Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Holland, 17 september 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:13685Zaaknummer C/15/381066

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17 september 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
C/15/381066
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Kort geding
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 1:253a BW; vader verzoekt vervangende toestemming ivm deelname minderjarige aan familiereis naar Tanzania en Zanzibar; vervangende toestemming verleend.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verleent de man vervangende toestemming, welke toestemming in de plaats treedt van de vereiste toestemming van de vrouw, om met de minderjarige [minderjarige 1] (roepnaam: [minderjarige 1]), geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [plaats 4], in de periode van 9 oktober tot en met 18 oktober 2026 naar Tanzania en Zanzibar te reizen en aldaar te verblijven,

5.2.

veroordeelt de vrouw om binnen vijf dagen na aanschrijving daartoe door de man tot afgifte aan de man van het (geldige) paspoort van [minderjarige 1],

5.3.

veroordeelt de vrouw haar toestemming en medewerking te verlenen voor de voor [minderjarige 1] (in verband met de reis) vereiste vaccinaties/inentingen;

5.4.

verklaart de beslissingen onder 5.1 tot en met 5.3 uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

compenseert de kosten tussen partijen, in die zin dat partijen elk de eigen kosten dragen,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.

1998

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/381066 / KG ZA 26-476

Vonnis in kort geding van 17 september 2026

in de zaak van

[eiser],

te [plaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. E.D. de Jong,

tegen

[gedaagde],

te [plaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. C.M. Lattmann-van der Heijde.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 september 2026 met producties 1 tot en met 8- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 10

- de brief van mr. De Jong van 14 september 2026 met producties 9 tot en met 11

- de producties 12 en 13 van de man

- de aantekeningen van het kindgesprek van 14 september 2026 van de kinderrechter met [minderjarige 1]- de mondelinge behandeling van 16 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van de man.

2 De feiten

2.1.

De man en de vrouw zijn op 7 augustus 2009 gehuwd.

2.2.

De kinderen van partijen zijn:

  • [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2]), geboren op [geboortedatum 1] 2007 in [plaats 3]
  • [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1]), geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [plaats 4]
2.3.

Bij beschikking van 19 maart 2025 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Die beschikking is op 20 maart 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.4.

Het ouderlijk gezag ligt bij beide ouders.

2.5.

[minderjarige 1] heeft zijn hoofdverblijf bij de vrouw.

2.6.

De ouders van de man hebben voor zichzelf, hun kinderen en kleinkinderen, onder wie [minderjarige 1], een door een reisbureau georganiseerde reis geboekt naar Tanzania en Zanzibar ter gelegenheid van hun 50-jarig huwelijk van 9 tot en met 18 oktober 2026 (hierna: de vakantie).

2.7.

De (advocaat van de) man heeft de vrouw meerdere keren om toestemming gevraagd om in die periode met [minderjarige 1] naar Tanzania te mogen af te reizen. De vrouw heeft deze toestemming geweigerd.

3 Het geschil

3.1.

De man vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de man vervangende toestemming verleent voor de (familie)reis met [minderjarige 1] naar Tanzania en Zanzibar in de periode van 9 oktober 2026 tot en met 18 oktober 2026 (zodat [minderjarige 1] aldaar aanwezig kan zijn bij zijn grootouders en aldaar het familiefeest te vieren) en vervangende toestemming te verlenen voor de voor [minderjarige 1] (in verband met de reis) vereiste vaccinaties/inentingen;

II. bepaalt dat de onder I gevorderde vervangende toestemming strekt te vervanging van de vereiste toestemming van de vrouw;

III. de vrouw veroordeelt tot afgifte aan de man van het (geldige) paspoort van [minderjarige 1], van een afschrift van haar paspoort, van het door haar in te vullen en te ondertekenen formulier “Toestemming voor reizen met een minderjarige naar het buitenland” alsmede haar toestemming en medewerking te verlenen voor de voor [minderjarige 1] (in verband met de reis) vereiste vaccinaties/inentingen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat zij daartoe nalatig is;

met veroordeling van de vrouw in de proceskosten inclusief nakosten en voorwaardelijk te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De vrouw heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen.

4 De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.

Op grond van artikel 254 Rv is de voorzieningenrechter in alle spoedeisende zaken, waarin gelet op de belangen van partijen een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd deze te geven. Omdat de geplande vakantie op korte termijn begint heeft de man een spoedeisend belang bij de vordering. De vrouw heeft het bestaan het spoedeisend belang ook niet betwist.

