Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 14 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7463Zaaknummer C/16/605144 / HA ZA 26-22
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/16/605144 / HA ZA 26-22
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Geschil over uitleg erfdienstbaarheid.
De rechtbank
in conventie
veroordeelt [gedaagden c.s] om binnen twee weken na dagtekening van dit vonnis het rood-witte afzetpaaltje, de witte markering en het hekwerk met beplanting van het perceel van [eiser] te verwijderen,
veroordeelt [gedaagden c.s] om binnen twee weken na dagtekening van dit vonnis het bord met de tekst “Eigen terrein – alleen toegang voor personenauto’s” te verwijderen,
veroordeelt [gedaagden c.s] om binnen twee weken na dagtekening van dit vonnis de beveiligingscamera die op het perceel van [eiser] is gericht, op het eigen perceel te richten,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
wijst de gevorderde verklaring voor recht dat de erfdienstbaarheid in de akte van de notaris van 23 juni 1989 inhoudt dat [eiser] uitsluitend met een personenauto, niet zijnde aanhangwagens, bestelauto’s, autobussen, touringcars en vrachtwagens over de weg waarop de erfdienstbaarheid rust mag rijden, met inachtneming van de verplichting om de erfdienstbaarheid op de voor het perceel van [gedaagden c.s] minst bezwarende wijze uit te oefenen, toe,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in conventie en in reconventie
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.
WD 5648
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/605144 / HA ZA 26-22
Vonnis van 14 oktober 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats],
eisende partij in conventie,
gedaagde partij in reconventie
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. D.J. van den Bosch,
tegen
1 [gedaagde sub 1],
te [plaats] ,2. [gedaagde sub 2],
te [plaats],
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [gedaagden c.s],
advocaat: mr. H. Giard.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties - de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie met producties
- de conclusie van antwoord in reconventie
- akte overlegging aanvullende producties van eiser
- akte toelichting en vermeerdering van eis van eisers in reconventie
- de mondelinge behandeling van 2 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnotitie van [eiser]
- de pleitnotitie van [gedaagden c.s]
Daarna is vonnis bepaald.
2 De kern van de zaak
[eiser] en [gedaagden c.s] zijn buren van elkaar. [eiser] kan haar perceel alleen bereiken door gebruik te maken van de oprit die ligt op het perceel van [gedaagden c.s] [eiser] mag gebruik maken van de oprit vanwege een erfdienstbaarheid. Die is vastgelegd door de notaris. Partijen hebben een meningsverschil over hoe die erfdienstbaarheid moet worden uitgelegd en uitgeoefend. Het gaat vooral over de vraag of [eiser] op grond van de erfdienstbaarheid ook met een bestelbusje en/of met een aanhangwagen over de oprit mag rijden. De rechtbank oordeelt dat dat niet mag op grond van de erfdienstbaarheid. Ook is er een meningsverschil over de breedte van de erfdienstbaarheid, de exacte locatie van (een deel van) de erfgrens en is er discussie over een beveiligingscamera en het plaatsten van verschillende objecten door [gedaagden c.s] op het perceel van [eiser] en op de oprit.
3 Het geschil
In conventie
De eis
[eiser] stelt in de dagvaarding een aantal eisen. Kort samengevat gaat het om de volgende eisen.
Over de erfdienstbaarheid
- [eiser] wil dat de rechtbank vaststelt dat de erfdienstbaarheid in de akte van de notaris van 23 juni 1989 inhoudt:
o dat [eiser] met alle voertuigen die met rijbewijs B/BE mogen worden bestuurd, waaronder begrepen personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s, al dan niet in combinatie met een aanhangwagen over de oprit van [gedaagden c.s] mag rijden
o dat er incidenteel met zwaardere motorvoertuigen, waaronder begrepen vrachtagens, hoogwerkers en voertuigen van hulpdiensten over de oprit van [gedaagden c.s] mag worden gereden
o dat de erfdienstbaarheid mag worden uitgeoefend over een breedte van vier meter en dat [eiser] aan het einde van de oprit altijd de noodzakelijke draai naar haar perceel kan maken
- [eiser] wil dat [gedaagden c.s] worden verboden [eiser] te belemmeren in de uitoefening van de erfdienstbaarheid (in overeenstemming met de uitleg van [eiser]) en ervoor te zorgen dat er een vrije doorgang is over de oprit over een breedte van vier meter.
