Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Noord-Holland, 3 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:4207Zaaknummer HAA 26/1649
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 3 april 2026
- Publicatiedatum
- 20 april 2026
- Zaaknummer
- HAA 26/1649
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter stelt vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt. Tegen het beluit van 6 augustus 2024 kan de voorzieningenrechter van de rechtbank daarom geen voorlopige voorziening (meer) treffen.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2026.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 26/1649
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 april 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen, het college.
Inleiding
Op 6 maart 2026 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoeker heeft de rechtbank op 11 maart 2024 desgevraagd laten weten dat zijn verzoek zich richt tegen het besluit van 6 augustus 2024.
De rechtbank heeft verzoeker erop gewezen dat over dat besluit reeds een procedure heeft plaatsgevonden en verzocht om aan te geven waarom de voorzieningenrechter zijn verzoek desondanks in behandeling zou kunnen nemen.
Op 22 maart 2026 heeft verzoeker een nadere toelichting gegeven, waarin hij onder meer ingaat op de reeds doorlopen procedure.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2.
Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Het verzoek om voorlopige voorziening richt zich tegen het besluit van 6 augustus 2024. Hiertegen heeft verzoeker eerder al bezwaar gemaakt. Hierop is door het college op 6 november 2024 beslist. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dat beroep is bij uitspraak van 30 oktober 2025 door deze rechtbank onder meer ongegrond verklaard, en het verzoek om voorlopige voorziening is op 10 oktober 2025 afgewezen. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt. Tegen het beluit van 6 augustus 2024 kan de voorzieningenrechter van de rechtbank daarom geen voorlopige voorziening (meer) treffen. De brief van verzoeker van 22 maart 2026 geeft de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een ander oordeel.
Conclusie en gevolgen
3. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2026.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.