Uitspraak · Arbeidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 13 oktober 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:7422Zaaknummer 11986696 \ UE VERZ 25-364

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13 oktober 2026
Publicatiedatum
29 oktober 2026
Zaaknummer
11986696 \ UE VERZ 25-364
Rechtsgebied
Civiel recht, Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding toe, omdat er een verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen is. Aan werknemer wordt een transitievergoeding toegekend. De door werknemer gevorderde billijke vergoeding wordt afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter

op het verzoek

5.1

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2026,

5.2

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

5.3

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

5.4

wijst het meer of anders verzochte af,

op het tegenverzoek

5.5

veroordeelt Involv om aan [verweerder] een transitievergoeding te betalen van € 7.593,99 bruto,

5.6

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

5.7

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

5.8

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De kern van de zaak
  3. 3 De achtergrond van de zaak
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11986696 \ UE VERZ 25-364 wh 1031

Beschikking van 13 oktober 2026

in de zaak van

STICHTING PGOSUPPORT, tevens handelend onder de naam INVOLV,

gevestigd in Utrecht,

verzoekende partij,

verwerende partij in het (voorwaardelijk) tegenverzoek,

hierna te noemen: Involv,

gemachtigde: mr. M.N. Guntenaar,

tegen

[verweerder],

wonend in [woonplaats],

verwerende partij,

verzoekende partij in het (voorwaardelijk) tegenverzoek,

hierna te noemen: [verweerder],

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1

Involv heeft een verzoek ingediend om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft een verweerschrift en een voorwaardelijk tegenverzoek ingediend. Vervolgens heeft Involv nog een akte met aanvullende producties aan de rechtbank toegezonden.

1.2

Op 15 september 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Involv waren daarbij aanwezig mevrouw [A], [functie 1] (hierna: [A]) en mevrouw [B], [functie 2] bijgestaan door de gemachtigde. [verweerder] was ook aanwezig. Partijen en de gemachtigde van Involv hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. De gemachtigde van Involv heeft ook spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen.

1.3

Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter meegedeeld dat er vandaag een uitspraak zal worden gedaan.

2 De kern van de zaak

2.1

[verweerder] is sinds 1 mei 2023 werkzaam bij Involv. Involv verzoekt in deze procedure ontbinding van de arbeidsovereenkomst op verschillende gronden. De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding toe, omdat er een verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen is. Het is partijen al een jaar lang niet gelukt om in gesprek te komen over de werkzaamheden van [verweerder]. Ook niet na afronding van de klachtenprocedure en ook niet met hulp van een mediator. Aan [verweerder] wordt een transitievergoeding toegekend. De door [verweerder] gevorderde billijke vergoeding wordt afgewezen.

3 De achtergrond van de zaak

3.1

[verweerder], geboren [geboortedatum] 1982, is op 10 mei 2023 bij Involv in dienst getreden in de functie van [functie 3]. Hij werkt 28 uur per week voor een bruto maandloon van € 5.457,82. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Sociaal Werk Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening 2025-2027 (hierna: de cao) van toepassing. Naast zijn werkzaamheden bij Involv werkt [verweerder] aan zijn promotieonderzoek bij de [universiteit].

3.2

Involv is een organisatie die gericht is op het versterken en ondersteunen van organisaties en collectieven van/voor kwetsbare mensen, waaronder begrepen – maar niet beperkt tot – personen met een beperking of (chronische) aandoening. De organisatie wordt geleid door een [functie 1] - [.], met daarboven een Raad van Toezicht. Bij Involv zijn ongeveer veertig personen werkzaam.

4 De beoordeling

4.1

Involv heeft aan de kantonrechter gevraagd om de arbeidsovereenkomst tussen Involv en [verweerder] te ontbinden. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is.[_f7571c8f-372a-47f8-852b-63c419412c7e] Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.[_dfefe2eb-f56a-4b86-b624-0819b164336d]

4.2

Involv noemt in haar verzoekschrift vier gronden waarom zij vindt dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst moet ontbinden namelijk:

  • disfunctioneren (sub d) van [verweerder]
  • verwijtbaar handelen of nalaten (sub e) door [verweerder]
  • een verstoorde arbeidsrelatie (sub g)
  • een combinatie van bovenstaande gronden (sub i).

