Uitspraak · Ondernemingsrecht

Rechtbank Noord-Holland, 9 september 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:12213Zaaknummer C/15/364468 / HA ZA 25-247

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
9 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/15/364468 / HA ZA 25-247
Rechtsgebied
Civiel recht, Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het gaat in deze zaak vooral om de vraag of een bestuursbesluit tot opzegging van een commanditaire vennootschap aan een vennoot rechtsgeldig is. De rechtbank oordeelt dat het bestuursbesluit vernietigbaar is omdat het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

De rechtbank

5.1.

vernietigt het besluit van het bestuur van ESNW Beheer van 27 november 2024 tot opzegging van de commanditaire vennootschap aan Inco,

5.2.

veroordeelt ESNW Beheer in de proceskosten van € 2.331,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als ESNW Beheer niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

veroordeelt ESNW Beheer tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Metz, rechter, bijgestaan door mr. N.M. Bindhammer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: C/15/364468 / HA ZA 25-247

Vonnis van 9 september 2026

in de zaak van

INCO GROEP B.V.,

te Alkmaar,

eisende partij,

hierna te noemen: Inco,

advocaat: mr. R. van der Hooft,

tegen

ESNW BEHEER B.V.,

te Alkmaar,

gedaagde partij,

hierna te noemen: ESNW Beheer,

advocaat: mr. J.P.C. van Ruiven.

De zaak in het kort

Het gaat in deze zaak vooral om de vraag of een bestuursbesluit tot opzegging van een commanditaire vennootschap aan een vennoot rechtsgeldig is. De rechtbank oordeelt dat het bestuursbesluit vernietigbaar is omdat het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 18 juni 2025, waarin de rechtbank een mondelinge behandeling heeft bevolen.

1.2.

Deze mondelinge behandeling heeft op 24 november 2025 plaatsgevonden. De griffier heeft van deze zitting aantekeningen gemaakt. De advocaten hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij hebben overgelegd. De rechtbank heeft ter zitting de akte overlegging producties met producties 24 tot en met 27 van Inco aan het procesdossier toegevoegd.

1.3.

Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank bepaald dat zij in deze zaak vonnis zal wijzen.

2 De feiten

2.1.

Begin 1977 is de commanditaire vennootschap ESNW C.V. (hierna: ESNW) opgericht. De commanditaire vennoten van ESNW zijn (tientallen) regionale installatiebedrijven van verwarmings-, warm water- en ventilatietoestellen. Het doel van ESNW is het uitvoeren van garantie- en servicewerkzaamheden aan de toestellen die de vennoten hebben geplaatst, tegen een door de betreffende vennoot te betalen vergoeding.

2.2.

In 2022 heeft een herstructurering van ESNW plaatsgevonden. ESNW Beheer, die op 28 juli 2022 is opgericht, is beherend vennoot van ESNW geworden. De (commanditaire) vennoten van ESNW zijn de aandeelhouders van ESNW Beheer. Op grond van de statuten van ESNW Beheer kunnen alleen (commanditaire) vennoten van ESNW aandeelhouder van ESNW Beheer worden en kan een aandeelhouder worden verplicht zijn aandelen aan te bieden als hij geen (commanditaire) vennoot van ESNW meer is. De heer [bestuurder] (hierna: [bestuurder]) is bestuurder van ESNW Beheer.

2.3.

In de statuten van ESNW Beheer is het volgende opgenomen, voor zover verder nog relevant:

“Besluitvorming bestuur

Artikel 15

(…)

11.Een bestuurder die een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat mogelijk tegenstrijdig is

met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming doet daarvan

onverwijld mededeling aan het bestuur en de raad van commissarissen.

Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming over een onderwerp

waarbij hij mogelijk een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het

belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Wanneer hierdoor geen

bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van

commissarissen en zo deze ontbreekt door de algemene vergadering.

(…)

Raad van commissarissen

Artikel 17

(…)

5.Niet tot commissaris kunnen worden benoemd:

(…)

been persoon die in dienst is van of functioneel betrokken bij een bedrijf of organisatie, waarvan de belangen strijdig zouden kunnen zijn met die van de vennootschap caso quo de belangen van de aandeelhouders van de vennootschap caso quo een bedrijf dat diensten levert aan de vennootschap of een aan haar gelieerde onderneming.”

2.4.

In het bestuurs- en RvC reglement van ESNW Beheer (hierna: het reglement) is onder meer het volgende vermeld:

“Artikel 10 Vacatures en werving Commissarissen

10.1

De Raad van Commissarissen stelt in overleg met het Bestuur een totaalprofiel voor de Raad van

Commissarissen op, waarin benodigde competenties zijn opgenomen.