- [eiser] verzoekt de rechtbank een dwangsom te zetten op het overtreden van deze verboden/geboden.
Over de overige geschilpunten
- [eiser] wil dat de rechtbank bepaalt dat [gedaagden c.s] de volgende objecten die langs de zijgevel van de woning van [gedaagden c.s] (parallel aan de oprit) staan, te verwijderen:
o De verhoogde stoep
o Het hekwerk met beplantingen
o Het uithangbord
- [eiser] wil dat de rechtbank bepaalt dat [gedaagden c.s] de volgende objecten van het perceel van [eiser] verwijderen:
o De witte markering achter de garage
o Het hekwerk met beplanting tegen de haag bij de erfgrens
o Het rood-witte afzetpaaltje achter de garage
o De nieuwe strook bestrating aan het einde van de oprit
- [eiser] wil dat [gedaagden c.s] worden veroordeeld om het bord met de tekst “eigen terrein – alleen toegang voor personenauto’s” dat naast het begin van de oprit staat, te verwijderen
- [eiser] wil dat [gedaagden c.s] worden veroordeeld om de beveiligingscamera en de beveiligingslamp die gericht zijn op het perceel van [eiser] te verwijderen of zodanig af te stellen dat het perceel en de oprit niet langer worden opgenomen c.q. niet op hinderlijke wijze worden verlicht
- [eiser] verzoekt de rechtbank om een dwangsom te zetten op het overtreden van de gevorderde geboden.
in reconventie
De tegeneis
[gedaagden c.s] stellen tegeneisen in. Kort samengevat zijn dat de volgende.
Over de erfdienstbaarheid
- [gedaagden c.s] willen dat de rechtbank vaststelt dat de erfdienstbaarheid in de akte van de notaris van 23 juni 1989 inhoudt dat [eiser] uitsluitend met een personenauto, niet zijnde aanhangwagens, bestelauto’s, autobussen, touringcars en vrachtwagens over de oprit mag rijden. Zij verzoeken de rechtbank daarbij een dwangsom op te leggen voor het geval [eiser] in strijd met deze uitleg de oprit gebruikt.
Afgifte sleutel brievenbus
- [gedaagden c.s] willen dat [eiser] wordt verplicht tot afgifte van een sleutel van de brievenbus van [eiser].
4 De beoordeling
in conventie en in reconventie
De erfdienstbaarheid
De rechtbank oordeelt dat de erfdienstbaarheid inhoudt:
- Dat [eiser] uitsluitend met personenauto’s, niet zijnde aanhangwagens, bestelauto’s, autobussen, touringcars en vrachtwagens over de oprit mag rijden
- Dat de breedte waarover de erfdienstbaarheid mag worden uitgeoefend is beperkt tot de breedte van de bestaande oprit
Hierna wordt uitgelegd hoe de rechtbank tot deze uitkomst is gekomen.
