Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:7186Zaaknummer C/16/607849 / HA ZA 26-112

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
7 oktober 2026
Publicatiedatum
19 oktober 2026
Zaaknummer
C/16/607849 / HA ZA 26-112
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bijdrage kosten herstel mandelige zaken en schadevergoeding. Noodzaak herstel staat nog niet vast. Voornemen om deskundige te benoemen en bevel om schaderapport te overleggen.

De rechtbank

in het incident

5.1

wijst de vorderingen van [eiseressen] af,

in conventie

5.2

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 21 oktober 2026 voor het nemen van een akte door [gedaagde] over hetgeen is vermeld in randnummer 4.20,

5.3

bepaalt dat [eiseressen] op de rol van woensdag 21 oktober 2026 een akte mag nemen waarin zij zich uitlaat over hetgeen is vermeld in randnummer 4.21,

in het incident en in conventie en in reconventie

5.4

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

5718 (MM)

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De kern van de zaak
  3. 3 De achtergrond van het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/607849 / HA ZA 26-112

Vonnis van 7 oktober 2026

in de zaak van

1 [eiseres sub 1] B.V.,

te [plaats] ,2. [eiser sub 2],

te [plaats] ,3. [eiseres sub 3],

te [plaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

eiser in het incident,

hierna samen te noemen: [eiseressen],

advocaat: mr. M. Wierenga,

tegen

[gedaagde],

te [plaats] / [plaats] (Turkije),

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

verweerder in het incident,

hierna te noemen: [gedaagde],

advocaat: mr. J.B.M. Swart.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 19 november 2025 met een incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening met producties; - de conclusie van antwoord in conventie en in het incident en een eis in reconventie met 3 producties;

- de conclusie van antwoord in reconventie en een wijziging van eis in conventie met producties;

- de akte van [gedaagde] met aanvullende producties en een reactie op de eiswijziging in conventie;

- de akte van [eiseressen] met een aanvullende productie;

- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;- de mondelinge behandeling van 12 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2

Ten slotte is bepaald dat vonnis wordt uitgesproken.

2 De kern van de zaak

2.1

In 2025 is er een brand geweest in het pand van [gedaagde] waardoor de naburige panden van [eiseressen] schade hebben opgelopen. In deze procedure vordert [eiseressen] dat [gedaagde] wordt veroordeeld om mee te werken aan het herstel van de mandelige zaken en dat [gedaagde] een deel van de kosten van het herstel betaalt. Ook vordert [eiseressen] dat [gedaagde] haar schade als gevolg van de brand vergoedt, omdat [gedaagde] hiervoor aansprakelijk zou zijn. In het incident wil [eiseressen] dat [gedaagde] wordt veroordeeld om medewerking te verlenen aan herstel van de muren, op straffe van een dwangsom en dat [gedaagde] een voorschot op de herstelkosten betaalt. De rechtbank oordeelt dat de noodzaak van herstel van de mandelige zaken nog niet vaststaat. Daarom wil zij een deskundige benoemen. In dit vonnis stelt zij een deskundige voor waar partijen zich over mogen uitlaten. Daarnaast beveelt zij [gedaagde] om een schaderapport te overleggen, omdat zij oordeelt dat dit rapport van belang is in deze zaak.

3 De achtergrond van het geschil

3.1

Partijen zijn met hun bedrijfspanden buren van elkaar. Deze panden maken deel uit van een bedrijfsverzamelgebouw met 18 bedrijfsunits. [eiseres sub 1] B.V. is eigenaar van nummer [nummer], [eiser sub 2] en [eiseres sub 3] zijn gezamenlijk eigenaar van nummer [nummer] en [gedaagde] is eigenaar van nummer [nummer]. Hieronder volgt een afbeelding met de locatie van de drie eigendommen.