10.2

Het bestuur toetst - als een vacature ontstaat bij de Raad van Commissarissen - of de zittende

leden van de Raad van Commissarissen nog voldoen en de mate waarin aan het totaalprofiel.

Hierop stelt het bestuur de profielschets voor de vacature bij. Hierbij evalueert het bestuur met

de Raad van Commissarissen tevens of alle door de Raad van Commissarissen benodigd geachte

aandachtsgebieden in het bestuur vertegenwoordigd zijn/blijven.

10.3

Commissarissen worden door middel van de uitgangspunten in de profielschets door het bestuur

vastgestelde procedure geworven en geselecteerd.”

2.5.

In artikel 4 lid 8 van de statuten van ESNW is bepaald:

“a. Een vennoot zal geen (middellijk of onmiddellijk) activiteiten verrichten die concurrerend of

potentieel concurrerend zijn met de activiteiten op het gebied van onderhoud en service van DE-

CV;

b. Bij overtreding van het hiervoor in lid a gestelde door een vennoot zal hem De-CV met

onmiddellijke ingang worden opgezegd door de beherend vennoot, tenzij de beherend vennoot

schriftelijk haar toestemming heeft verleend aan de betreffende Vennoot voor de betreffende

activiteiten.”

2.6.

Inco is sinds 2003 (commanditaire) vennoot van ESNW en vanaf de herstructurering in 2022 ook aandeelhouder van ESNW Beheer.

2.7.

ESNW heeft in de loop der jaren garantie- en servicewerkzaamheden uitgevoerd aan toestellen die Inco heeft geplaatst. Garantie- en servicewerk dat ESNW niet kan of wil doen, doet Inco zelf. Toen [bestuurder] er eind 2023 bij Inco op aandrong daar mee te stoppen en al haar contracten bij ESNW onder te brengen, is de relatie tussen Inco en ESNW Beheer verstoord geraakt. Inco en ESNW Beheer hebben de Raad van Commissarissen van ESNW Beheer (hierna: de RvC) daarop om advies gevraagd. Dit advies heeft de RvC op 4 april 2024 schriftelijk gegeven. Het advies van de RvC komt er (kort gezegd) op neer dat Inco haar contracten uiterlijk op 31 december 2024 aan ESNW moet hebben “overgedragen”, met uitzondering van de contracten die niet onder “de scope” van ESNW vallen en de contracten die Inco op grond van een tussen Inco en ESNW Beheer gemaakte afspraak niet hoeft “over te dragen”. Inco en ESNW Beheer hebben met het advies van de RvC ingestemd.

2.8.

In de zomer van 2024 is [bestuurder] als bestuurder van ESNW Beheer geschorst geweest. Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van ESNW Beheer van

19 september 2024 is de schorsing van [bestuurder] opgeheven en is het besluit genomen tot schorsing van de RvC. Diezelfde dag (19 september 2024) heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van ESNW Beheer de heer [commissaris] (hierna: [commissaris]) tot commissaris van ESNW Beheer benoemd. De geschorste RvC is ontslagen bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van ESNW Beheer van 8 oktober 2024.

2.9.

Daarna heeft Inco met [bestuurder] en [commissaris] gecorrespondeerd over de overneming van haar contracten door ESNW.

2.10.

Op 27 november 2024 heeft Inco [bestuurder] per e-mail gevraagd om “de scope” van ESNW te agenderen voor de op 10 december 2024 geplande jaarvergadering van ESNW Beheer/ESNW. Volgens deze e-mail wilde Inco aan de aandeelhouders/vennoten voorleggen of het haar op grond van de statuten is toegestaan om garantie- en servicewerk te (blijven) verrichten dat ESNW niet kan of wil uitvoeren.

2.11.

In reactie hierop heeft [bestuurder] Inco diezelfde dag (27 november 2024) een brief gestuurd. In die brief is vermeld dat Inco niet meewerkt aan het beëindigen van haar activiteiten die met ESNW concurreren en dat het bestuur van ESNW daarom de commanditaire vennootschap ESNW aan Inco op grond van artikel 4 lid 8 sub b van de statuten van ESNW met onmiddellijke ingang opzegt.

2.12.

Inco heeft niet mogen deelnemen aan de jaarvergadering van 10 december 2024. Het agendapunt van Inco over “de scope” van ESNW is niet op de agenda gezet.

3 Het geschil

3.1.