Het perceel van [eiser] ligt achter het perceel van [gedaagden c.s] [eiser] kan haar perceel vanaf de openbare weg (de [straat] in [plaats]) alleen bereiken via de oprit die ligt op het perceel van [gedaagden c.s] Ten laste van het perceel van [gedaagden c.s] (het zogenoemde dienende erf) is ten gunste van het perceel van [eiser] (het zogenoemde heersende erf) een erfdienstbaarheid van weg gevestigd. Dat is vastgelegd in de akte van de notaris van 23 juni 1989.[_15f9e0b6-af8b-452b-8101-67d8d6ed431a] Daar waren [eiser] en [gedaagden c.s] niet bij, wel eerdere eigenaren van de twee percelen. In de akte staat het volgende:
“Ten behoeve van het bij deze verkochte en ten laste van het aan de verkoopster In eigendom verblijvend gedeelte - hetwelk op voormelde - aan deze akte gehechte tekening met enkelvoudige arcering is aangegeven van het kadastrale perceel Gemeente [gemeente], sectie [sectie] nummer [nummer], wordt ten deze gevestigd:
1. de erfdienstbaarheid van weg over een breedte van vier (4) meter, doch voorzover dit recht auto's betreft, uitsluitend voor personenauto's, om te kunnen komen van en te gaan naar de [straat], zulks op de minst bezwarende wijze;
2. de erfdienstbaarheid tot het leggen, hebben, onderhouden en vernieuwen van leidingen en kabels ten dienste van gas-, elektriciteits- en water- voorzieningen en de riolering en andere openbare nutsvoorzieningen.”
Aan de akte is een situatietekening gehecht. Daarop is met enkelvoudige arcering een vlak ingetekend om aan te geven op welk deel van het perceel van [gedaagden c.s] de erfdienstbaarheid rust:
Partijen verschillen van mening over de inhoud van de erfdienstbaarheid en de wijze waarop die mag worden uitgeoefend. De rechtbank neemt bij de beoordeling van de geschilpunten het volgende beoordelingskader tot uitgangspunt. De inhoud van de erfdienstbaarheid en de wijze van uitoefening van de erfdienstbaarheid wordt bepaald door de akte van vestiging en – voor zover hierover regels in de akte ontbreken – de plaatselijke gewoonte. Is een erfdienstbaarheid te goeder trouw geruime tijd zonder tegenspraak op een bepaalde wijze uitgeoefend, dan is in geval van twijfel deze wijze van uitoefening beslissend (artikel 5:73 lid 1 BW). Bij uitleg van de akte gaat het om de partijbedoeling die tot uitdrukking is gebracht in die akte. Die partijbedoeling moet worden afgeleid uit de bewoordingen die zijn gebruikt in de akte uitgelegd naar objectieve maatstaven in het licht van de hele inhoud van de akte. Bij de uitleg van de wijze waarop de erfdienstbaarheid moet worden uitgeoefend spelen de beginselen van redelijkheid en billijkheid een rol.
[eiser] mag uitsluitend met personenauto’s over de oprit rijden
De rechtbank volgt [eiser] niet in de uitleg dat zij met alle voertuigen waarvoor een B/BE rijbewijs (waaronder bestelwagens, al dan niet in combinatie met aanhangwagens) is vereist over de oprit mag rijden.
[eiser] stelt dat de zinsnede “doch voorzover dit recht auto’s betreft, uitsluitend voor personenauto’s” moet worden gezien als beperking ten opzichte van zware vrachtauto’s en ander zwaar verkeer, niet als een uitsluiting van alle bedrijfsauto’s (bestelwagens), die qua afmeting en massa vergelijkbaar zijn met personenauto’s. Het ligt niet voor de hand deze uitleg te volgen. De rechtbank sluit ten eerste aan bij de tekst van de akte. De tekst is duidelijk en laat geen ruimte voor deze uitleg. Een personenauto is – in het normaal spraakgebruik – een auto bedoeld voor het vervoeren van personen. Een bestelbus, al dan niet in combinatie met aanhangwagen, is dat niet. Ook blijkt nergens uit dat de partijbedoeling erop was gericht om alleen vrachtverkeer uit te sluiten, en (juist) geen bestelbusjes en/of aanhangwagens. De rechtbank acht een andere uitleg ook niet logisch in verband met de woonsituatie ter plekke. Het gaat om een erfdienstbaarheid pal langs een woning. Het is niet onbegrijpelijk om in verband met het behoud van de woonrust te eisen dat er alleen personenauto’s (en dus geen bedrijfsbusjes of aanhangers) over de oprit mogen rijden. De rechtsvoorganger van [gedaagden c.s] – mevr. [A] – die ook partij was bij de akte van vestiging van erfdienstbaarheid in 1989, bevestigt het voorgaande bovendien in haar schriftelijke verklaring:[_08b86359-256e-47bd-b7cb-52c443fc08e4]
“(…) 3. Om onze woonrust te waarborgen, is bij de aankoop uitdrukkelijk als voorwaarde gesteld en overeengekomen dat in de bedrijfsruimte uitsluitend een kantoorfunctie zou worden gevestigd, en geen andere bedrijfsactiviteiten die een zwaardere of drukkere bedrijfsvoering met zich mee zouden brengen.