De gevraagde toestemming voor de vakantie wordt verleend

4.2.

In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag, zoals hier aan de orde, op verzoek van een ouder aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechter neemt een beslissing die hij in het belang van het kind wenselijk vindt. Alvorens te beslissen moet de rechter, op grond van artikel 1:253a lid 5 BW, een vergelijk tussen beide ouders beproeven.

4.3.

De vrouw weigert de vereiste toestemming aan de man te verlenen. Uit de door de advocaat van de vrouw gegeven toelichting op de zitting maakt de voorzieningenrechter op dat dit haar als moeder van [minderjarige 1] niet ‘lukt’ en dat de vrouw in gewetensnood komt als zij dit wel zou doen. Een vergelijk tussen de ouders is daarom niet mogelijk. Wel heeft de vrouw op de zitting toegelicht dat zij op voorhand toestemming geeft voor de vereiste inentingen/vaccinaties.

4.4.

De vrouw voert als reden voor haar weigering – samengevat weergegeven – het volgende aan. [minderjarige 1] is een gevoelige en kwetsbare jongen. De zorg van de vrouw ziet op de wijze waarop binnen de familiedynamiek van de man op door [minderjarige 1] aangegeven grenzen wordt gereageerd. Wanneer [minderjarige 1] een grens aangeeft, wordt binnen de familie van de man de grens van [minderjarige 1] niet gerespecteerd dan wel ondersteund, waardoor spanning bij [minderjarige 1] ontstaat, terwijl het juist noodzakelijk is dat die grens wordt erkend en ondersteund en dat de man als vader van [minderjarige 1] deze grenzen helpt te bewaken. De man onderkent deze grenzen niet dan wel onvoldoende en helpt [minderjarige 1] niet deze te beschermen en te handhaven om daarmee de emotionele veiligheid van [minderjarige 1] te waarborgen. [minderjarige 1] is op dit moment zelf emotioneel nog niet voldoende weerbaar, aldus de vrouw.

4.5.

De voorzieningenrechter overweegt dat het in het algemeen in het belang van een kind is als het op vakantie kan met (één van) zijn ouders. Uitzonderingen daarop kunnen bijvoorbeeld zijn wanneer de ouder die met het kind op vakantie wil niet in staat is om goed voor het kind te zorgen, wanneer er een gegronde vrees zou zijn voor ontvoering van het kind door de ouder, wanneer de vakantiebestemming onveilig is of wanneer een vakantie in strijd is met de tussen partijen gemaakte afspraken over de zorg- en contactregeling.

4.6.

In dit geval is geen reden aanwezig om de door de man verzochte toestemming te weigeren. Er zijn geen voldoende concrete, objectieve aanwijzingen dat deelname aan deze reis niet in het belang is van [minderjarige 1] omdat, zoals de vrouw aanvoert, zijn emotionele welzijn op onaanvaardbare wijze in het gedrang komt.

4.7.

Voor dat oordeel is het volgende van belang. [minderjarige 1] heeft tijdens het kindgesprek gezegd dat hij graag met zijn vader mee wil naar Tanzania onder andere om daar te gaan ‘skimboarden’. De vrouw betwist ook niet dat [minderjarige 1] graag deze vakantie wil meemaken. Zij heeft verder toegelicht zich ook geen zorgen te maken of er door de man en de familie van de man goed voor [minderjarige 1] zal worden gezorgd. Haar bezwaar komt er in de kern op neer dat de man en zijn familie in haar optiek onvoldoende oog hebben voor de emotionele behoeften van [minderjarige 1]. De man heeft dat tijdens de zitting weersproken.

4.8.

De stukken die de vrouw ter onderbouwing van haar bezwaar in het geding heeft gebracht zijn van onvoldoende gewicht om tot de vergaande conclusie te komen dat de man en zijn familie de emotionele behoeften en grenzen van [minderjarige 1] in dusdanige mate niet onderkennen dat het welzijn van [minderjarige 1] tijdens de vakantie zodanig in het gedrang zal komen dat het onverantwoord is om [minderjarige 1] aan de vakantie te laten deelnemen en deelname daarom niet in zijn belang is.

4.9.

