Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 4 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:6504Zaaknummer UTR 26/6897

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
4 september 2026
Publicatiedatum
24 september 2026
Zaaknummer
UTR 26/6897
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De gemeente Veenendaal heeft een locatieverbod aan verzoeker opgelegd voor alle opvanglocaties in de gemeente voor Oekraïense ontheemden behalve degene waar verzoeker zelf verblijft. De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat zij onbevoegd is, omdat de gemeente het locatieverbod heeft opgelegd in de hoedanigheid van eigenaar/beheerder van de opvanglocaties en niet als bestuursorgaan in het kader van een publiekrechtelijke taak.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2026.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/6897

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 september 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het aan hem opgelegde locatieverbod. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is om op het verzoek te beslissen doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Met de brief van 15 juli 2026 heeft de gemeente Veenendaal aan verzoeker medegedeeld dat aan hem een locatieverbod wordt opgelegd voor alle opvanglocaties voor Oekraïense ontheemden binnen de gemeente Veenendaal, behalve de opvanglocatie waar verzoeker zelf verblijft. Het locatieverbod geldt voor een jaar.

4. Verzoeker is het niet eens met het locatieverbod en heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter om het locatieverbod op te schorten totdat is beslist op zijn bezwaar.

5. De voorzieningenrechter is onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen. Dit omdat de brief van de gemeente Veenendaal van 15 juli 2026 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Hieraan wordt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voldaan. Dat er bestuursrechtelijk mogelijkheden bestaan om een locatieverbod op te leggen, wil niet zeggen dat elk locatieverbod dat de gemeente oplegt ook bestuursrechtelijk van aard is. Zoals de gemeente in het verweerschrift ook opmerkt, is het locatieverbod in dit geval niet gebaseerd op een publiekrechtelijke bevoegdheid en dus geen publiekrechtelijke rechtshandeling. Het gaat er in dit geval om dat aan verzoeker de toegang wordt geweigerd tot een aantal opvanglocaties van de gemeente. Daarbij treedt de gemeente op als eigenaar/beheerder van de opvanglocaties en niet als bestuursorgaan in het kader van een publiekrechtelijke taak.

6. Omdat verzoeker geen bezwaar heeft gemaakt tegen een besluit zoals bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de voorzieningenrechter onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.[_9bb92aa4-9a1f-4972-b9d5-f1764417a11a] Als verzoeker dit geschil aan een rechter wil voorleggen, kan hij zich tot de civiele rechter wenden.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2026.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.