Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 19 november 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:14321Zaaknummer 11773142 BM VERZ 25-1442

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
11773142 BM VERZ 25-1442
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek opheffing bewind toegewezen. De noodzaak is niet meer aanwezig ondanks het feit dat de schulden nog bestaan. Betrokkene heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij zonder hulp van de beschermingsbewindvoerder het WSNP-traject met goed gevolg kan doorlopen.

beslissing

De kantonrechter:

- heft het bewind ten behoeve van [betrokkene] op met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Volledige tekst

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer: 11773142 BM VERZ 25-1442 sc

dossiernummer: BM 69751datum: 19 november 2025

beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind

op verzoek van:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],

[adres],

hierna ook te noemen: [betrokkene],

met als bewindvoerder:

H.L. Corbijn, h.o.d.n. Obliv,

gevestigd te 4330 AA Middelburg, postbus 7,

hierna ook te noemen: bewindvoerder.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 25 juni 2025;

- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ontvangen op 17 juli 2025;

- de reactie hierop van [betrokkene], ontvangen op 19 augustus 2025.

Het verzoek is mondeling behandeld op 23 oktober 2025.

beoordeling

[betrokkene] vraagt om opheffing van het bewind dat bij beschikking van 24 november 2023 door de kantonrechter is ingesteld over haar (toekomstige) goederen op grond van verkwisting of het hebben van problematische schulden.

[betrokkene] stelt dat op 11 februari 2025 de WSNP van start is gegaan, dat dat duurt tot 26 augustus 2026 en dat het hebben van een WSNP-bewindvoerder en een beschermingsbewindvoerder niet nodig is. [betrokkene] stelt dat zij goed weet hoe zij moet budgetteren, dat zij in staat is om haar financiën zelf te behartigen en dat het beschermingsbewind kan worden opgeheven. Bovendien stelt zij dat zij is verhuisd van Zeeland naar Noord-Holland en dat het door de afstand niet logisch is dat de beschermingsbewindvoerder haar werkzaamheden vanuit Zeeland blijft voortzetten. Tot slot stelt zij dat zij de bewindvoerderskosten beter kan gebruiken voor de afdracht.

De bewindvoerder voert aan dat zij het met [betrokkene] eens is dat het niet logisch is om het bewind bij haar in Zeeland te laten maar zij kan niet voor 100% achter het standpunt van [betrokkene] staan dat zij nu alweer zelf volledig in staat is om haar financiële belangen te behartigen. De WSNP is pas begin dit jaar ingegaan en het zou zonde zijn van alle moeite als de WSNP zou mislukken. Gezien de complexiteit van het dossier vermoedt de bewindvoerder dat het voor [betrokkene] niet eenvoudig zal zijn om het overzicht te bewaren en schommelingen van de inkomsten op te vangen. [betrokkene] werkt en krijgt twee keer per week leefgeld. De bewindvoerder denkt wel dat [betrokkene] in staat is om haar financiën zelf te beheren, maar dat het makkelijker is om een schone lei te krijgen met hulp van een bewindvoerder. Of [betrokkene] echt zelfredzaam is, kan de bewindvoerder niet beoordelen omdat [betrokkene] geen zelfredzaamheidstraject heeft gevolgd.

Ingevolge artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen.

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting aannemelijk is geworden dat ondanks het feit dat de schulden nog bestaan, de noodzaak voor bewind niet meer aanwezig is. [betrokkene] weet heel goed waardoor de schulden zijn ontstaan en hoe streng de WSNP-bewindvoerder is. Ook beseft zij zich dat zij zichzelf ermee heeft als het fout mocht gaan. [betrokkene] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij zonder hulp van de beschermingsbewindvoerder het WSNP-traject met goed gevolg kan doorlopen.

Het verzoek tot opheffing van het bewind zal worden toegewezen.

beslissing

De kantonrechter:

- heft het bewind ten behoeve van [betrokkene] op met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.