Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 3 mei 2024

ECLI:NL:RBNNE:2024:1778Zaaknummer LEE 24/1633

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
3 mei 2024
Publicatiedatum
10 mei 2024
Zaaknummer
LEE 24/1633
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

PW. VV. Hoewel erom is verzocht, is geen besluit overgelegd waar verzoeker het niet mee eens is. Daarmee is niet voldaan aan connexiteitsvereiste. Verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2024.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 24/1633

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 mei 2024 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.

1.1.

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.1.

De voorzieningenrechter overweegt dat er alleen een voorlopige voorziening kan worden getroffen als er wordt voldaan aan het connexiteitsvereiste. Dit betekent dat naast het verzoek om voorlopige voorziening er ook sprake moet zijn van een bezwaar- of beroepszaak (de hoofdzaak). Het ontbreken van connexiteit leidt tot een niet-ontvankelijk verzoek om voorlopige voorziening.

3. Bij brief van 8 april 2024 heeft de rechtbank aan verzoeker de ontvangst van zijn verzoek om een voorlopige voorziening bevestigd. Hierbij is verzoeker ook verzocht om zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen een week na verzending van die brief te onderbouwen welke spoedeisende belangen het treffen van een voorlopige voorziening vereisen. Daarnaast is verzoeker verzocht om een kopie toe te sturen van het gehele besluit waar verzoeker het niet mee eens is, dan wel een stuk waaruit van dit besluit blijkt.

3.1.

Vervolgens stelt de voorzieningenrechter vast dat verzoeker op de brief van 8 april 2024 niet heeft gereageerd. Nu verzoeker geen besluit heeft overgelegd ontbreekt, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, de processuele connexiteit.

Conclusie en gevolgen

4. Gelet op het bovenstaande is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, omdat er niet wordt voldaan aan het connexiteitsvereiste. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2024.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.