Uit het door de vrouw overgelegde logboek over het gedrag van [minderjarige 1] in de laatste twee weken van augustus 2026 kan worden opgemaakt dat [minderjarige 1] met enige regelmaat, zoals de vrouw schrijft, moeite heeft om ‘spanning’ te reguleren en dat de vrouw hem daarbij helpt. Ook blijkt daaruit dat [minderjarige 1] volgens de vrouw tijdens momenten van frustratie op het oog heftige uitspraken doet als ‘mijn leven is stom’ en ‘ik wil niet meer leven’. Uit het logboek blijkt ook dat [minderjarige 1] daarna al dan niet na interventie van de vrouw weer herstelt. Uit het logboek blijkt echter niet, althans onvoldoende dat die frustraties voortkomen uit contact met de man of zijn familie en evenmin dat de (familie van de) man niet of in onvoldoende mate [minderjarige 1] kunnen helpen als hij problemen ervaart.

4.10.

Dat kan ook niet worden afgeleid uit de overgelegde berichten van Family Support en de huisarts. Daaruit komt wel naar voren dat de man en de vrouw zich onderling in een gespannen situatie bevinden die ook belastend is of kan zijn voor [minderjarige 1]. Zij hebben (dreigende) geschillen over de vermogensrechtelijke afwikkeling van de scheiding en lijken ook niet op één lijn te zitten over de zorg voor en opvoeding van [minderjarige 1]. Partijen onderkennen dit ook. Maar daaruit volgt niet dat de man het (emotionele) welzijn van [minderjarige 1] onvoldoende kan waarborgen.

4.11.

De conclusie is dan ook dat er geen voldoende zwaarwegende grond is om aan te nemen dat deelname aan de vakantie door [minderjarige 1] niet in zijn belang is en de door de man gevraagde vervangende toestemming (en daarmee samenhangende vorderingen) te weigeren. De gevorderde vervangende toestemming zal worden toegewezen en de vrouw zal ook worden veroordeeld om binnen de in de beslissing genoemde termijn de bij de beslissing genoemde stukken aan de man te verstrekken. Dat geldt ook voor de vereiste medewerking van de vrouw aan de noodzakelijke vaccinaties van [minderjarige 1].

Omdat de voorzieningenrechter de vervangende toestemming verleent, zal de vordering tot afgifte van een afschrift van het paspoort van de vrouw en het door haar ingevulde en ondertekende formulier “Toestemming voor reizen met een minderjarige naar het buitenland” worden afgewezen.

De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen

4.12.

De man heeft gevorderd aan de veroordeling van de vrouw tot afgifte van onder meer het paspoort van [minderjarige 1] een dwangsom te verbinden. Dit zal de voorzieningenrechter afwijzen. De vrouw heeft ter zitting al op voorhand haar toestemming gegeven om [minderjarige 1] op vrijdag 18 september 2026 te laten vaccineren in verband met een verblijf in Tanzania. Ook hebben zij en haar advocaat nadrukkelijk aangegeven gevolg te geven aan de beslissing van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft geen indicaties dat de vrouw dat niet zal doen.

Proceskosten

4.13.

De proceskosten worden zo gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt, omdat het geschil voortkomt uit de relatie die tussen partijen heeft bestaan. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de vrouw het ten onrechte en onnodig op een procedure heeft laten aankomen.

Ten overvloede: overleggen ticket terugvlucht

4.14.

De vrouw heeft toegelicht nog geen ticket te hebben gezien van de door de man gestelde terugvlucht van de man en [minderjarige 1] op 17 oktober 2026 naar Nederland. De man heeft toegelicht dat hij deze tickets direct gaat boeken zodra hij de door hem gevorderde vervangende toestemming heeft verkregen. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de man de vrouw een (afschrift van de) bevestiging van de boeking en – indien voorhanden –

een kopie van het ticket zal verstrekken.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verleent de man vervangende toestemming, welke toestemming in de plaats treedt van de vereiste toestemming van de vrouw, om met de minderjarige [minderjarige 1] (roepnaam: [minderjarige 1]), geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [plaats 4], in de periode van 9 oktober tot en met 18 oktober 2026 naar Tanzania en Zanzibar te reizen en aldaar te verblijven,

5.2.

veroordeelt de vrouw om binnen vijf dagen na aanschrijving daartoe door de man tot afgifte aan de man van het (geldige) paspoort van [minderjarige 1],

5.3.

veroordeelt de vrouw haar toestemming en medewerking te verlenen voor de voor [minderjarige 1] (in verband met de reis) vereiste vaccinaties/inentingen;

5.4.

verklaart de beslissingen onder 5.1 tot en met 5.3 uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

compenseert de kosten tussen partijen, in die zin dat partijen elk de eigen kosten dragen,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.

1998

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.