Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 12 mei 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:4720Zaaknummer 23/2356

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12 mei 2025
Publicatiedatum
10 september 2025
Zaaknummer
23/2356
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening. Afwijzing verzoek wegens ontbreken spoedeisend belang.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

Zaaknummer: UTR 25/2356

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 mei 2025 in de zaak tussen

1. [verzoeker 1] uit [plaats]

2. [verzoeker 2] uit [plaats]3. [verzoeker 3] uit [plaats]4. [verzoeker 4] uit [plaats]5. [verzoeker 5] uit [plaats]

6. [verzoeker 6] uit [plaats]7. [verzoeker 7] uit [plaats]8. [verzoeker 8] uit [plaats]

9. [verzoeker 9] uit [plaats] 10. [verzoeker 10] uit [plaats]

11. [verzoeker 11] uit [plaats]12. [verzoeker 12] uit [plaats]13. [verzoeker 13] uit [plaats]14. [verzoeker 14] uit [plaats]15. [verzoeker 15] uit [plaats]16. [verzoeker 16] uit [plaats]17. [verzoeker 17] uit [plaats]18. [verzoeker 18] uit [plaats]19. [verzoeker 19] uit [plaats]20. [verzoeker 20] uit [plaats]21. [verzoeker 21] uit [plaats]22. [verzoeker 22] uit [plaats]23. [verzoeker 23] uit [plaats]

24. [verzoeker 24] uit [plaats]25. [verzoeker 25] uit [plaats]26. [verzoeker 26] uit [plaats], verzoekers, (namens verzoekers zijn gemachtigd: [verzoeker 1], [verzoeker 3], [verzoeker 2])

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder.

Als derde-partij neemt aan de zaak deel:

Iona Stichting, vergunninghoudster.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen de beslissing op bezwaar van 24 februari 2025. Met dat besluit is de verleende omgevingsvergunning van 5 september 2024 voor renovatie en aanpassing van de woning op het perceel [adres] in [plaats] (de woning) ten behoeve van kamerbewoning met een aanvullende motivering in stand gelaten.

2. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Verzoekers willen met hun verzoek voorkomen dat de woning wordt gerenoveerd en aangepast ten behoeve van kamerverhuur, omdat ‘kamerverhuur’ volgens verzoekers expliciet verboden is in het omgevingsplan ‘buitengebied Overberg, Maarn, Maarsbergen, Amerongen’. Daarnaast zou de vergunning zorgen voor precedentwerking. Ook zijn verzoekers bang voor parkeerproblemen. Verder is het voor verzoekers onduidelijk of er is voldaan aan de regels inzake de flora en fauna.

4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als ‘onverwijlde spoed’ dat vereist.

5. Vergunninghoudster heeft laten weten dat zij niet verwacht voor november 2025 met de werkzaamheden te kunnen starten. Verzoekers hebben hierin geen aanleiding gezien om het verzoek in te trekken. Zij hebben hierover uitgelegd dat gelet op wat in het verleden is gebeurd zij geen vertrouwen hebben in de naleving van gemaakte afspraken door vergunninghoudster. Daarnaast willen zij dat er gestopt wordt met het oneigenlijk gebruik van privéterreinen en willen zij voorkomen dat er een onomkeerbare verbouwing plaatsvindt van woning naar kamerverhuuractiviteit.

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers op dit moment geen spoedeisend belang hebben bij de beoordeling van het verzoek. Vergunninghoudster heeft namelijk aangegeven dat zij niet verwacht voor november met de werkzaamheden te kunnen starten. Er is nu dus geen sprake van onverwijlde spoed waardoor een voorziening getroffen moet worden. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekers opnieuw een verzoek om voorlopige voorziening kunnen indienen als vergunninghoudster toch eerder begint met het realiseren van renovatie en aanpassing van de woning ten behoeve van kamerverhuur.

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.