Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Noord-Holland, 23 september 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:12676Zaaknummer HAA 26/4133

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23 september 2026
Publicatiedatum
28 september 2026
Zaaknummer
HAA 26/4133
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo afgewezen. Geen spoedeisend belang. Het college heeft bericht dat niet eerder een start zal worden gemaakt met de werkzaamheden op de percelen van verzoeker totdat een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten of door de minister van Infrastructuur en Waterstaat een gedoogplicht is opgelegd. Van beide is nog geen sprake. De planning is dat er op zijn vroegst pas gestart kan worden nadat er op het bezwaar is beslist.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding, procesverloop en beoordeling
  2. Conclusie en gevolgen
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 26/4133

uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 september 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit '[plaats], verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen

(gemachtigde: B. van Yperen-Leek).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Liander N.V., uit Arnhem, vergunninghouder.

Inleiding, procesverloop en beoordeling

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende zijn bezwaar tegen de omgevingsvergunning voor het aanleggen van middenspanningskabels op de locatie tussen Zeeweg 37 in Sint Maartensvlotbrug, Belkmerweg 109A in Sint Maartensvlotbrug, Antoniszstraat 1 in Sint Maartensbrug en Sint Maartensweg 102 in Sint Maartensbrug. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. Het college heeft de omgevingsvergunning met het besluit van 13 juli 2026 verleend aan vergunninghouder. Verzoeker heeft hiertegen op 19 augustus 2026 bezwaar gemaakt en op 21 augustus 2026, aangevuld op 15 september 2026, de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

3. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.

5. Het college heeft met het e-mailbericht van 26 augustus 2026 bericht dat niet eerder een start zal worden gemaakt met de werkzaamheden op de percelen van verzoeker totdat een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten of door de minister van Infrastructuur en Waterstaat een gedoogplicht is opgelegd. Van beide is nog geen sprake. De planning is dat er op zijn vroegst pas gestart kan worden nadat er op het bezwaar is beslist. Onder die omstandigheden heeft verzoeker geen spoedeisend belang bij het treffen van enige voorziening in afwachting van de beslissing op zijn bezwaar, zodat er geen grond is voor de voorzieningenrechter om in afwachting van dat besluit een voorziening te treffen.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek is daarom (kennelijk) ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.