3.2

Op 26 februari 2025 is er in het pand van [gedaagde] brand uitgebroken. Door deze brand hebben de panden van [eiseressen] onder andere schade opgelopen aan het dak, de plafonds en de muren. De constructieve opbouw van het pand bestaat uit een stalen draagframe (stalen liggers met kolommen) met stalen dakplaten met isolatie en dakbedekking. De units onderling zijn als brandcompartimenten uitgevoerd. De verticale wanden bestaan uit (gas)betonelementen tussen enkele stalen kolommen (in de vorm van een H-profiel). Na de brand hebben [eiseressen] en andere gedupeerde eigenaren hun verzekeraars benaderd en schaderapportages laten opstellen. De heer [deskundige] van [bedrijf 1] (hierna: [deskundige]) is ingeschakeld via [deskundige], die voor de eigenaren van de units [nummer], [nummer], [nummer] en de huurder van unit [nummer] (het pand van [gedaagde]) optrad. [gedaagde] bleek geen opstalverzekering te hebben maar ten behoeve van unit [nummer] was wel een inventarisverzekering afgesloten voor wie [deskundige] als contra-expert optrad. Namens unit [nummer] trad [deskundige] als contra-expert op, en namens nr. [nummer] [deskundige]. [deskundige] had de leiding bij de schadeafwikkeling. Hij heeft onderzocht in hoeverre de overeind gebleven brandscheidingen en hoofddraagconstructie van units [nummer], [nummer], [nummer] en [nummer] door de brand zijn aangetast en wat het hersteladvies hiervoor is. Het onderzoek is tijdens drie locatiebezoeken uitgevoerd en op 28 mei 2025 is het schaderapport uitgebracht. Uit dit rapport is voor wat betreft de nummers [nummer] en [nummer] naar voren gekomen dat voor nummer [nummer] de brandwanden (de gasbetonelementen) tussen de stramienen C-E vervangen dienen te worden (zie onder E. van de conclusies). Dat zijn delen van de tussenwanden met nummers [nummer] en [nummer]. Verder heeft [deskundige] geconcludeerd dat twee stalen kolommen in de muren tussen nummer [nummer] en nummer [nummer] en tussen nummer [nummer] en nummer [nummer] hersteld moeten worden. Volgens [deskundige] kan dit door vervanging maar hij noemt ook een andere optie omdat vervanging vanwege de 1e verdiepingsvloeren van nummers [nummer] en [nummer] (de entresol-vloeren) qua uitvoering lastig is. Bij nummer [nummer] kan het bovenste deel van de kolom worden afgezaagd en constructief worden verlengd, en bij nummer [nummer] kan er aan de kant van nummer [nummer] een kolom voor worden gezet die alleen de verdiepingsvloer van nummer [nummer] draagt. Ook volgt uit de schaderapportage dat het dak boven de panden hersteld moet worden.

3.3

[bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2]) heeft op 8 mei 2025 respectievelijk 17 juli 2025 een begroting opgesteld van € 189.860,37 (ex btw) voor het herstel van het gezamenlijke dak en (op basis van het rapport van [deskundige]) een begroting van € 114.300,58 (ex btw) voor het herstel van de stalen draagconstructies en plafond- en wandsystemen bij alle betrokken units. In de begroting voor het herstel van de stalen draagconstructies en plafond- en wandsystemen is [bedrijf 2] uitgegaan van volledige vervanging van een kolom tussen nummer [nummer] en [nummer] en van gedeeltelijke vervanging van een kolom tussen nummer [nummer] en [nummer]. Daarnaast lijkt uit de toelichting bij de offerte te volgen dat in navolging van het rapport van [deskundige] ervan uit is gegaan dat voor nummer [nummer] de brandwanden tussen de stramienen C-E vervangen worden.[_0f7b4fff-3be4-4c9f-9f30-56ac4dd32c5d] Van deze totaalkosten heeft [eiseressen] een uitsplitsing gemaakt welke bedragen voor rekening komen van de (opstalverzekeraars) van de afzonderlijke units. De verzekeraars van [eiseressen] zijn inmiddels (nagenoeg) akkoord met deze verdeling van de herstelkosten. Het aandeel van unit [nummer] (van [gedaagde]) in genoemd bedrag van € 114.300,59 is volgens [eiseressen] een bedrag van € 75.374,85 (ex btw). Dit zijn enkel de kosten van het staal en de tussenwanden en is dus exclusief het herstel van het dak. Inclusief dakherstel zou [gedaagde] volgens de berekening van [eiseressen] minimaal € 100.399,85 moeten meebetalen.

3.4

[eiseressen] heeft van de door [bedrijf 2] geoffreerde herstelwerkzaamheden een overzicht gemaakt van de kosten die voor rekening zouden komen voor [gedaagde] en de eigenaren van de omliggende panden. Op dit overzicht heeft [gedaagde] niet inhoudelijk gereageerd. In oktober 2025 heeft [eiseressen] gehoord dat [gedaagde] zijn pand heeft verkocht en dat de koper van het pand de herstelwerkzaamheden zelf wil uitvoeren en niet wil meebetalen aan de herstelkosten die door [bedrijf 2] zijn geoffreerd. Om er zeker van te zijn dat [eiseressen] haar vordering op [gedaagde] tot het meewerken en meebetalen aan het herstel nog kan verhalen, heeft [eiseressen] conservatoir beslag laten leggen op het pand van [gedaagde].