Deze gronden zijn door Involv nevengeschikt aangevoerd en zullen als zodanig door de kantonrechter worden beoordeeld.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond)

4.3

Uit de omvangrijke processtukken en uit wat partijen op de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht is voldoende duidelijk geworden dat – wat er van de verdere gronden ook zij – in ieder geval sprake is van een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsrelatie tussen partijen. Toen de toenmalige [functie 1] - [.] van Involv, [C], ziek was uitgevallen, heeft de Raad van Toezicht [A] gevraagd als waarnemend [functie 1] - [.] op te treden. [A] heeft – naar zij zegt naar aanleiding van signalen dat er dingen niet goed liepen – [verweerder] uitgenodigd voor een gesprek op 6 oktober 2025. De uitnodiging van dit gesprek, die op 30 september 2025 was gestuurd, werd twintig minuten voor aanvang van het gesprek door [verweerder] geweigerd. In de uitnodiging van het gesprek stond het volgende:

“(…) Ik wil je uitnodigen voor een gesprek a.s. maandag om 10.00 uur om samen te spreken over de ontwikkeling binnen het team [team] en ook over de voortgang van jouw werk. De afgelopen weken ben je niet aanwezig geweest in het teamoverleg en daardoor heb je belangrijke informatie en besluiten gemist. Ik vind het van belang dat je snel wordt bijgepraat om weer goed aan te kunnen sluiten. Dit gesprek is onderdeel van ons werk en ik reken dan ook op je aanwezigheid.(…)”

[verweerder] zegt dat hij deze e-mail pas op maandagochtend 6 oktober 2025 voor het eerst heeft gezien. Hij had toen al een andere afspraak staan. Daarom weigerde hij de afspraak. [verweerder] stelt dat [A] na zijn weigering de stilteruimte waar hij zat te werken binnen is komen stormen en dat zij zowel verbaal als non-verbaal agressief overkwam. Vervolgens is er een kort gesprek geweest in de kamer van [A], waarbij de [functie 2] aanwezig was. [A] heeft op de mondelinge behandeling desgevraagd uitgelegd dat er iemand van HR bij het gesprek aanwezig was omdat zij de functie van de toenmalige [functie 1] waarnam. In dat verband was er een grotere betrokkenheid van HR, wat ook aan iedereen was gecommuniceerd. [A] nodigde [verweerder] uit voor een vervolggesprek op 13 oktober 2025. Op die datum verscheen [verweerder] zonder bericht niet. Wel stuurde [verweerder] [A] en de [functie 2] een kopie van zijn e-mail aan de door ziekte uitgevallen [C]. In deze e-mail schrijft [verweerder] dat er sprake was van grensoverschrijdend gedrag door [A] op 6 oktober 2025 en dat hij afziet van het aanbod om op 13 oktober 2025 opnieuw in gesprek te gaan.

4.4

Op 20 oktober 2025 nodigde [A] [verweerder] wederom uit om in gesprek te gaan. Toen [verweerder] weer niet verscheen stelde Involv hem op non-actief. Uiteindelijk vond op 24 oktober 2025 een gesprek plaats. Daarbij was een vertrouwenspersoon van [organisatie 1] aanwezig, die [verweerder] zelf had ingeschakeld. [verweerder] zei in dat gesprek dat voor hij verder zou praten, eerst zijn klacht met betrekking tot het gedrag van [A] op 6 oktober 2026 moest worden afgehandeld. Aan het einde van het gesprek weigerde [verweerder] om [A] een hand te geven. Involv ging ermee akkoord dat de klacht eerst zou worden onderzocht. De non-actiefstelling hield Involv in stand, omdat de situatie met betrekking tot het werk en functioneren van [verweerder] volgens Involv niet was gewijzigd.

