Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 20 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6764Zaaknummer UTR 26/1600
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 20 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/1600
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk omdat er geen connexe beroepsprocedure is.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2026.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/1600
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 augustus 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
en
de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Inleiding
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het besluit op bezwaar van de minister van 17 februari 2026 (Woo/2023/066) tot openbaarmaking van gegevens over – onder andere – verzoeker.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
- Uit artikel 8:81 van de Awb volgt dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Dit betekent dat voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening allereerst nodig is dat tegen een besluit bezwaar is gemaakt bij het bestuursorgaan of beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (de formele connexiteit).
- De voorzieningenrechter stelt vast dat daarvan in dit geval geen sprake (meer) is. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 17 februari 2026. Dit bezwaar is door de minister doorgezonden aan de rechtbank ter behandeling als beroep. Dit beroep heeft de rechtbank geregistreerd onder nummer UTR 26/3535. Op 15 juni 2026 heeft verzoeker het beroep ingetrokken.
- Er is dus niet langer voldaan aan het vereiste van formele connexiteit. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2026.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.