Inco vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. een verklaring voor recht dat het besluit van 19 september 2024 van de algemene vergadering van aandeelhouders van ESNW Beheer tot benoeming van [commissaris] als lid van de RvC nietig is, dan wel (subsidiair) dat de rechtbank dit besluit vernietigt;

II. een verklaring voor recht dat het besluit van 27 november 2024 van het bestuur van ESNW Beheer tot opzegging van de commanditaire vennootschap aan Inco nietig is, dan wel (subsidiair) dat de rechtbank dit besluit vernietigt;

III. veroordeling van ESNW Beheer in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Inco legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag.

Het benoemingsbesluit is op grond van artikel 2:14 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) nietig, omdat [commissaris] op grond van de statuten van ESNW Beheer niet tot commissaris mocht worden benoemd. [commissaris] is ook niet geworven op de manier die het reglement voorschrijft. Dit maakt het benoemingsbesluit vernietigbaar op grond van artikel 2:15 lid 1 sub c BW.

Het bestuursbesluit tot opzegging van de commanditaire vennootschap is nietig op grond van artikel 2:14 lid 1 BW en op grond van artikel 2:15 lid 1 sub a en c BW vernietigbaar. Dit omdat [bestuurder] de tegenstrijdig belangregeling in de statuten van ESNW Beheer niet heeft gevolgd en het bestuursbesluit in strijd is met het reglement. Daarnaast is het bestuursbesluit vernietigbaar wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikel 2:15 lid 1 sub b BW).

3.3.

ESNW Beheer voert verweer. ESNW Beheer concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Inco dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Inco, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Inco in de kosten van deze procedure.

3.4.

De rechtbank zal de stellingen van partijen en de verweren hierna bespreken als dat voor de beoordeling van de vorderingen nodig is.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank zal het bestuursbesluit tot opzegging van de commanditaire vennootschap aan Inco vernietigen. De vorderingen van Inco die gaan over de benoeming van [commissaris] tot commissaris zal de rechtbank afwijzen. Hierna legt de rechtbank uit waarom.

Het bestuursbesluit tot opzegging van de commanditaire vennootschap

4.2.

De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat het bestuur van ESNW Beheer ( [bestuurder]) op 27 november 2024 een besluit heeft genomen tot opzegging van de commanditaire vennootschap aan Inco. De vraag is of dit bestuursbesluit rechtsgeldig is.

Geen tegenstrijdig belang van [bestuurder]

4.3.

Inco stelt (primair) dat het bestuursbesluit nietig is omdat het bestuursbesluit in strijd is met artikel 15 lid 11 van de statuten van ESNW Beheer. Daartoe stelt Inco het volgende. [bestuurder] had niet over de opzegging mogen besluiten, omdat hij bij de opzegging een persoonlijk belang had dat strijdig was met het belang van ESNW Beheer en ESNW. Het tegenstrijdige belang van [bestuurder] is erin gelegen dat [bestuurder] een retentiebonus ontvangt die gelijk is aan het winstdeel van een aandeelhouder/vennoot. Door de opzegging zal Inco haar aandelen in ESNW Beheer namelijk moeten aanbieden en blijven er minder aandeelhouders over met wie [bestuurder] de winst moet verdelen. Dat [bestuurder] zich hier door zijn retentiebonus heeft laten leiden, blijkt uit de veranderde houding van [bestuurder] vanaf het moment dat de afspraak over de retentiebonus rond was. Vanaf toen heeft [bestuurder] zijn pijlen op Inco gericht en is [bestuurder] een samenwerking gaan promoten met installatiebedrijven die niet zouden meedelen in de winst (aldus steeds Inco).

4.4.

ESNW Beheer betwist dat [bestuurder] een tegenstrijdig belang had. ESNW Beheer voert aan dat Inco ESNW concurrentie aandoet en dat ESNW Beheer daarom op grond van artikel 4 lid 8 van de statuten van ESNW verplicht is de commanditaire vennootschap aan Inco op te zeggen. Volgens ESNW Beheer had het bestuursbesluit uitsluitend daar mee te maken. Dat [bestuurder] zich bij zijn besluit door zijn retentiebonus heeft laten leiden, blijkt volgens ESNW Beheer nergens uit. ESNW Beheer wijst er in dit verband op dat met minder aandeelhouders/vennoten ook minder omzet wordt gemaakt en dat dit zal leiden tot een lagere te verdelen winst. De stellingen van Inco zijn in de visie van ESNW Beheer dan ook onvoldoende concreet om een tegenstrijdig belang van [bestuurder] aan te nemen.

4.5.