3.5

[eiseressen] wil in deze procedure o.a. een verklaring voor recht dat [gedaagde] gehouden is tot betaling van een financiële bijdrage in de kosten zoals door [bedrijf 2] geoffreerd. [eiseressen] stelt dat de oorzaak van de herstelkosten is gelegen in de risicosfeer van [gedaagde] en vindt dat [gedaagde] zich niet meewerkend heeft opgesteld tegenover haar met betrekking tot de herstelwerkzaamheden en stelt daarom dat een groter aandeel dan het procentuele aandeel in de totale herstelkosten (van € 304.160,95) voor rekening komt van [gedaagde]. Zij vindt dat redelijk en vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 135.000,- (ex btw) voor de herstelwerkzaamheden. Daarnaast stelt [eiseressen] dat zij schade heeft geleden door de brand en vordert zij dat [gedaagde] die schade vergoedt.

3.6

Als voorlopige voorziening vordert [eiseressen] dat [gedaagde] wordt veroordeeld om medewerking te verlenen aan de herstelwerkzaamheden, op straffe van een dwangsom of dat [eiseressen] wordt gemachtigd om zelf al hetgeen te doen wat nodig is om te komen tot medewerking aan herstel. Ook vordert [eiseressen] als voorlopige voorziening een voorschot op de herstelkosten van [gedaagde] en dat [gedaagde] het gebruik door derden van zijn pand moet staken en er geen bouwwerkzaamheden aan zijn pand mogen plaatsvinden voor de duur van de procedure.

3.7

Als tegeneis vordert [gedaagde] een verklaring voor recht dat er geen sprake is noodzakelijke werkzaamheden aan de tussenwanden en de staalconstructies als gevolg van de brand en dat [eiseressen] onrechtmatig heeft gehandeld door conservatoir beslag te laten leggen op zijn pand. [gedaagde] wil dat [eiseressen] wordt veroordeeld om het beslag op te heffen en de schade vergoedt die hij door het onrechtmatige beslag heeft geleden.

4 De beoordeling

In conventie

Er is geen afspraak gemaakt met [gedaagde]

4.1

In de periode na de brand heeft [eiseressen] diverse keren contact gehad met de heer [A] (hierna: [A] ). [A] was op het moment van de brand via zijn holdingmaatschappij bestuurder van de (op 29 juli 2025 gefailleerde) vennootschap [bedrijf 3] B.V., de huurder van nummer [nummer], en hij was tevens de schoonzoon van [gedaagde]. Met [A] sprak [eiseressen] over de benodigde herstelwerkzaamheden en de kosten daarvan. Volgens [eiseressen] heeft zij via [A] met [gedaagde] afgesproken dat [gedaagde] meebetaalt aan de kosten voor het herstel van de muren en het dak. Deze afspraak zou volgen uit een whatsappbericht van [A] van 31 juli 2025 aan [eiser sub 2][_fb7244b3-99bf-46d0-898c-18ed349344c7]. In het whatsappbericht schrijft [A] het volgende:

“I just spoke with the owner as well. And showed him the offertes you sent.”

(…)

“So if the insurance or the curator does not handle it, he will take care of these costs.”

4.2

[eiseressen] wil dat [gedaagde] op grond van deze afspraak wordt veroordeeld om zijn deel van de kosten voor het herstel van het dak en de muren te betalen. Maar uit het bovenstaande bericht valt niet te lezen dat [A] de gemachtigde was van [gedaagde] en dat hij namens [gedaagde] overeenkomsten mocht sluiten. Dat blijkt ook niet uit een ander schriftelijk stuk, zoals de e-mail van [eiseres sub 3] aan [A] van 1 augustus 2025.[_96a10380-d430-424d-b3f4-2322445d019f] Hierin bevestigt [eiseres sub 3] slechts een telefoongesprek met [A]. Daarnaast valt niet uit de mededelingen van [A] af te leiden dat [gedaagde] daadwerkelijk akkoord is gegaan met het betalen van een deel van de herstelkosten. Dat heeft [eiseressen] wel verondersteld maar dit is kennelijk niet geverifieerd bij [gedaagde]. Dit betekent dat niet kan worden geconcludeerd dat er een overeenkomst is gesloten tussen partijen op basis waarvan [gedaagde] gehouden zou zijn om een deel van de herstelkosten te betalen. Nu [eiseressen] verder geen voor bewijs vatbare feiten heeft gesteld die tot een andere conclusie zouden kunnen leiden, bestaat er geen aanleiding om [eiseressen] tot bewijs toe te laten van een dergelijke overeenkomst.

