Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Midden-Nederland, 2 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:6299Zaaknummer C/16/611328 / HL ZA 26-131

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
2 september 2026
Publicatiedatum
16 september 2026
Zaaknummer
C/16/611328 / HL ZA 26-131
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenbeschikking
Zittingsplaats
Lelystad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Doorverwijzing. Op artikel artikel 431 Rv is de verzoekschriftprocedure van toepassing.

De rechtbank

3.1

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de afdeling Familie van deze rechtbank, zittingslocatie Lelystad, en beveelt dat de zaak zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor een verzoekschriftprocedure;

3.2

wijst partijen erop dat zij in deze procedure moeten procederen bij advocaat;

3.3

stelt partijen in de gelegenheid hun stellingen en vorderingen zo nodig aan te passen aan de toepasselijke procesregels voor een verzoekschriftprocedure, waarbij de rechtbank beslist dat [eiseres] allereerst de afdeling Familie hierover informeert uiterlijk op 23 september 2026;

3.4

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr G.J. Baken, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.

5425

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Verwijzingsbeslissing
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/611328 / HL ZA 26-131

Vonnis van 2 september 2026

in de zaak van

[eiseres],

te [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres],

advocaat: mr. K. Benchaïb,

tegen

[gedaagde],

te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

advocaat: mr. J. Zoutberg.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • De dagvaarding van 4 mei 2026 met 3 producties;
  • De conclusie van antwoord met 1 productie.
1.2

Ten slotte is besloten dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken.

2 Verwijzingsbeslissing

2.1

Tussen [eiseres] en [gedaagde] heeft in Rusland een procedure plaatsgevonden. Op 5 juli 2021 is in die procedure beslist over de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige dochter van partijen (hierna: [A (voornaam)] ).

2.2

[eiseres] heeft primair gevorderd dat deze rechtbank het Russische vonnis van 5 juli 2021 erkent, zodat dit ten uitvoer kan worden gelegd in Nederland. Subsidiair heeft [eiseres] gevorderd dat [gedaagde] één vierde van zijn inkomen per maand bijdraagt in de kosten van verzorging en opvoeding van [A (voornaam)].

De zaak moet verder worden behandeld als verzoekschriftprocedure bij de afdeling Familie

2.3

De rechtbank moet op grond van artikel 69 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidend stuk aanhangig is gemaakt. Als de zaak op het verkeerde ‘spoor’ zit, moet de rechtbank ervoor zorgen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor.

2.4

In dit geval gaat de procedure over artikel 431 Rv en (de erkenning van) een alimentatieverplichting. Dat betekent dat [eiseres] de procedure had moeten beginnen met een verzoekschrift, in plaats van met een dagvaarding. De rechtbank zal de zaak daarom verwijzen naar een verzoekschriftprocedure. Ook verwijst de afdeling Civiel van deze rechtbank de zaak intern door naar de afdeling Familie.

2.5

Partijen krijgen de gelegenheid om hun stellingen en vorderingen aan te passen aan de regels die gelden voor een verzoekschriftprocedure. De rechtbank verzoekt allereerst aan [eiseres] de afdeling Familie hierover uiterlijk op 23 september 2026 te informeren.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de afdeling Familie van deze rechtbank, zittingslocatie Lelystad, en beveelt dat de zaak zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor een verzoekschriftprocedure;

3.2

wijst partijen erop dat zij in deze procedure moeten procederen bij advocaat;

3.3

stelt partijen in de gelegenheid hun stellingen en vorderingen zo nodig aan te passen aan de toepasselijke procesregels voor een verzoekschriftprocedure, waarbij de rechtbank beslist dat [eiseres] allereerst de afdeling Familie hierover informeert uiterlijk op 23 september 2026;

3.4

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr G.J. Baken, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.

5425

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.