(…) 5. Bij het vestigen van deze erfdienstbaarheid is nadrukkelijk bepaald dat het gebruik van dit deel van de oprit slechts beperkt is tot personenauto's.
6. De bedoeling van deze beperking was om te voorkomen dat zwaarder of ander gemotoriseerd verkeer gebruik zou maken van de oprit, teneinde de rust, veiligheid en het woonkarakter van het perceel te beschermen.”
[eiser] voert daarnaast nog aan dat er sprake is van bestendig gebruik van de oprit met lichte bedrijfsauto’s en aanhangwagens sinds 1989. Volgens [eiser] is dit gebruik zonder tegenspraak door (de rechtsvoorgangers van) [gedaagden c.s] aanvaard. De vestigingsakte moet volgens [eiser] daarom worden uitgelegd in lijn met dit bestendige gebruik. [gedaagden c.s] betwisten dit standpunt. Er is niet sinds de vestiging van de erfdienstbaarheid steeds met lichte bedrijfsauto’s over de oprit gereden. Zij verwijzen daarvoor opnieuw naar de verklaring van mevr. [A], die dit bevestigt:
“(…) 9. [B] gebruikte de ruimte als kantoor en voor productpresentaties. [B] was niet dagelijks op het kantoor aanwezig, soms enkele dagen achter elkaar en soms weken tot een maand niet. Hij gebruikte de oprit hoofdzakelijk met een personenauto.
10. Voor de productpresentaties was incidenteel een busje nodig wat wij dan over de oprit toestonden. Grotere bussen en/of vrachtwagens van leveranciers parkeerden langs de weg en dan werden de materialen lopend over de oprit vervoerd.
11. Enkele keren is er een vrachtauto over de oprit gekomen voor verbouwingswerkzaamheden. (…)
12. Het gebruik van andere voertuigen zoals een busje of een voertuig met aanhanger, kwam af en toe voor, voor onderhoud van het pand. Dit had een incidenteel karakter. (…)”
[eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake was van bestendig gebruik door middel van bestelbusjes en aanhangwagens. Dat hebben [gedaagden c.s] met de verklaring van mevr. [A] voldoende weersproken.
Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, zal dan ook voor recht worden verklaard dat de erfdienstbaarheid inhoudt dat [eiser] uitsluitend met personenauto’s, niet zijnde aanhangwagens, bestelauto’s, autobussen, touringcars en vrachtwagens over de oprit mag rijden. Dat betekent dat de gevorderde verklaring voor recht van [eiser] in conventie zal worden afgewezen en de gevorderde verklaring voor recht van [gedaagden c.s] in reconventie zal worden toegewezen.