Het is de vraag of het herstel van de mandelige muren noodzakelijk is

4.3

Naast de gestelde overeenkomst, vindt [eiseressen] dat [gedaagde] ook gehouden is om een deel van de totale herstelkosten te betalen omdat sprake is van mandelige zaken die vernieuwd moeten worden. Dan gaat het om de kosten voor het herstel van de stalen draagconstructies en plafond- en wandsystemen van in totaal € 114.300,58 (ex btw). Deze zaken zijn mandelig omdat zij onderdeel zijn van de scheidsmuren tussen nummer [nummer] en [nummer] en nummer [nummer] en [nummer] .[_27f4b9b9-3f60-4313-aee7-7aaf665f9917] Partijen zijn het met elkaar eens dat deze muren en de onderdelen daarvan (de stalen kolommen en de tussenliggende betonelementen) mandelig zijn, maar twisten over de vraag of herstel van deze muren noodzakelijk is. De rechtbank oordeelt dat zij op dit moment nog niet kan vaststellen of vervanging dan wel herstel van de stalen draagconstructies en plafond- en wandsystemen in de units van [eiseressen] noodzakelijk is. Hierdoor kan nog niet worden vastgesteld of en zo ja hoeveel [gedaagde] moet meebetalen aan het herstel van de mandelige delen van units [nummer], [nummer] en [nummer].

4.4

Artikel 5:65 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bepaalt dat mandelige zaken op kosten van alle mede-eigenaars worden onderhouden, gereinigd en indien nodig, vernieuwd. Er mag niet te snel worden aangenomen dat herstel noodzakelijk is, maar dit betekent niet dat van een noodzaak tot herstel pas kan worden uitgegaan wanneer er een reëel en acuut gevaar voor ernstige schade is. Wat nodig is, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.[_42999bc0-ca5e-4f2b-8e49-7872afed2408]

4.5

[eiseressen] stelt dat sprake is van noodzakelijk herstel van de gasbetonelementen en de stalen constructie in de muren. Deze noodzaak zou blijken uit het rapport van [deskundige] en uit een later nog in opdracht van [bedrijf 2] gevraagde second opinion van [bedrijf 4] B.V. (hierna: [bedrijf 4]) over unit nummer [nummer]. In haar second opinion van 3 september 2025 onderschrijft zij voor wat betreft de brandwanden en de scheve kolom in nummer [nummer] het hersteladvies van [deskundige]. Bij een andere kolom (met minimale scheefstand) zou kunnen worden volstaan met een nieuwe conservering. In haar slotconclusie schrijft [bedrijf 4]: ‘Door brandcompartimentering van het bedrijfsgebouw is de schade aan de hoofddraagconstructie hoofdzakelijk beperkt gebleven tot unit [nummer]. Er zijn kleine schades geconstateerd bij de naastgelegen units echter is de constructieve veiligheid van het pand gewaarborgd.’

4.6

De noodzaak van herstel wordt door [gedaagde] echter betwist. [gedaagde] heeft na de onderzoeken van [deskundige] en [bedrijf 4], zelf de heer [B] van [bedrijf 5] ingeschakeld om onderzoek te doen naar de schade in zijn pand. Uit dit onderzoek komt volgens [gedaagde] niet naar voren dat het noodzakelijk is om de muren tussen de panden te herstellen. [B] concludeert dat aan de scheidingswanden geen constructieve herstelwerkzaamheden noodzakelijk zijn, maar hooguit esthetische en akoestische verbeteringen wenselijk zijn. Verder stelt [gedaagde] dat [deskundige] later in een telefoongesprek met de nieuwe eigenaar van unit [nummer] is teruggekomen op zijn eerdere conclusies en heeft beaamd dat het gaat om esthetische redenen.

