Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 8 juli 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:4090Zaaknummer UTR 25/3409

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
UTR 25/3409
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Almere
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WW. Beroep tegen herziening uitkering. Motiveringsgebrek. Beroep gegrond, rechtsgevolgen blijven in stand.

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 23 april 2025;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;

- bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt het Uwv tot betaling van € 2.534,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. de Snoo, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
  2. Inleiding
  3. Standpunt van eiseres
  4. Toetsingskader
  5. Beoordeling door de rechtbank
  6. Conclusie en gevolgen
  7. Beslissing
  8. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Almere

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/3409

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. E.R. Jonkman),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv

(gemachtigde: mr. E.F de Roy van Zuydewijn).

Inleiding

1. Eiseres heeft op 18 september 2023 een uitkering op grond van de Werkloosheidwet (WW) aangevraagd. Het Uwv heeft aan eiseres een WW-uitkering met ingang van 22 september 2023 toegekend. Het Uwv heeft eiseres toestemming verleend om met behoud van haar WW-uitkering voor een startperiode van 4 december 2023 tot en met 3 juni 2024 als zelfstandige te werken.

1.1.

Het Uwv heeft, met zijn besluit van 16 juli 2024, de WW-uitkering van eiseres vanaf 3 juni 2024 gewijzigd, omdat eiseres vanaf die datum gedeeltelijk als zelfstandige werkt. Daarin is meegedeeld dat een fictief bedrag aan inkomsten wordt berekend op basis van het aantal uren dat eiseres als zelfstandige per maand werkt. Dit betekent dat de WW-uitkering omlaag gaat. Verder wordt in dit besluit vermeld dat eiseres alle uren die zij besteedt aan haar bedrijf moet opgeven.

1.2.

Met het besluit van 9 januari 2025 (het primaire besluit) wordt de WW-uitkering van eiseres herzien. Het Uwv heeft vastgesteld dat eiseres te veel uitkering heeft ontvangen over de periode van 22 september 2023 tot en met 31 december 2024. Eiseres hoeft het teveel ontvangen bedrag niet terug te betalen, omdat het niet haar fout was. Het Uwv heeft daarnaast vastgesteld dat de WW-uitkering vanaf 1 januari 2025 wordt verlaagd met een fictief inkomen. Eiseres werkt 18 uur per maand als zelfstandige. Eiseres is het niet eens met het Uwv en maakt bezwaar.

1.3.

Met het bestreden besluit van 23 april 2025 heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

1.4.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde en de gemachtigde van het Uwv.

Standpunt van eiseres

2. Eiseres heeft bij de rechtbank twee redenen genoemd waarom het bestreden besluit volgens haar niet klopt. Ten eerste vindt zij dat het Uwv onduidelijk is over het aantal uren dat zij beschikbaar is voor werk en het aantal uren dat zij als zelfstandige werkt. Onduidelijk is of het gaat om het aantal uur per maand of per week. Eiseres heeft aangegeven dat zij 18 uur per week beschikbaar is voor werk. In juni 2024 heeft zij 18 uur per maand als zelfstandige gewerkt. Ten tweede heeft eiseres aangevoerd dat zij in de maanden januari en februari 2025 maar vier uur per maand als zelfstandige heeft gewerkt. Het Uwv blijft fictieve inkomsten gebaseerd op 18 uur per maand van haar uitkering aftrekken. Dat is volgens eiseres onjuist, haar WW-uitkering moet daarop aangepast te worden.

Toetsingskader

3. Voor de toepassing van de WW is het belangrijk vast te stellen of de persoon nog als werknemer moet worden beschouwd. Voor zover dat het geval is, kan na het eindigen van een dienstbetrekking aanspraak worden gemaakt op de uitkering. Iemand die als zelfstandige gaat werken, is voor die uren geen werknemer meer, en kan voor die uren ook geen aanspraak meer maken op de uitkering. Dit is geregeld in artikel 8 en artikel 15 van de WW

3.1.

Als de werkloze als zelfstandige gaat werken, wordt per maand beoordeeld of het aantal uren als zelfstandige is toegenomen. Die uren worden in mindering gebracht op de uitkering. Alleen als de werkzaamheden als zelfstandige volledig eindigen, kunnen de uren die in mindering zijn gebracht worden herkregen. Dit is geregeld in het derde lid van artikel 8 van de WW.

Beoordeling door de rechtbank

Is het bestreden besluit onduidelijk?