De breedte waarover de erfdienstbaarheid wordt uitgeoefend is beperkt tot de breedte van de bestaande oprit
In de vestigingsakte van 1989 staat dat er een erfdienstbaarheid wordt gevestigd over een breedte van vier meter. [eiser] vordert een gebod om te zorgen voor een vrije doorgang van vier meter breed over de gehele lengte van de oprit, zodat de erfdienstbaarheid vrij toegankelijk is voor alle voertuigen die op grond van de erfdienstbaarheid zijn toegestaan. De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat er op grond van de erfdienstbaarheid slechts met personenauto’s, niet zijnde aanhangwagens, bestelauto’s, autobussen, touringcars en vrachtwagens over de oprit mag worden gereden. Het is niet gesteld of gebleken dat de bestaande oprit niet breed genoeg is voor personenauto’s. [eiser] wordt dan ook niet belemmerd in de uitoefening van haar recht van weg. [gedaagden c.s] voeren bovendien aan dat er nooit gebruik is gemaakt van een erfdienstbaarheid met een breedte van vier meter. Het is niet gebleken dat (de rechtsvoorgangers van) [eiser] ooit geklaagd hebben dat de oprit in afwijking van de vestigingsakte niet vier meter breed was. De rechtbank stelt dan ook vast dat [eiser] geen belang heeft bij haar vordering om te zorgen voor een vrije doorgang van vier meter breed over de gehele lengte van de oprit om de erfdienstbaarheid te kunnen uitoefenen. Omdat niet is gesteld of gebleken dat [gedaagden c.s] de vrije doorgang van de bestaande oprit belemmeren, is er ook geen aanleiding om het gevorderde gebod toe te wijzen voor dit gedeelte.
De verhoogde stoep, het uithangbord en het hekwerk met beplanting, staan buiten de erfdienstbaarheid
[eiser] stelt dat [gedaagden c.s] de erfdienstbaarheid belemmeren door het plaatsen van een verhoogde stoep, een uithangbord en een hekwerk met beplanting. De rechter stelt vast dat deze objecten buiten de erfdienstbaarheid staan. Ook als wordt uitgegaan van een erfdienstbaarheid over een breedte van vier meter. Dat blijkt uit de video-opname van [gedaagden c.s][_347fb36a-6e91-40fc-9c3a-a674c9b24b59] In de video-opname is de erfdienstbaarheid weergegeven over een breedte van vier meter, gerekend van de erfgrens met de buren (de rechterkant), door middel van een lint die over de volledige lengte (aan de linkerkant) van de oprit ligt. [eiser] heeft de ligging van het lint – en dus het punt waar de erfdienstbaarheid eindigt (aan de linkerkant) – niet weersproken. De verhoogde stoep, het uithangbord en het hekwerk met beplanting staan buiten dit lint en dus buiten de erfdienstbaarheid, ook als rekening wordt gehouden met een breedte van vier meter. De vordering van [eiser] tot verwijdering van deze objecten zal de rechtbank dan ook afwijzen.
Bepalen erfgrens
[eiser] stelt dat [gedaagden c.s] inbreuk maken op haar eigendomsrecht door een witte markering, een hekwerk met beplanting en een rood-wit afzetpaaltje op haar perceel te plaatsen. [eiser] eist [gedaagden c.s] te veroordelen de objecten te verwijderen. [gedaagden c.s] zijn het daar niet mee eens. Volgens [gedaagden c.s] staan de objecten op hun eigen perceel. De vraag op wiens perceel de objecten staan, hangt af van de vraag hoe de erfgrens tussen beide percelen loopt. Partijen zijn het daar niet over eens.
[eiser] baseert zich voor de vaststelling van de erfgrens op het rapport van 1 juli 2026 van onderzoeksbureau Kadasterdata.[_b4a9c0e2-f6e3-4979-b3f9-cee47d9afe2b] Zij hebben op basis van de coördinaten die zijn opgenomen in het Kadaster een reconstructie van de erfgrens gemaakt. Uit het onderzoek blijkt dat er een knik loopt in de erfgrens:
Dezelfde knik is ook zichtbaar in de openbaar beschikbare kadastrale informatie op [website]. Partijen zijn het erover eens dat als vaststaat dat er een knik loopt in de erfgrens, de witte markering, het hekwerk met beplanting en het rood-witte afzetpaaltje die [gedaagden c.s] hebben geplaatst, in dat geval op het perceel van [eiser] staan.
