Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 31 januari 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:13165Zaaknummer 11283161 WM VERZ 24-1294

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31 januari 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
11283161 WM VERZ 24-1294
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd. De kantonrechter zal de boete matigen naar nihil.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en matigt de boete tot nihil;

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. De verkeersboete en het beroep
  2. De beoordeling
  3. De uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer: 11283161 \ WM VERZ 24-1294

CJIB-nummer: ['nummer']

Uitspraakdatum: 31 januari 2025

Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-

rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam: [betrokkene]

adres: [betrokkene]

woonplaats: [betrokkene]

(hierna te noemen: betrokkene).

De verkeersboete en het beroep

Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (parkeerboete). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 31 janauri 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.

De beoordeling

De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene voert aan dat hij het bord vergunninghouders in eerste instantie over het hoofd had gezien en ter plaatse had geparkeerd. Vervolgens is hij op zoek gegaan naar de betaalautomaat en kwam er toen achter dat hij in een vergunninghoudersgebied stond. Betrokkene heeft zijn auto toen direct verplaatst en heeft geparkeerd op de Vale Hen en aldaar betaald via EasyPark app. Betrokkene verwijst naar het meegezonden betaalbewijs.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op de zitting – naar aanleiding van het verweer van betrokkene – op het standpunt gesteld dat betrokkene zijn verhaal voldoende aannemelijk heeft gemaakt en de boete daarom gematigd dient te worden.

De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie. Uit het door betrokkene overgelegde betaalbewijs blijkt dat betrokkene 6 minuten na het tijdstip van de gedraging zijn auto heeft geparkeerd op een parkeerplaats voor betaald parkeren. De kantonrechter zal de boete matigen naar nihil.

Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en matigt de boete tot nihil;

‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.