4.7

De rechtbank oordeelt dat zowel de rapportages van [deskundige] en [bedrijf 4] als het rapport van [bedrijf 5] onvoldoende onderbouwing geven om te kunnen vaststellen of sprake is van noodzakelijk herstel. [deskundige] onderbouwt in zijn rapport niet op grond waarvan de twee scheve kolommen vervangen moeten worden c.q. de alternatieve herstelwijze moet plaatsvinden. Welke constructieve en/of andere gevolgen die scheefstand van beide kolommen heeft is niet toegelicht in het rapport. Weliswaar is er een aanvullend rapport van [bedrijf 4], maar dit rapport is ook onvoldoende om de noodzaak vast te stellen. [bedrijf 4] bevestigt de conclusies van [deskundige] zonder dat zij daarvoor een gemotiveerde onderbouwing geeft of ingaat op de constructieve gevolgen van de staat van de muur zoals hij nu is. [eiseressen] heeft een aanvullend stuk ingediend met een toelichting op de conclusies van [deskundige] en [bedrijf 4], maar uit dit stuk blijkt niet door wie het is opgesteld. De status en deskundigheid van de opsteller is dus onduidelijk. Daarom is het aanvullende stuk niet geschikt om te dienen als nadere onderbouwing van de noodzaak van het beoogde herstel. [eiseressen] hebben betwist dat [deskundige] is teruggekomen op zijn eerdere conclusies en aangevoerd dat [deskundige] in dat gesprek met de nieuwe eigenaar van unit [nummer] is misleid. In een e-mail van [deskundige] aan de advocaat van [eiseressen] heeft hij bevestigd dat hij erbij blijft dat vervanging van de wanden en twee kolommen noodzakelijk is om de eigenaren van nummer [nummer] en [nummer] in dezelfde positie te brengen als voor de brand. In zijn ogen is het begrijpelijk dat de eigenaren van nummer [nummer] en [nummer] weer een rechte kolom willen in hun pand.

4.8

Over de noodzaak van het vervangen van gasbetonelementen bestaat ook onduidelijkheid. Volgens [gedaagde] kunnen die worden schoongemaakt, geïmpregneerd en gesausd maar [eiseressen] wijst erop dat veel elementen pikzwart zijn door roet. Bovendien stellen zij dat vervanging van (een deel van) de kolommen meebrengt dat ook de betonelementen moeten worden vervangen. Dit heeft [deskundige] in een e-mail van 6 augustus 2026 aan de advocaat van [eiseressen] nog bevestigd. Hij schrijft: ‘Het vervangen van een (deel van een) kolom kan alleen na verwijderen van de gasbetonwanden aan weerszijden van de betreffende kolom en over de hoogte van het te vervangen kolomdeel. Reeds gerepareerde gasbetonwanden kunnen na vervangen van de kolom weer hergebruikt en teruggeplaatst worden.’

4.9

Uit het rapport van [B] kan niet worden afgeleid dat herstel níet noodzakelijk is. Ten eerste is [B] geen brandschade expert maar bouwbegeleider. Daarnaast blijkt uit het rapport niet welke vraagstelling is meegegeven aan [B]. Ook heeft hij geen onderzoek gedaan in de panden met nummer [nummer] en [nummer] en heeft hij dus niet gekeken naar de staat van de muren en de constructies daarbinnen. In het rapport wordt daar niets over genoemd. Het enige dat in het rapport staat vermeld is dat er sprake is van brandschade en dat dat schoongemaakt kan worden. Naar aanleiding van de kritiek van [eiseressen] op het rapport van [B] heeft [gedaagde] nadere vragen aan hem gesteld, maar uit deze antwoorden blijkt niet dat [B] daadwerkelijk heeft gekeken naar de staat van de muren en de constructie. De antwoorden van [B] op de vragen van [gedaagde] zijn niet uitgebreid gemotiveerd of met foto’s onderbouwd. Daarom kan de rechtbank ook niet afgaan op de conclusies van [B].

4.10

Dit leidt ertoe dat de rechtbank behoefte heeft aan voorlichting door een onafhankelijke deskundige. Daarom is zij van plan om een deskundige te benoemen die kan vaststellen wat de huidige staat is van de stalen draagconstructie en de plafond- en wandsystemen en wat de gevolgen daarvan zijn. Op basis daarvan kan worden vastgesteld of er sprake is van noodzakelijk herstel of niet.