Een tegenstrijdig belang is pas aan de orde als sprake is van zodanige onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of de bestuurder zich bij het handelen uitsluitend heeft laten leiden door het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming. Hierbij moeten alle relevante omstandigheden van het concrete geval worden betrokken. Het gaat om (voldoende geadstrueerde) omstandigheden die zodanig van invloed kunnen zijn geweest op de besluitvorming van de betrokken bestuurder dat hij zich niet in staat had mogen achten het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming met de vereiste integriteit en objectiviteit te behartigen.

4.6.

Daarvan is in deze zaak geen sprake. De enkele omstandigheid dat [bestuurder] een retentiebonus ontvangt die gelijk is aan het winstdeel van een aandeelhouder/vennoot is niet genoeg om een tegenstrijdig belang van [bestuurder] aan te nemen. De rechtbank kan er niet zonder meer van uitgaan, zoals ook door ESNW Beheer is aangevoerd, dat de retentiebonus van [bestuurder] hoger wordt als Inco geen aandeelhouder meer is. Inco heeft dit ook niet nader toegelicht. Het betoog van ESNW Beheer dat het bestuursbesluit is genomen vanwege (vermeende) concurrerende activiteiten van Inco, komt de rechtbank bovendien plausibel voor. Toen het bestuursbesluit werd genomen waren Inco en ESNW Beheer verwikkeld in een discussie over (vermeende) concurrerende activiteiten van Inco. ESNW Beheer (waar [bestuurder] bestuurder van is) kan ingeval van concurrerende activiteiten van een vennoot de commanditaire vennootschap aan die vennoot opzeggen (artikel 4 lid 8 sub b van de statuten van ESNW). Dat het bestuursbesluit niet is ingegeven door het belang van ESNW Beheer/ESNW maar door de wens van [bestuurder] om Inco als aandeelhouder te lozen om zo een hogere retentiebonus te ontvangen, heeft Inco in ieder geval op geen enkele wijze onderbouwd.

4.7.

Dit betekent dat de tegenstrijdig belangregeling niet is geschonden en dat het bestuursbesluit dus niet nietig is.

Bestuursbesluit is in strijd met de redelijkheid en billijkheid

4.8.

Het bestuursbesluit wordt wel vernietigd wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist (artikel 2:15 lid 1 sub b BW).

4.9.

In artikel 2:8 lid 1 BW staat dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisaties zijn betrokken zich moeten gedragen naar wat door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Inco behoort tot de kring van betrokkenen die een beroep kunnen doen op artikel 2:8 BW. Dit is tussen partijen ook niet in geschil.

4.10.

Wat de redelijkheid en billijkheid concreet meebrengen, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In deze zaak vindt de rechtbank de volgende omstandigheden van belang.

4.11.

Directe aanleiding voor het bestuursbesluit van 27 november 2024 en de daarop door ESNW Beheer aan Inco verstuurde opzeggingsbrief van eveneens 27 november 2024 was dat Inco nog niet gemotiveerd had gevraagd om bepaalde contracten uit te sluiten van overneming en de wens van Inco om “de scope” van ESNW verduidelijkt te krijgen op de jaarvergadering van 10 december 2024. Hiermee heeft Inco laten zien, aldus ESNW Beheer, dat zij haar concurrerende activiteiten niet wilde beëindigen. Hoewel ESNW Beheer gelijk heeft dat het Inco op grond van de statuten van ESNW niet is toegestaan om ESNW (potentieel) te beconcurreren en [bestuurder] er al vanaf eind 2023 bij Inco op aandrong haar concurrerende activiteiten te stoppen, vindt de rechtbank het bestuursbesluit van

27 november 2024 prematuur. Inco en ESNW Beheer hebben zich namelijk gecommitteerd aan het RvC-advies van 4 april 2024. Volgens dat RvC-advies kreeg Inco tot uiterlijk

31 december 2024 de tijd om de overneming van haar contracten door ESNW te bewerkstelligen. Bovendien wordt in het RvC-advies onderkend dat voor Inco “de scope” van ESNW niet geheel duidelijk is en dat vragen over “de scope” aan de algemene vergadering kunnen worden voorgelegd. Daar komt bij dat het op opzegging gerichte bestuursbesluit voor Inco verstrekkende gevolgen kan hebben, omdat de opzegging van ESNW Beheer ertoe kan leiden dat Inco haar aandelen in ESNW Beheer moet aanbieden.

4.12.

Op grond van deze omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat [bestuurder] niet in redelijkheid tot het besluit tot opzegging van de commanditaire vennootschap aan Inco heeft kunnen komen. Het bestuursbesluit wordt daarom op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW vernietigd. Omdat de rechtbank het bestuursbesluit al op deze grond vernietigt, hoeft de rechtbank de andere aangevoerde vernietigingsgronden niet te bespreken.