[gedaagden c.s] betwisten dat de kadastergegevens (waarop Kadasterdata haar bevindingen heeft gebaseerd) niet juist zijn, of in elk geval geen garantie geven. Op de website staat namelijk een disclaimer dat er een afwijking van 40 cm kan optreden in de landmeting. Volgens [gedaagden c.s] moet voor de erfgrensbepaling eerder aansluiting worden gezocht bij de leveringsakte uit 1989 en de kadastrale meting van 1994.[_21474449-f776-4a5b-8c34-000e55144521] Daaruit blijkt dat de erfgrens tussen de beide percelen recht loopt, zonder knik. Dat standpunt verwerpt rechtbank. De leveringsakte uit 1989 is niet bedoeld om een erfgrens te bepalen, zodat het niet voor de hand ligt om de situatietekening die bij de akte is aangehecht als uitgangspunt te nemen. Voor de kadastrale meting uit 1994 is dat anders. [gedaagden c.s] voeren daarentegen zelf aan dat de kadastrale kaart op [website] – waarin een knik zit in de erfgrens – gebaseerd is op de herleidbare maten uit het veldwerk voor de kadastrale meting van 1994. Kadasterdata heeft haar landmeting op dezelfde gegevens gebaseerd, zo blijkt uit haar rapport. [gedaagden c.s] hebben daarmee naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de erfgrensreconstructie zoals vastgesteld door Kadasterdata op 1 juli 2026 niet klopt. Dat Kadasterdata een disclaimer hanteert voor mogelijke afwijkingen, doet ook geen afbreuk aan de betrouwbaarheid. Het is slechts een algemene disclaimer, dat zegt niets over een mogelijke afwijking in dit concrete geval.
Het rood-witte afzetpaaltje, de witte markering en het hekwerk met beplanting
Tussen partijen is niet in geschil dat het rood-witte afzetpaaltje, de witte markering en het hekwerk met beplanting op het perceel van [eiser] staan, als wordt uitgegaan van de erfgrens zoals vastgesteld door Kadasterdata op 1 juli 2026. [gedaagden c.s] worden dan ook veroordeeld om deze objecten te verwijderen. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat [gedaagden c.s] niet zullen voldoen aan dit gebod, zodat de gevorderde dwangsom zal worden afgewezen.
De nieuwe strook bestrating
In augustus 2024 hebbe [gedaagden c.s] een extra strook bestrating aangelegd aan de rechterzijde van het einde van de oprit, richting het perceel van de rechterbuurman. [eiser] stelt dat de nieuwe strook bestrating deels op het perceel van [eiser] is aangelegd, wat in strijd is met haar eigendomsrecht. Uitgaande van de erfgrensvaststelling door Kadasterdata, klopt het dat een klein deel van de bestrating op het perceel van [eiser] ligt. Dit blijkt ook uit de foto’s van de landmeting door Kadasterdata.[_89663728-8c88-411d-adf4-2fc25c581f40] [eiser] heeft echter niet aangevoerd welk belang zij heeft bij verwijdering van de bestrating. Het vergemakkelijkt bovendien de bocht naar het perceel van [eiser]. De rechtbank zal de vordering van [eiser] bij gebrek aan belang dan ook afwijzen.
Bord met tekst “Eigen terrein – alleen toegang voor personenauto’s”
[gedaagden c.s] hebben aan het begin van de oprit een bord geplaatst met de tekst “Eigen terrein – alleen toegang voor personenauto’s”. Ter zitting heeft de rechtbank sterk de indruk gekregen dat dit bord een reactie was vanwege de discussie over de erfdienstbaarheid. [gedaagden c.s] hebben geen ander belang bij behoud van dit bord aangevoerd. [eiser] heeft daarentegen wel een belang bij verwijdering van het bord. Het bord belemmert het zicht op het logo met de bedrijfsnaam van [eiser]. Daar ondervindt [eiser] en haar klanten hinder van. [gedaagden c.s] moeten het bord dan ook verwijderen.