4.11

Daarnaast wil de rechtbank de deskundige vragen naar de mogelijkheden voor het herstel van de mandelige zaken. In zijn rapport benoemt [deskundige] namelijk verschillende manieren van herstel van de mandelige zaken. In de conclusie schrijft hij dat de kolom vervangen moet worden, maar er kan ook voor gekozen worden om bij nummer [nummer] alleen het bovenste deel van de kolom af te zagen en die constructief te verlengen. Vervolgens is het bij nummer [nummer] een optie om er een kolom voor te zetten die de verdiepingsvloer draagt. De manier van herstel van de gasbetonblokken moet ook door de deskundige worden beoordeeld, omdat het misschien mogelijk is dat een deel van deze blokken hergebruikt kan worden. Dat betekent dat daar minder kosten voor gemaakt zouden hoeven worden. De rechtbank wil de deskundige vragen om dit te onderzoeken.

De aansprakelijkheid voor de overige schade staat nog niet vast

4.12

Naast de schade aan de mandelige delen, heeft [eiseressen] nog andere schade geleden. Dit is de schade aan het dak, gemiste (huur)inkomsten omdat [eiseressen] niet in haar pand kon werken en/of een deel van het pand niet kon verhuren door de brandschade en een verloren gegane inboedel. [eiseressen] stelt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor deze schade op grond van artikel 6:173 en/of artikel 6:174 BW. Volgens [eiseressen] is [gedaagde] eigenaar van de koelcel in zijn pand en heeft hij daaraan geen onderhoud gepleegd. Daardoor is er kortsluiting ontstaan die de brand heeft veroorzaakt, aldus [eiseressen]

4.13

Uit de wet volgt dat de bezitter van een roerende zaak waarvan bekend is dat zij, zo zij niet voldoet aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden aan de zaak mag stellen, een bijzonder gevaar voor personen of zaken oplevert, aansprakelijk is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt.[_33ae8487-9f68-4a53-b786-32d2305f8362] Artikel 6:174 BW bepaalt dat ditzelfde geldt voor een bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen.

4.14

Het staat nog niet vast of [gedaagde] aansprakelijk is voor de hiervoor genoemde schade. Volgens [gedaagde] is hij niet de eigenaar van de koelcel, maar is dit zijn voormalige huurder (vertegenwoordigd door [A] ). [A] was aanwezig bij de mondelinge behandeling en hij heeft bevestigd dat zijn vennootschap de koelcel van [gedaagde] heeft overgenomen. Bewijs van deze stelling bevindt zich niet in het dossier. [A] kan de bedrijfsruimte ook inclusief inboedel hebben gehuurd van [gedaagde]. Daarnaast betwist [gedaagde] dat de brand is ontstaan door kortsluiting in de koelcel. [A] heeft verklaard dat hij na de brand zijn inboedelverzekeraar heeft ingeschakeld. Die heeft onderzoek gedaan naar de brand maar volgens [A] heeft de verzekeraar de oorzaak van de brand niet kunnen vaststellen. [eiseressen] hebben gevraagd om inzage in het schaderapport maar dat heeft zij niet gekregen. Gelet op de nauwe verbondenheid tussen [gedaagde] en [A], schoonvader en schoonzoon, was het voor [gedaagde] heel eenvoudig om hier helderheid over te verschaffen door het schaderapport bij [A] op te vragen en in deze procedure te overleggen. [A] had dit rapport ook mee kunnen nemen naar de zitting, waarbij hij [gedaagde] op grond van een volmacht vertegenwoordigde. Dit heeft hij echter niet gedaan. De rechtbank acht het van belang dat [gedaagde] dit rapport alsnog in deze procedure overlegt.

4.15

In artikel 22 Rv is bepaald dat de rechtbank in alle gevallen en in elke stand van de procedure partijen of één van hen kan bevelen om bepaalde stellingen toe te lichten of bepaalde, op de zaak betrekking hebbende gegevens te overleggen.

4.16

De rechtbank oordeelt dat het schaderapport van de verzekering van [A] van belang is in deze procedure. Daaruit zal waarschijnlijk blijken of de koelcel inderdaad eigendom is van [A] en wat de oorzaak van de brand is. Wanneer blijkt dat [gedaagde] niet de eigenaar is van de koelcel, kan hij ook niet aansprakelijk worden gehouden voor de schade van [eiseressen] als gevolg van de brand. Dus beveelt de rechtbank [gedaagde] het schaderapport van de inboedelverzekering van [A] te overleggen.

De rechtbank is van plan om een deskundige te benoemen

4.17

Zoals hiervoor in 4.10. is overwogen, heeft de rechtbank behoefte aan voorlichting door een deskundige. De rechtbank is daarom van plan om een deskundige te benoemen, de heer ir J.C.A. van den Bergh van SOCOTEC Bouwpathologie B.V. Hij is deskundig op het gebied van bouwkunde en schade.

