Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 16 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:6938Zaaknummer UTR 26/7456

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16 september 2026
Publicatiedatum
29 oktober 2026
Zaaknummer
UTR 26/7456
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo, geen spoedeisend belang, besluit niet evident onrechtmatig

Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. [verweerder] B.V., verweerder
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/7456

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 september 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

[verweerder] B.V., verweerder

Procesverloop

1. Met het besluit van 20 juli 2026 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om een hoog persoonlijk kilometerbudget (hoog PKB) afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 augustus 2026 op het bezwaar van verzoeker is verweerder bij dit besluit gebleven.

2. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

3. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. Van de indiener van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Verzoeker heeft verzocht om hiervan te worden vrijgesteld wegens betalingsonmacht. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek toe. Van verzoeker zal dan ook geen griffierecht worden geheven.

5. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

6. De voorzieningenrechter stelt voorop dat deze procedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.

7. Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift aangevoerd dat er spoedeisend belang is, omdat hij door de afwijzing van zijn aanvraag voor een hoog PKB slechts beperkt familieleden en anderen kan bezoeken in bovenregionale reizen. Het sociale gemis dat hij hierbij ondervindt, kan achteraf niet worden hersteld.

8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat verzoeker spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. De enkele stelling dat sprake is van sociaal gemis is daarvoor onvoldoende. Verzoeker heeft niet onderbouwd dat zijn sociale contacten, in afwachting van de uitspraak in de beroepsprocedure, niet op een andere manier kunnen plaatsvinden. Dat verzoeker geen hoog PKB krijgt, betekent immers niet dat het hangende de beroepsprocedure onmogelijk is om contact met familieleden en anderen te onderhouden.

9. In de stukken ziet de voorzieningenrechter verder geen aanknopingspunten voor de conclusie dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.