Beveiligingscamera
[eiser] meent dat de beveiligingscamera aan de achtergevel van de garage van [gedaagden c.s] inbreuk maakt op de privacy van [eiser] en haar bezoekers. Vooropgesteld wordt dat mensen in beginsel een camera op hun eigen perceel mogen plaatsen, zolang dit geen onrechtmatige daad oplevert. Als een camera inbreuk maakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van anderen, levert het hebben van deze camera in beginsel een onrechtmatige daad op (naar HR 9 januari 1987, nr. 12717, NJ 1987, 928). Uit de schermafdrukken van de camerabeelden blijkt dat er een klein deel van het perceel van [eiser] wordt gefilmd.[_7cd07642-818f-49a6-9186-4b87297becf0] De rechtbank ziet daarin aanleiding te bepalen dat de opstelling van de camera zodanig wordt gewijzigd dat daarmee alleen nog het eigen perceel van [gedaagden c.s] wordt gefilmd. De rechtbank wijst de gevraagde dwangsom wel af. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat [gedaagden c.s] niet zullen voldoen aan dit gebod.
Beveiligingslamp
[eiser] heeft bij dagvaarding gevorderd dat [gedaagden c.s] de beveiligingslamp die schijnt op het perceel van [eiser], verwijdert of zodanig bijstelt dat [eiser] geen hinder meer ondervindt van de verlichting. Ter zitting heeft [eiser] aangevoerd dat de beveiligingslamp inmiddels is bijgesteld en dat hij er geen hinder meer van ondervindt. De rechtbank oordeelt dan ook dat [eiser] geen belang meer heeft bij deze vordering.
Afgifte sleutel
[gedaagden c.s] vorderen in reconventie [eiser] te veroordelen tot afgifte van een sleutel van de brievenbus van [eiser] aan [gedaagden c.s] en hen schriftelijke toestemming te verlenen voor het halen van de post die bestemd is voor [gedaagden c.s] uit de brievenbus. [gedaagden c.s] heeft nagelaten een grondslag voor deze vordering aan te voeren. Om die reden zal de vordering dan ook worden afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De rechtbank
in conventie
veroordeelt [gedaagden c.s] om binnen twee weken na dagtekening van dit vonnis het rood-witte afzetpaaltje, de witte markering en het hekwerk met beplanting van het perceel van [eiser] te verwijderen,
veroordeelt [gedaagden c.s] om binnen twee weken na dagtekening van dit vonnis het bord met de tekst “Eigen terrein – alleen toegang voor personenauto’s” te verwijderen,
veroordeelt [gedaagden c.s] om binnen twee weken na dagtekening van dit vonnis de beveiligingscamera die op het perceel van [eiser] is gericht, op het eigen perceel te richten,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
wijst de gevorderde verklaring voor recht dat de erfdienstbaarheid in de akte van de notaris van 23 juni 1989 inhoudt dat [eiser] uitsluitend met een personenauto, niet zijnde aanhangwagens, bestelauto’s, autobussen, touringcars en vrachtwagens over de weg waarop de erfdienstbaarheid rust mag rijden, met inachtneming van de verplichting om de erfdienstbaarheid op de voor het perceel van [gedaagden c.s] minst bezwarende wijze uit te oefenen, toe,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in conventie en in reconventie
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.
WD 5648
Voetnoten
- Productie 6 van [eiser].
- Productie 13 van [gedaagden c.s]
- Productie 1 van [gedaagden c.s]
- Productie 39 van [eiser].
- Productie 19 van [gedaagden c.s]
- Productie 41 en 42 van [eiser].
- Productie 11 van [gedaagden c.s]
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.