Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Noord-Holland, 30 maart 2020

ECLI:NL:RBNHO:2020:3142Zaaknummer AWB - 20 _ 184

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30 maart 2020
Publicatiedatum
24 april 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 184
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

terug verwijzing.

Beslissing

De rechtbank draagt verweerder op een nieuwe uitspraak op het bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Walderveen, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [X] , te [Z] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/184

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2020 in de zaak tussen

[X] , te [Z] , eiser

(gemachtigde: [A] ),

en

de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft de inspecteur verzocht de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2011, gedagtekend 19 april 2014, ambtshalve te verminderen.

Verweerder heeft het verzoek bij beschikking van 3 november 2017 afgewezen. Het daartegen gerichte bezwaarschrift is door de inspecteur doorgezonden naar de rechtbank als beroepschrift. Door de rechtbank is dit geschrift opgevat als een bezwaarschrift gericht tegen de afwijzende beschikking en in behandeling genomen als rechtsreeks beroep.

De rechtbank heeft bij mondelinge uitspraak van 2 mei 2018 het beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft eiser hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof).

Bij uitspraak van 2 april 2019 (18/00349) heeft het Hof de uitspraak van de rechtbank van 2 mei 2018 vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.

Met toestemming van partijen heeft de rechtbank bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser verzoekt bij brief van 20 januari 2020 om terugwijzing naar verweerder omdat het verzoek om ambtshalve vermindering ten onrechte niet inhoudelijk is beoordeeld.

2. Verweerder heeft bij e-mail van 23 januari 2020 ingestemd met het verzoek van eiser om de zaak terug te verwijzen.

3. De rechtbank ziet geen reden om partijen hierin niet te volgen en zal de zaak naar verweerder terugverwijzen teneinde het verzoek van eiser om ambtshalve vermindering inhoudelijk te laten beoordelen.

4. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Er is geen griffierecht is deze zaak geheven.

Beslissing

De rechtbank draagt verweerder op een nieuwe uitspraak op het bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Walderveen, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.