Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 8 september 2021

ECLI:NL:RBNHO:2021:7723Zaaknummer 8010183 \ CV FORM 19-13047

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
8 september 2021
Publicatiedatum
20 oktober 2021
Zaaknummer
8010183 \ CV FORM 19-13047
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Tussenbeschikking. EPGV niet van toepassing. Verwijzing naar dagvaardingsprocedure.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

bepaalt dat de procedure dient te worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;

3.2.

bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van 6 oktober 2021 voor vonnis;

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8010183 \ CV FORM 19-13047

Uitspraakdatum: 8 september 2021

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Air Canada

statutair gevestigd te Saint-Laurent (Canada)

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: P. Frühling

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • de tussenbeschikking van 17 februari 2021;
  • de akte van de passagiers van 21 april 2021;
  • de antwoordakte van de vervoerder van 14 juli 2021.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De passagier betoogt dat de onderhavige zaak binnen het toepassingsbereik van de EPGV valt. Zij heeft in dit verband gewezen op de beschikking van deze rechtbank van 22 augustus 2018 (ECLI:NL:RBNHO:2018:7425). Net als in die beschikking, stelt de kantonrechter vast dat ook in de onderhavige zaak de Nederlandse rechter, meer in het bijzonder de kantonrechter te Haarlem, bevoegd is van het geschil kennis te nemen. In de beschikking van 2018 is de kantonrechter er (impliciet) vanuit gegaan dat de EGPV van toepassing was. Daarbij is aangenomen dat de vervoerder woonplaats had in België, zoals in de kop van die beschikking is vermeld. In de onderhavige zaak is echter niet in geschil dat de statutaire zetel van de vervoerder in Canada is gelegen. De passagier heeft opgemerkt dat de vervoerder tevens kantoor houdt in Duitsland, maar zij heeft niet onderbouwd dat de vervoerder een statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft in Duitsland dan wel een andere lidstaat, zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 EPGV, in samenhang met artikel 63 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. De passagier heeft daarnaast gesteld dat de EPGV van toepassing is, omdat de vervoerder woonplaats heeft gekozen op het kantoor (te Brussel) van zijn gemachtigde. Zoals ook de vervoerder heeft opgemerkt, oordeelt de kantonrechter dat deze domiciliekeuze van de vervoerder de passagier niet kan baten, gelet op artikel 3 lid 3 van de EPGV.

2.2.

Van een grensoverschrijdende zaak zoals bedoeld in artikel 3 EPGV is gelet op het voorgaande geen sprake. Nu de passagier het verzoek niet heeft ingetrokken, zal de kantonrechter bepalen dat de procedure conform artikel 4 lid 3 Uitvoeringswet en artikel 69 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevindt, volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. Daarom zal een dag worden bepaald waarop de zaak op de rol zal komen voor het wijzen van vonnis.

2.3.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

bepaalt dat de procedure dient te worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;

3.2.

bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van 6 oktober 2021 voor vonnis;

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Deze uitspraak verwijst naar

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.