Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 15 april 2026

ECLI:NL:RBNNE:2026:1468Zaaknummer LEE 26/1043

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
LEE 26/1043
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Weigering wapenverlof. Geen spoedeisend belang.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. Havinga, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 26/1043

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 april 2026 in de zaak tussen

[naam uit plaats], verzoeker,

en

de korpschef van politie, namens deze, de politiechef van de Eenheid Noord-Nederland, de korpschef.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de weigering van zijn aanvraag om een wapenverlof. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

1.1.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

1.2.

De korpschef heeft met het besluit van 13 maart 2026 de aanvraag om een wapenverlof geweigerd. Tegen dit besluit heeft verzoeker administratief beroep ingesteld bij de minister van Justitie en Veiligheid.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

3. Verzoeker voert aan dat hij een spoedeisend belang heeft omdat zijn wapenverlof per direct is beëindigd en zijn vuurwapen in beslag is genomen. Hierdoor kan hij niet langer zijn schietsport uitoefenen. Ook was zijn schuttersstatus bij de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (de KNSA) ingetrokken waardoor zijn lidmaatschap bij de schietvereniging is beëindigd. Op 26 maart 2026 heeft de KNSA dit besluit herzien omdat zij tot de conclusie zijn gekomen dat er geen sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico in de omgang met vuurwapens. Verzoeker heeft daarnaast gewezen op de lange behandelduur van het administratief beroep. Ten slotte heeft verzoeker aangegeven dat er, gelet op het tijdsverloop tussen het voornemen en het besluit van 13 maart 2026, geen sprake is van een acuut veiligheidsrisico.

4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er géén sprake is van een spoedeisend belang. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Niet aannemelijk is dat er sprake is van zo’n mate van spoed dat verzoeker de beslissing op het administratief beroep niet kan afwachten. De (lange) behandelduur van het administratief beroep leidt op zichzelf niet tot een spoedeisend belang, daarvoor is meer nodig. In dit geval is het belang van verzoeker vooral gelegen in het feit dat hij niet langer de schietsport mag uitoefenen. Dit belang is naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van spoedeisendheid.

Conclusie en gevolgen

5. Gelet op het bovenstaande is het verzoek daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Dat betekent dat de weigering van het wapenverlof vooralsnog in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. Havinga, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.