Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 3 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4464Zaaknummer UTR 26/6094
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 3 juli 2026
- Publicatiedatum
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/6094
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
tegen het leggen van beslag staat geen beroep open bij de bestuursrechter. De voorzieiningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. Slycke-van Dort, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/6094
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: W.W. Van Strij de Regt),
en
Nijstad & Toonen Gerechtsdeurwaarders B.V, verweerder
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster inzake de door verweerder gelegde beslagen op haar AOW-uitkering en voertuig.
2. Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is om op het verzoek te beslissen, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Waar gaat deze zaak over?
3. Verweerder heeft, handelend op verzoek van het CJIB, beslag gelegd op een (gedeelte) van de AOW-uitkering en het voertuig van verzoekster. Tegen de rechtmatigheid van aan dit voertuig gerelateerde schuld is door verzoekster beroep[_c3cc6bd7-190b-430a-9205-c37bb4a7a704] ingesteld. Bij brief van 10 juni 2026 heeft verweerder aan verzoekster aangegeven deze beslagen te handhaven. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om het derdenbeslag op de AOW-uitkering bij de SVB te schorsen (primair), verweerder te gelasten het op de AOW ingehouden bedrag onmiddellijk te verlagen (subsidiair), het executoriale beslag op het voertuig op te heffen en verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Is de voorzieningenrechter bevoegd?
4. In het Nederlandse rechtssysteem staat tegen het leggen van beslag geen beroep open bij de bestuursrechter. Dit volgt uit artikel 8:4, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb. Dit betekent dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is te oordelen over het beslag op (een gedeelte van) de AOW-uitkering en het voertuig van verzoekster. Verzoekster zal zich met haar verzoek tot schorsing dan wel verlaging van het beslag op haar AOW-uitkering en haar verzoek tot opheffing van het beslag op haar voertuig dan ook tot de civiele rechter moeten wenden.
5. De meeste civiele procedures beginnen met een dagvaarding. Daarvoor moet verzoekster een gerechtsdeurwaarder inschakelen. Het verzoekschrift kan daarom niet doorgestuurd worden naar de civiele rechter.
Conclusie en gevolgen
6. De voorzieningenrechter zal zich onbevoegd verklaren. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. Slycke-van Dort, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.