Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Noord-Holland, 12 augustus 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:10730Zaaknummer HAA 26/3513

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
HAA 26/3513
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo (kennelijk) ongegrond. Het college heeft per e-mail van 13 juli 2026 verklaard dat derde-partij heeft aangegeven dat er op zijn vroegst begin 2027 uitvoering kan worden gegeven aan het verkeersbesluit. Daarnaast heeft het college per brief van 16 juli 2026 verklaard dat met derde-partij is afgesproken dat eventuele beroeps- en hoger beroepsprocedures zullen worden doorlopen alvorens er uitvoering gaat worden gegeven aan het verkeersbesluit. Aangezien er beroep is ingediend, zal in ieder geval de uitspraak in beroep (inclusief de hoger beroepstermijn van zes weken) worden afgewacht, aldus het college. Onder die omstandigheden hebben verzoekers geen spoedeisend belang bij het treffen van enige voorziening in afwachting van de uitspraak op het beroep, zodat er geen grond is voor de voorzieningenrechter om in afwachting van die uitspraak een voorziening te treffen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lauryssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit Haarlem, verzoekers
  2. Als derde-partij neemt aan de zaak deel: NXT Mobility B.V. uit Heiloo.
  3. Inleiding, procesverloop en beoordeling
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 26/3513

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 augustus 2026 in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit Haarlem, verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem

(gemachtigde: B. Hoos).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: NXT Mobility B.V. uit Heiloo.

Inleiding, procesverloop en beoordeling

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers hangende hun beroep tegen het verkeersbesluit voor het aanwijzen van twee gereserveerde parkeerplaatsen voor het (snel) opladen van elektrische voertuigen aan de Spaarndamseweg nabij nummer 105 in Haarlem.

2. Het college heeft het verkeersbesluit op 17 november 2025 genomen. Met het bestreden besluit van 10 juli 2026 op het bezwaar van verzoekers heeft het college dit besluit in stand gelaten. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op verzoek van de voorzieningenrechter heeft het college bij inlichtingen verstrekt. Verzoekers hebben op deze inlichtingen gereageerd.

3. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.

5. Het college heeft per e-mail van 13 juli 2026 verklaard dat derde-partij heeft aangegeven dat er op zijn vroegst begin 2027 uitvoering kan worden gegeven aan het verkeersbesluit. Daarnaast heeft het college per brief van 16 juli 2026 verklaard dat met derde-partij is afgesproken dat eventuele beroeps- en hoger beroepsprocedures zullen worden doorlopen alvorens er uitvoering gaat worden gegeven aan het verkeersbesluit. Aangezien er beroep is ingediend, zal in ieder geval de uitspraak in beroep (inclusief de hoger beroepstermijn van zes weken) worden afgewacht, aldus het college. Onder die omstandigheden hebben verzoekers geen spoedeisend belang bij het treffen van enige voorziening in afwachting van de uitspraak op het beroep, zodat er geen grond is voor de voorzieningenrechter om in afwachting van die uitspraak een voorziening te treffen.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek is daarom (kennelijk) ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lauryssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.