4.5

In zijn e-mail van 19 november 2025 deelde [verweerder] mee dat de maximumtermijn voor een non-actiefstelling voorbij was en dat hij zijn werk weer zou hervatten. Involv heeft hier inhoudelijk op gereageerd en [verweerder] per 17 november 2025 vrijgesteld van werk. Involv schakelde een extern bureau in om de klacht van [verweerder] tegen [A] te onderzoeken. Daarnaast diende Involv op 24 november 2025 dit ontbindingsverzoek in. Uiteindelijk is dit ontbindingsverzoek op verzoek van Involv aangehouden in afwachting van het onderzoek naar de klacht van [verweerder] over [A] en het daaropvolgende mediationtraject tussen partijen.

4.6

Het externe bureau dat de klacht onderzocht heeft met diverse personen in de organisatie gesproken en heeft een rapportage van 22 pagina’s afgeleverd. Omdat er geen getuigen aanwezig waren bij het vermeende incident op 6 oktober 2025 heeft het onderzoeksbureau uiteindelijk niet kunnen vaststellen of er iets gebeurd is en wat de situatie precies was, aangezien de verklaringen van [verweerder] en [A] uiteenlopen. Involv heeft wel onweersproken opgemerkt dat [A] vanwege een fysieke beperking moeilijk loopt en niet eens in staat is om een kamer binnen te stormen. In de rapportage komt uit de diverse interviews wel naar voren dat er problemen waren in de samenwerking binnen het team [team] en dat [A] dus reden had om het gesprek met [verweerder] aan te willen gaan.

4.7

Vaststaat dat na het incident op 6 oktober 2025 het partijen niet is gelukt om nader tot elkaar te komen. [A] is [C] opgevolgd als [functie 1] - [.]. Ook met hulp van een mediator zijn partijen er niet in geslaagd om met elkaar te spreken over het werk van [verweerder] en de samenwerking. De kantonrechter moet dan ook vaststellen dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord is geraakt. [verweerder] zegt dat hij weer kan terugkeren naar zijn werk en heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat hij zich zal neerleggen bij de uitkomst van het onderzoek, omdat er geen getuigen zijn. Maar uit niets blijkt uit dat [verweerder] onder [A] wil werken of zich nu wel veilig voelt. Hij weigert nog steeds om over zijn werk en de samenwerking met [A] in gesprek te gaan. Op de mondelinge behandeling heeft [verweerder] betwist dat hij zich autoritair zou hebben gedragen, maar dit is nu juist een van de dingen waar [A] met hem over wilde spreken. Tegen de onderzoekers in de klachtenprocedure heeft [verweerder] ook kritiek geuit op [A] (in het rapport genoemd: beschuldigde). In het rapport staat hierover het volgende: “In de eerste of tweede week van september heeft vervolgens beschuldigde de taken overgenomen. Dit zou zijn gebeurd op verzoek van de RvT. Melder verklaart dat hij daar zijn bedenkingen bij had. Volgens hem zijn de meeste adviseurs van INVOLV zeer senior met een bepaalde staat van dienst. Beschuldigde is volgens hem van een ander niveau en kan zij inhoudelijk niet mee komen met de adviseurs. Hij vraagt zich af of zij überhaupt HBO geschoold is, laat staan WO.”[_281c2489-68f8-407d-bd01-f2641bbcbc7e]

[verweerder] heeft niet kunnen uitleggen waarom hij, gelet op deze verklaring tegenover de onderzoekers en het feit dat hij een jaar lang niet met [A] in gesprek heeft willen gaan over zijn werk en functioneren, denkt gewoon weer zijn werk te kunnen hervatten. [verweerder] heeft wel te kennen gegeven dat hij met de wetenschap van nu zijn mail over de non-actiefstelling niet zo dwingend zou hebben opgesteld, maar hij heeft niet aangegeven waarom hij het gesprek met [A] over zijn werk en de samenwerking binnen het team al die tijd heeft geweigerd. De kantonrechter ziet dan ook niet in hoe [verweerder] zijn werk weer kan hervatten, terwijl hij direct onder [A] moet werken. Aangezien Involv een kleine en platte organisatie is ligt herplaatsing niet in de reden. De arbeidsovereenkomst wordt dan ook ontbonden op de g-grond. Een beoordeling van de andere, nevengeschikte gronden is onder de gegeven omstandigheden niet meer nodig, behalve dat de gestelde ernstige verwijtbaarheid hierna bij de beoordeling van de transitievergoeding aan de orde komt.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op 1 december 2026

