overweegt dat ten tijde van de wijziging van enkele WSNP bepalingen in de faillissementswet per 1 juli 2023 (wetsvoorstel 35915) als één van de uitgangspunten heeft gegolden dat er ruimhartiger en radicaler herkansingsbeleid moest komen. Om deze reden is de zogenaamde tienjaarstermijn, die was vastgelegd in artikel 288, tweede lid, onder d, Fw en die de rechter verplichtte tot afwijzing van een verzoek tot toelating indien minder dan tien jaar voorafgaand aan dit verzoek de schuldsaneringsregeling van toepassing was geweest, uiteindelijk volledig komen te vervallen. Dit is gebeurd via amendement nr. 21. In de toelichting op dit amendement staat onder andere dat de indieners van mening zijn dat iedereen die te goeder trouw is in principe een tweede kans verdient.
De vraag is of ondanks het verloop van de eerdere schuldsaneringsregeling, aannemelijk is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. Het verloop van de eerdere schuldsaneringsregeling staat hier in de gegeven omstandigheden niet aan in de weg. Ter zitting is duidelijk geworden dat het eerste contact met de destijds benoemde bewindvoerder zeer moeizaam is verlopen en dat miscommunicatie is ontstaan over de gang van zaken tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dit staat aan het aannemen van goede trouw niet in de weg.
De zeer recent ontstane schulden bij Amazon en Bol.com staan evenmin aan het aannemen van goede trouw in de weg.
De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum. Aan de hand van de ingediende stukken en hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank ook geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
BESLISSING
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
wonende te [adres];
- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf de datum van dit vonnis;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. D.J. Klijn;
en tot bewindvoerder [bewindvoerder],
gevestigd te [adres];
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan verzoeker gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.[_d4cc88e1-1f04-44c1-842c-8c0f8e88f06e]
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.