4. Eiseres heeft aangevoerd dat de verlaging van haar WW-uitkering vanaf januari 2025 niet juist is. Vanaf januari 2025 is de WW-uitkering verlaagd omdat haar uitkering wordt gebaseerd op 18 uur per week beschikbaarheid in plaats van 28 uur per week beschikbaarheid voor werk. Haar inkomsten als zelfstandige blijven volgens het Uwv gebaseerd op 18 uur per week. Dat klopt niet. In juli 2024 is namelijk vastgesteld dat eiseres 18 uur per maand als zelfstandige kan werken. Ze begrijpt niet waarom dit in januari 2025 anders zou zijn.

4.1.

De rechtbank is het met eiseres eens dat het bestreden besluit onduidelijk is. Het Uwv heeft dit ook erkend. De standpunten van partijen zijn op de zitting besproken. Het Uwv heeft op de zitting toegelicht dat het bestreden besluit onduidelijk is en dus een motiveringsgebrek heeft. Op de zitting is met partijen besproken dat de rechtbank uiteenzet hoe de WW-uitkering van eiseres is berekend.

4.2.

Eiseres heeft in de periode 22 september 2023 tot en met 31 december 2024 een WW-uitkering ontvangen op basis van beschikbaarheid voor werk van 28 uur per week. Bij een controle door het Uwv in januari 2025 bleek dat eiseres in verband met een medische urenbeperking niet voor 28 uur maar voor 18 uur per week beschikbaar is. De WW-uitkering is daarop aangepast naar een beschikbaarheid van 18 uur per week. Omdat het een fout van het Uwv betrof, hoeft eiseres het teveel ontvangen bedrag aan uitkering niet terug te betalen. Vervolgens heeft het Uwv vastgesteld dat eiseres vanaf juni 2024 voor 18 uur per maand als zelfstandige werkt. Over deze 18 uur per maand heeft eiseres het werknemerschap verloren. De WW-uitkering wordt vanaf dat moment blijvend voor 18 uur per maand gekort. De uitkering zelf is volgens het Uwv op correcte wijze berekend. De rechtbank kan dat standpunt volgen. De onduidelijkheid betrof het niet of verkeerd noemen van de tijdsaanduidingen ‘week’ en ‘maand’.

4.3.

De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit met de aanvullende motivering in beroep en de toelichting op de zitting, pas in beroep is voorzien van een toereikende onderbouwing. Het bestreden besluit berust daarmee niet op een deugdelijke motivering als bedoeld in artikel 7:12 van de Awb. De rechtbank zal in de conclusie van deze uitspraak ingaan op de gevolgen van dit gebrek.

Is de aftrek aan fictieve inkomsten juist?

5. Met het besluit van 16 juli 2024 heeft het UWV vastgesteld dat eiseres, na haar startperiode, in de maand juni 2024 18 uur als zelfstandige heeft gewerkt. Dit betekent dat haar WW-uitkering omlaag gaat. Er wordt een bedrag aan fictief inkomen blijvend op de WW-uitkering in mindering gebracht. Eiseres heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt en daarmee is dit besluit onherroepelijk geworden.

5.1.

Eiseres heeft aangevoerd dat zij in de maanden januari 2025 en februari 2025 slechts vier uur per maand als zelfstandige heeft gewerkt, in plaats van 18 uur per maand. De uitkering dient daarop aangepast te worden.

5.2.

Uit artikel 8, derde lid, van de WW volgt dat alleen als de werkzaamheden als zelfstandige volledig worden beëindigd, het recht op uitkering over deze uren kan herleven. Dit betekent dat een gedeeltelijke herkrijging van het werknemerschap niet mogelijk is. Deze bepaling kan, zoals ook hier het geval is, nadelig uitvallen wanneer een werkloze in wisselende omvang werkzaamheden als zelfstandige verricht.

5.3.

Omdat het om een dwingendrechtelijke bepaling gaat, is er voor het UWV geen ruimte om in voorkomende gevallen aan ongewenste nadelen die aan de toepassing van deze bepaling kleven tegemoet te komen.

Conclusie en gevolgen

6. Het bestreden besluit is, zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, gelet op de aanvullende motivering in beroep en de toelichting op de zitting, pas in beroep voorzien van een toereikende onderbouwing. Dit besluit is dan ook in zoverre in strijd met artikel 7:12 van de Awb.

6.1.

Het beroep is gegrond omdat aan het bestreden besluit een gebrek kleeft. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Maar de rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.

6.2.

Omdat het beroep gegrond is moet het Uwv het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Eiseres heeft in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.534,-.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 23 april 2025;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;

- bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt het Uwv tot betaling van € 2.534,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. de Snoo, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.