4.8

Volgens de cao is de opzegtermijn twee maanden.[_9600dbd2-3efd-4f8c-b196-8f668cf76e37] Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 december 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure waarbij in ieder geval een maand overblijft.[_ed801fa7-3a69-4890-b5d8-64d17485dd1f]

Involv moet een transitievergoeding aan [verweerder] betalen

4.9

[verweerder] heeft recht op een transitievergoeding, omdat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan. De arbeidsverhouding is weliswaar vooral verstoord geraakt door toedoen van [verweerder] omdat hij maar niet in gesprek wil gaan over zijn werk en de samenwerking, maar de lat voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten ligt hoog en die hoge lat is hier niet gehaald.[_e8e36dac-4090-4681-ba68-646b4204fa8d] Het verzoek van Involv om geen transitievergoeding aan [verweerder] toe te kennen wordt dan ook afgewezen. Het voorwaardelijk tegenverzoek van [verweerder] om wel een transitievergoeding toe te kennen wordt toegewezen.

4.10

[verweerder] heeft geen specifiek bedrag aan transitievergoeding gevorderd. De kantonrechter zal dit bedrag dan ook zelf uitrekenen op basis van de overgelegde loonstroken en de bepalingen in de cao. In de wet is bepaald dat de transitievergoeding 1/3 van het loon per maand bedraagt voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd en bedraagt een evenredig deel daarvan voor een periode dat de arbeidsovereenkomst korter dan een jaar heeft geduurd.[_743d7148-2992-452b-9f7d-2edf1255f704] De vraag is vervolgens wat het brutoloon per maand is waarmee moet worden gerekend.

Volgens de cao heeft [verweerder] naast het bruto maandsalaris van € 5.457,82 recht op het Individueel KeuzeBudget (IKB):[_a5a7ef64-9f12-4702-8201-debee5bda120]

  • Vakantietoeslag van 8%
  • Eindejaarsuitkering van 8,3%
  • Vermeerderd met 0,1%
  • 26 uur bovenwettelijke verlof op basis van een voltijd dienstverband
  • De tegemoetkoming premie ziektekostenverzekering van € 10 bruto per maand.

Niet alle hierboven genoemde componenten vallen onder het begrip loon zoals bedoeld in de wet. Het begrip loon is nader uitgewerkt in het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding (Besluit)[_9fb9cdef-18f4-4e6f-b40a-e18130de5c06] en in de Regeling looncomponenten en arbeidsduur (Regeling).[_91df8a87-fe2b-4882-9d80-74aa4b75d5c9] In het Besluit is geregeld dat de vakantiebijslag en eindejaarsuitkering meetelt en de overeengekomen vaste looncomponenten in de 12 maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. In de regeling is limitatief geregeld wat vaste looncomponenten zijn. Bovenwettelijke verlof en ziektekostenvergoeding zijn hier niet in vermeld. Deze worden dan ook niet meegenomen.

4.11

De kantonrechter gaat voor de transitievergoeding dan ook uit van het volgende:

  • een bruto maandloon van € 5.457,82,
  • 8% vakantietoeslag,
  • 8.3% eindejaarsuitkering
  • de vermeerdering van 0,1%

Met een ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 december 2026 bedraagt de transitievergoeding dan € 7.593,99 bruto. Involv zal veroordeeld worden tot betaling van dit bedrag.

