Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Holland, 24 januari 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:10993Zaaknummer 11273349 WM VERZ 24-1222

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24 januari 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
11273349 WM VERZ 24-1222
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. De verkeersboete en het beroep
  2. De beoordeling
  3. De uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer: 11273349 \ WM VERZ 24-1222

CJIB-nummer: ['nummer']

Uitspraakdatum: 24 januari 2025

Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-

rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam: [betrokkene]

adres: [betrokkene]

woonplaats: [betrokkene]

(hierna te noemen: betrokkene).

De verkeersboete en het beroep

Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan.

De beoordeling

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat zij het E9-bord niet heeft gezien. Betrokkene stelt dat haar voertuig en het kenteken op de foto te zien zijn, maar niet het bord zelf.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting stukken overgelegd en meegedeeld dat de aanduiding van de pleeglocatie onjuist is vanwege een invoerfout van een scanauto. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden in de gemeente Hoorn.

De kantonrechter stelt vast dat de aanduiding van de pleeglocatie in de inleidende beschikking onjuist is, maar dat dit niet hoeft te leiden tot vernietiging van de beschikking.

De kantonrechter wijzigt ambtshalve de aanduiding van de pleeglocatie naar de gemeente Hoorn.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft verder meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De vertegenwoordiger van de officier van justitie voert daartoe aan dat als een betrokkene stelt dat de deugdelijke bebording ontbreekt, de betrokkene moet aangeven welke route is afgelegd om de bestemming te bereiken[_2d2e9408-30f0-4be6-a892-3f7ae6b5c4c5]. Er moet voldoende vast komen te staan dat de toegangsweg waarlangs het voertuig van betrokkene de parkeerzone is ingereden, van een deugdelijk bord is voorzien. Nu betrokkene de door haar gevolgde route niet heeft geduid, kan de gedraging op basis van de verklaring van de verbalisant en de stukken in het dossier worden vastgesteld.

De kantonrechter volgt het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaald daarom, met verwijzing naar de genoemde uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat de gedraging kan worden vastgesteld. De boete is terecht opgelegd. Het beroep is daarom ongegrond.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.