Uitspraak · Omgevingsrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 9 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6868Zaaknummer UTR 26/7912
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/7912
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Omgevingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek om voorlopige voorziening om het plaatsen van en bouwkeet en containers te voorkomen, afgewezen. De plaatsing is niet onomkeerbaar en de voorzieningenrechter is niet gebleken van zodanige hinder dat niet van verzoeker zou kunenn worden gevergd dat hij de uitkomst van de bezwaarprocedure afwacht. Geen spoedeisend belang.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is op 9 oktober 2026 in het openbaar gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer-de Bruin, griffier.
griffier voorzieningenrechter
Deze uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/7912
uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 oktober 2026 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker] uit [plaats], verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen een door het college op 4 september 2026 verleende omgevingsvergunning.
2. Met deze omgevingsvergunning heeft het college toestemming gegeven voor het plaatsen van een bouwkeet en 10 containers op een deel van de openbare parkeerplaatsen aan [locatie] in [plaats], waar de bouwkeet en de containers van 28 september 2026 tot en met 4 oktober 2027 dus ruim een jaar, mogen blijven staan.
3. Verzoeker woont aan [locatie] en is het hier niet mee eens. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om de werking van de omgevingsvergunning te schorsen tot het college een beslissing heeft genomen over zijn bezwaren. Volgens verzoeker is de parkeergelegenheid in zijn woonwijk al beperkt en wordt die hierdoor nog nijpender. Zijn woongenot zal hierdoor langdurig worden aangetast. Bovendien is dit volgens verzoeker onnodig, nu er een goede alternatieve locatie bestaat naast het speelveldje tussen [locatie] en [locatie] in [plaats].
4. De voorzieningenrechter doet in deze zaak uitspraak zonder het verzoek van verzoeker op een zitting te behandelen, omdat niet is gebleken van ‘onverwijlde spoed’.[_1b57f2a1-70b8-4c6b-9a54-42c95d490462] Hierna legt de voorzieningenrechter uit waarom zij het verzoek als kennelijk ongegrond, zal afwijzen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
5. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel toekomstig) bodemgeding niet.
6. Een voorlopige voorziening is een spoedmaatregel om te voorkomen dat er als gevolg van een besluit een onomkeerbare situatie ontstaat voordat het college over het bezwaar heeft beslist.[_3aa9ea44-9e4f-46b8-bcd9-dcaeb1c25330]
7. De geplaatste bouwkeet en de containers waar het in deze zaak om gaat kunnen worden weggehaald als het college na de heroverweging in bezwaar besluit de omgevingsvergunning te herroepen. Er is dus geen sprake van een onomkeerbare situatie. Dat het wat voeten in de aarde zal hebben om de bouwkeet en containers te verwijderen maakt dat niet anders. De voorzieningenrechter is in wat verzoeker naar voren heeft gebracht verder niet gebleken van zodanige hinder dat verzoeker de uitkomst van de bezwaarprocedure niet zou kunnen afwachten, waardoor de omgevingsvergunning alsnog zou moeten worden geschorst.
8. Wegens het ontbreken van onverwijlde spoed moet het verzoek als kennelijk ongegrond, worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is op 9 oktober 2026 in het openbaar gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer-de Bruin, griffier.
griffier voorzieningenrechter
Deze uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voetnoten
- Dat kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- Zie artikel 8:81, derde lid, van de Awb.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.