Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 24 juni 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:4000Zaaknummer UTR 26/5801

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
UTR 26/5801
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vovo, bz, rtr wijst af ivm geen formele connexiteit omdat al is beslist op het brp.

de uitspraak te ondertekenen

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats] , eiser
  2. Inleiding
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/5801

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

(gemachtigde: S.E. Silbermann).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende het beroep dat eiser heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van 27 maart 2026.Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

3. Op grond van de artikelen 8:81 en 8:85, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb kan op een voorlopige voorziening alleen inhoudelijk worden beslist zolang het beroep aanhangig is. Aan deze eis van formele connexiteit wordt niet meer voldaan nu met de uitspraak van 23 juni 2026 op het beroep (UTR 26/2888) van eiser is beslist. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. van Manen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026.

de griffier is niet in de gelegenheid

de uitspraak te ondertekenen

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.