Het benoemingsbesluit

4.13.

Inco vordert een verklaring voor recht dat het besluit van 19 september 2024 van de algemene vergadering van aandeelhouders van ESNW Beheer tot benoeming van [commissaris] als lid van de RvC nietig is. Als de rechtbank deze vordering afwijst, dan vordert Inco dat de rechtbank het benoemingsbesluit vernietigt. De rechtbank zal beide vorderingen afwijzen. Dit oordeel licht de rechtbank hierna toe.

Het benoemingsbesluit is niet nietig

4.14.

Inco stelt dat het benoemingsbesluit op grond van artikel 2:14 lid 1 BW nietig is omdat [commissaris] in strijd met artikel 17 lid 5 van de statuten van ESNW Beheer tot commissaris is benoemd. Vast staat dat de vennootschap van de echtgenote van [commissaris], Studio Gespot B.V., drukwerk (zoals folders en briefpapier) voor ESNW verzorgt. Volgens Inco is [commissaris] functioneel betrokken bij Studio Gespot B.V., wat op grond van artikel 17 lid 5 van de statuten van ESNW Beheer niet is toegestaan.

4.15.

ESNW Beheer bestrijdt dat [commissaris] op grond van de statuten niet tot commissaris mocht worden benoemd. ESNW Beheer betwist (onder meer) dat [commissaris] functioneel betrokken is bij Studio Gespot B.V.

4.16.

Op grond van artikel 17 lid 5 van de statuten van ESNW Beheer kan een persoon niet tot commissaris worden benoemd als deze persoon functioneel betrokken is bij een bedrijf dat diensten levert aan ESNW Beheer of aan ESNW. Inco licht in het geheel niet toe wat de functionele betrokkenheid van [commissaris] bij Studio Gespot B.V. inhoudt en waaruit deze betrokkenheid blijkt. Het blijft bij de blote stelling van Inco dat [commissaris] bij Studio Gespot B.V. functioneel is betrokken, ook nadat ESNW Beheer dit heeft betwist. Inco voldoet dan ook niet aan haar stelplicht. Het beroep van Inco op schending van artikel 17 lid 5 van de statuten van ESNW Beheer kan daarom niet slagen.

Is het benoemingsbesluit vernietigbaar?

4.17.

Dan moet de rechtbank nog beoordelen of het benoemingsbesluit vernietigbaar is wegens strijd met het reglement (artikel 2:15 lid 1 sub c BW). Inco meent van wel, omdat bij de benoeming van [commissaris] de procedure van artikel 10 van het reglement niet zou zijn gevolgd. Volgens Inco is er namelijk geen onderzoek gedaan en ontbrak de profielschets.

4.18.

ESNW Beheer heeft daartegen ingebracht dat Inco geen belang bij de vernietiging heeft. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ESNW Beheer het volgende aangevoerd. [commissaris] was vennoot van ESNW en aandeelhouder van ESNW Beheer toen hij op

19 september 2024 tot commissaris werd benoemd. Daarna is met het oog op de benoeming van een voltallige (nieuwe) RvC een functieprofiel opgesteld en [commissaris] werd daarin ook meegenomen. Vervolgens is bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders de (nieuwe) RvC benoemd, waarbij de benoeming van [commissaris] tot commissaris is bekrachtigd.

4.19.

Omdat Inco dit niet heeft weersproken, dient de rechtbank ervan uit te gaan dat de benoeming van [commissaris] tot commissaris na het opmaken van het functieprofiel door de algemene vergadering van aandeelhouders van ESNW Beheer is bekrachtigd. De rechtbank volgt ESNW Beheer daarom in haar verweer dat Inco geen belang heeft bij de vernietiging van het benoemingsbesluit van 19 september 2024. De rechtbank zal de gevorderde vernietiging daarom afwijzen.

Proceskosten

4.20.

Gelet op de uitkomst van deze procedure, moet ESNW Beheer de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De rechtbank begroot de proceskosten van Inco op:

- kosten van de dagvaarding€122,35
- griffierecht€714,00
- salaris advocaat€1.306,00(2 punten × € 653,00)
- nakosten€189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€2.331,35
4.21.

De rechtbank zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten toewijzen, vanaf veertien dagen na aanschrijving.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

vernietigt het besluit van het bestuur van ESNW Beheer van 27 november 2024 tot opzegging van de commanditaire vennootschap aan Inco,

5.2.

veroordeelt ESNW Beheer in de proceskosten van € 2.331,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als ESNW Beheer niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

veroordeelt ESNW Beheer tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Metz, rechter, bijgestaan door mr. N.M. Bindhammer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.