[verweerder] heeft geen recht op een billijke vergoeding

4.12

De kantonrechter kent aan [verweerder] niet de door hem gevraagde billijke vergoeding toe. Een billijke vergoeding kan namelijk alleen worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.[_3a31f0f5-6172-4fdb-9513-12c54f73bc27] Dat is hier niet zo. Niet is gebleken dat [A] op 6 oktober 2025 zich grensoverschrijdend heeft gedragen. Involv heeft de maatregel tot non-actiefstelling per direct op 20 oktober 2025 opgelegd. In de cao is hierover bepaald dat voordat de werkgever overgaat tot non-actiefstelling hij de werknemer moet horen althans daartoe moet oproepen.[_0e220d46-e206-4031-8312-bf5a60f0e7b3] Involv is dan ook te snel overgegaan tot op het opleggen van de ordemaatregel, maar zij had [verweerder] al drie keer eerder opgeroepen om met haar in gesprek te gaan en dat heeft hij steeds geweigerd. Ook heeft Involv duidelijk uitgelegd dat zij, zolang partijen niet met elkaar in gesprek zouden gaan, het onwenselijk vond dat [verweerder] zijn werkzaamheden zou verrichten. Door het opleggen van de maatregel is [verweerder] uiteindelijk op 24 oktober 2025 wel kort in gesprek gegaan met [A]. Involv heeft weliswaar snel haar conclusies getrokken en een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend, maar zij heeft dit verzoek laten aanhouden in het kader van het onderzoek en de mediation. Involv heeft zeer correct gehandeld met betrekking tot de behandeling van de door [verweerder] ingediende klacht en heeft hem al die tijd onverkort doorbetaald. Ook heeft Involv de door [verweerder] ingeschakelde vertrouwenspersoon betaald, terwijl [verweerder] het maken van deze kosten niet vooraf met Involv had overlegd. Involv heeft zich dan ook niet verwijtbaar gedragen, laat staan ernstig verwijtbaar. Het tegenverzoek van [verweerder] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt dan ook afgewezen.

4.13

Involv heeft verzocht om een termijn te krijgen waarbinnen zij het verzoek mag intrekken als een transitievergoeding wordt toegekend. Dit verzoek wordt niet toegekend omdat de transitievergoeding rechtstreeks uit de wet voortvloeit.[_7fc2b168-85e4-47f4-8baa-e5e78c09516f] Involv zal dan ook geen mogelijkheid te krijgen om het verzoek in te trekken.

De proceskosten worden gecompenseerd

4.14

De kantonrechter bepaalt dat partijen in beide verzoeken dus ook het tegenverzoek ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft.

Deze uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad

4.15

De kantonrechter zal deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals door beide partijen is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen – zo mogelijk – hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

5 De beslissing

De kantonrechter

op het verzoek

5.1

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2026,

5.2

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

5.3

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

5.4

wijst het meer of anders verzochte af,

op het tegenverzoek

5.5

veroordeelt Involv om aan [verweerder] een transitievergoeding te betalen van € 7.593,99 bruto,

5.6

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

5.7

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

5.8

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.

Voetnoten

  1. Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
  2. Artikel 7:669 lid 1 BW.
  3. Pagina 11 van Rapport van onderzoek Involv uitgevoerd door [organisatie 2]
  4. Artikel 2.5 van de cao Sociaal Werk Welzijn & maatschappelijke Dienstverlening
  5. Artikel 7:671b lid 9, onder a, BW
  6. Artikel 7:7673 lid 1 en lid 7 BW
  7. Artikel 7:673 lid 2 BW
  8. Artikel 4.2 van de cao Sociaal Werk Welzijn & maatschappelijke Dienstverlening
  9. Stb. 2014,538
  10. Stb. 2014, 36823
  11. Artikel 7:671b lid 9, onder c, BW.
  12. Artikel 2.7 van de cao Sociaal Werk Welzijn & maatschappelijke Dienstverlening
  13. 7:686a lid 6 BW en uitspraak Hoge Raad 28 september 2018; ECLI:NL: HR :2018:1812

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.