4.18

De rechtbank is van plan om de volgende vragen aan de deskundige te stellen:

  • Kunt u beschrijven wat het verschil is tussen de stalen constructie in units [nummer] en [nummer] voor de brand en de stalen constructie na de brand?
  • Is er sprake van een verzwakking van de constructie en zo ja, wat zijn de gevolgen daarvan?
  • Ben u van mening dat de stalen constructie in units [nummer] en [nummer] uit veiligheidsoogpunt of om een andere reden vervangen of aangepast dient te worden, en zo ja welke gevolgen zou dat dan hebben voor de mandelige kolommen?
  • Indien vervanging van de kolom bij nr. [nummer] nodig is: Is het mogelijk om alleen het bovenste deel van de kolom bij nr. [nummer] af te zagen en constructief te verlengen, zoals door [deskundige] gesuggereerd, en zo ja, wat betekent dat voor de kwaliteit van de constructie en is dit alternatief goedkoper dan het volledig vervangen van de kolom?
  • Indien (gedeeltelijke) vervanging van de kolommen aangewezen is, betekent dit dan dat alle gasbetonelementen van de brandwanden verwijderd zullen moeten worden en is dit mogelijk zonder de elementen te beschadigen?
  • Bent u van mening dat vervanging van (een deel van) de gasbetonelementen, nog los van uw antwoord op vraag 5, vanuit esthetisch oogpunt zou moeten plaatsvinden, gelet op het gebruik dat van nr. [nummer] en [nummer] wordt gemaakt en in aanmerking nemend dat voor de brand geen voorzetwanden in deze units aanwezig waren?
  • Zijn de onbeschadigde gasbetonelementen (deels) herbruikbaar nadat deze zijn schoongeborsteld en geschilderd of is de functionaliteit (brandwerendheid) dan verslechterd, en zal het zwart erdoor heen komen en de geur van het roet blijven hangen? En als deze (deels) herbruikbaar zijn, hoe zou dit in zijn werk moeten gaan (door middel van reinigen en/of schilderen, en is bijvoorbeeld een kraan benodigd om de elementen eruit te tillen) en welke kosten zijn hieraan verbonden, e.e.a. afgezet tegen de kosten van vervanging van deze elementen?
  • Kunt u aangeven welke kosten in totaal zijn gemoeid met de door u nodig geachte wijze van vervanging c.q. herstel van de mandelige delen, en kunt u aangeven hoe u in dit verband de offerte van [bedrijf 2] beoordeelt? Eventueel kunt u beargumenteerd twee alternatieven met bijbehorend kostenplaatje schetsen.
  • Welke consequenties heeft het door u voorgestane herstel voor de daken van de units [nummer], [nummer] en [nummer] ?
  • Zijn er nog andere opmerkingen die volgens u van belang kunnen zijn voor de beoordeling van deze zaak?
4.19

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [eiseressen] worden betaald.

4.20

In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.

4.21

Voordat tot het benoemen van een deskundige wordt overgegaan, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen om zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en over de aan de deskundige voor te leggen vragen. Als (één van de) partijen bezwaar heeft of hebben tegen de voorgenomen deskundige, dienen zij dat bezwaar te motiveren en zelf een deskundige voor te stellen.

Het vervolg van de procedure in de hoofdzaak

4.22

[gedaagde] wordt bevolen om bij akte het schaderapport van de inboedelverzekering van [A] over te leggen. In die akte dient [gedaagde] zich ook uit te laten over de benoeming van de heer ir J.C.A. van den Bergh van SOCOTEC Bouwpathologie B.V. als deskundige en over de aan de deskundige voor te leggen vragen zoals omschreven in 4.18. De rechtbank zal de zaak daartoe verwijzen naar de rol van 7 oktober 2026.

4.23

Op diezelfde roldatum dient [eiseressen] zich uit te laten over de benoeming van de heer ir J.C.A. van den Bergh van SOCOTEC Bouwpathologie B.V. als deskundige en over de aan de deskundige voor te leggen vragen zoals omschreven in 4.18.

4.24

Vervolgens wordt [eiseressen] in de gelegenheid gesteld om te reageren op het schaderapport dat door [gedaagde] is overgelegd. De rechtbank zal de zaak daartoe verwijzen naar de rol van vier weken na het overgelegde schaderapport door [gedaagde].

