Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 23 januari 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:1149Zaaknummer UTR 25/6777

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
UTR 25/6777
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een brief van de gemeentesecretaris over de wijze waarop hij kan communiceren met de gemeente. Dit is geen besluit, omdat de brief niet is gericht op rechtsgevolg. Het bezwaar heeft daarom geen redelijke kans van slagen en het verzoek om voorlopige voorziening wordt om die reden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/6777

uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

en

de gemeentesecretaris van de gemeente Almere, de gemeentesecretaris

(gemachtigde: mr. A. van Rossem).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen een brief van de gemeentesecretaris van 15 oktober 2025. In deze brief heeft de gemeentesecretaris aan verzoeker een ordemaatregel opgelegd die inhoudt dat verzoeker alleen nog met de gemeente mag communiceren via een door hem gemachtigde persoon dan wel door de aan hem toegewezen bewindvoerder/mentor.

Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

  • Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een brief van de gemeentesecretaris van de gemeente Almere over de wijze waarop verzoeker kan communiceren met de gemeente. De vraag is of deze brief een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb.
  • Een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
  • De voorzieningenrechter is van oordeel dat de brief geen besluit is, omdat deze niet is gericht op een (publiekrechtelijk) rechtsgevolg. Met de brief is niet beoogd verandering te brengen in een bevoegdheid, recht, verplichting of status van verzoeker. De in de brief opgelegde beperkingen zijn genomen om vanuit goed werkgeverschap zorg te dragen voor een veilige werkomgeving voor de medewerkers van de gemeente. Het gaat om een mededeling van feitelijke aard over de communicatie tussen verzoeker en de gemeente. In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om anders te oordelen.
  • Omdat de brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb, staat daartegen geen bezwaar en beroep open. Dit betekent dat het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt om die reden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.