4.25

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

in het incident

De incidentele vorderingen van [eiseressen] worden afgewezen

4.26

[eiseressen] stelt dat zij haar panden niet (volledig) kan gebruiken en dat haar schade hierdoor elke dag oploopt. Daarom stelt zij dat zij een spoedeisend belang heeft om tot herstel van de mandelige zaken te komen. Als voorlopige voorziening wil zij daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld om medewerking te verlenen aan de herstelwerkzaamheden of dat zij wordt gemachtigd om zelf al hetgeen te doen wat nodig is om te komen tot medewerking aan herstel. De rechtbank wijst deze vordering af. Deze vordering is geen voorlopige voorziening die getroffen kan worden voor de duur van deze procedure. Met betrekking tot deze vordering gaat het met name om het herstel van de mandelige zaken en hiervoor is juist geoordeeld dat nog niet is komen vast te staan of het herstel van de mandelige zaken noodzakelijk is. Pas wanneer vaststaat dat het herstel van de mandelige zaken noodzakelijk is, kan [gedaagde] worden bevolen om mee te werken aan het herstel. Dit betekent ook dat [eiseressen] niet wordt gemachtigd om zelf al hetgeen te doen wat nodig is om te komen tot medewerking aan herstel.

4.27

De tweede vordering van [eiseressen] in het incident ziet op betaling van een voorschot op de hiervoor genoemde herstelkosten. Deze vordering wordt ook afgewezen. Het staat immers nog niet vast of en zo ja tot welk bedrag [gedaagde] gehouden is om mee te betalen aan de kosten van het herstel.

4.28

Tot slot vordert [eiseressen] in het incident om [gedaagde] te gebieden om het gebruik door derden van de onroerende zaak te staken en gestaakt te houden en te bepalen dat er geen bouwwerkzaamheden aan de onroerende zaak mogen plaatsvinden. Ook wil [eiseressen] dat het [gedaagde] wordt verboden om het pand van nummer [nummer] voor de duur van de procedure te verhuren dan wel in gebruik te geven aan derden. De rechtbank wijst ook deze vordering af. Deze vordering ziet op een beperking van het eigendomsrecht van [gedaagde]. Uit de wet volgt dat dit het meest omvattende recht is dat een persoon op een zaak kan hebben en dat het de eigenaar vrij staat om van de zaak gebruik te maken.[_d1522f27-6817-4309-ba29-82b6feb8e440] Er bestaat geen grond om [gedaagde] te verbieden zijn pand te verhuren aan derden en/of werkzaamheden uit te voeren aan zijn pand. [gedaagde] kan in het kader van deze zaak en het onderzoek door de deskundige wel worden verboden om werkzaamheden uit te voeren aan de mandelige zaken, maar daar ziet de vordering van [eiseressen] niet op. Als [gedaagde] werkzaamheden in zijn pand wil laten uitvoeren en later blijkt dat deze werkzaamheden ongedaan moeten worden gemaakt, dan komt dat voor rekening en risico van [gedaagde]. Het door [eiseressen] gestelde belang bij toewijzing van deze incidentele vordering weegt niet zwaarder dan het eigendomsrecht van [gedaagde].

4.29

De beslissing over de proceskosten in het incident zal worden aangehouden tot de beslissing in het eindvonnis in de bodemprocedure.

in reconventie

4.30

Als tegeneis vordert [gedaagde] een verklaring voor recht dat het herstel van de wanden niet noodzakelijk is en dat [eiseressen] onrechtmatig heeft gehandeld door conservatoir beslag te leggen op het pand van [gedaagde]. Hierover kan pas worden beslist nadat de deskundige het onderzoek heeft uitgevoerd en de rechtbank kan vaststellen of het herstel noodzakelijk is. Wanneer daaruit volgt dat het herstel wel noodzakelijk is en [gedaagde] moet meebetalen aan de kosten, heeft [eiseressen] terecht conservatoir beslag laten leggen op het pand van [gedaagde]. Dat betekent dat ook nog niet zal worden beoordeeld of [gedaagde] als gevolg van het conservatoire beslag schade heeft geleden en of [eiseressen] deze schade moet vergoeden.

4.31

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1

wijst de vorderingen van [eiseressen] af,

in conventie

5.2

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 21 oktober 2026 voor het nemen van een akte door [gedaagde] over hetgeen is vermeld in randnummer 4.20,

5.3

bepaalt dat [eiseressen] op de rol van woensdag 21 oktober 2026 een akte mag nemen waarin zij zich uitlaat over hetgeen is vermeld in randnummer 4.21,

in het incident en in conventie en in reconventie

5.4

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

5718 (MM)

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.