Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 9 mei 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:2396Zaaknummer C/16/591515 / JE RK 25-542

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
9 mei 2025
Publicatiedatum
10 juni 2025
Zaaknummer
C/16/591515 / JE RK 25-542
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opheffing van de ondertoezichtstelling. De kinderen groeien bij de moeder op in een stabiele en veilige opvoedomgeving. De moeder slikt medicatie voor haar ziekte, ze is onder behandeling en zij weet de signalen voor een mogelijke ontregeling te herkennen. De moeder is hierdoor beschikbaar voor de kinderen en ze weet wat belangrijk is voor de ontwikkeling van de kinderen. Er zijn bovendien geen zorgen over de hechtingsrelatie van de moeder met de kinderen na de opname. Daarnaast werkt de moeder mee aan de betrokken hulpverlening en vindt zij dit ook prettig. De kinderrechter heeft er hierdoor vertrouwen in dat de moeder de hulpverlening ook in het vrijwillig kader zal voortzetten.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

heft de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op met ingang van 9 mei 2025;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2025 door mr. M.A.A.T. Engbers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.C.M. Joosten als griffier, en op schrift gesteld op 20 mei 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/591515 / JE RK 25-542

Datum uitspraak: 9 mei 2025

Beschikking van de kinderrechter over een opheffing ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 1],

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats].

Voor het inwinnen van advies is in de procedure betrokken:

de Raad voor de Kinderbescherming,

Midden-Nederland, Utrecht,

hierna te noemen de Raad.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 april 2025.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 mei 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- mevrouw [A], vertegenwoordiger van de Raad;

- [B] en de heer [C], vertegenwoordigers van de GI.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 augustus 2024 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 22 augustus 2025.

3 Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op te heffen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

De moeder is het eens met het verzoek.

5 De beoordeling

De beslissing

5.1.

De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] opheffen met ingang van 9 mei 2025. Zij legt haar beslissing hierna uit.

Het juridisch kader

5.2.

Op grond van artikel 1:261 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de ondertoezichtstelling opheffen indien de gronden voor de ondertoezichtstelling van artikel 1:255 lid 1 BW niet langer zijn vervuld. Er moet dan sprake zijn van een situatie waarin de minderjarige niet langer ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd of waarin de ouders die het gezag uitoefenen de hulpverlening die noodzakelijk is om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen voldoende accepteren.

De toelichting

5.3.

De kinderrechter is van oordeel dat de gronden voor de ondertoezichtstelling niet meer aanwezig zijn. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden niet meer in hun ontwikkeling bedreigd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien bij de moeder op in een stabiele en veilige opvoedomgeving. De moeder heeft een bipolaire stoornis. Zij is hiervoor onder behandeling en zij gebruikt de voorgeschreven medicatie. Het gaat sinds haar ontslag uit het psychiatrisch ziekenhuis goed met haar. Daarnaast weet de moeder wat de signalen zijn voor een mogelijke ontregeling, zodat zij op tijd alarm kan slaan. De kinderen wonen nu alweer enige tijd bij de moeder. Het gaat hier goed met hen. Er zijn geen zorgen over de hechtingsrelatie van de kinderen met de moeder sinds de opname. Daarnaast is de moeder in staat om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de verzorging en opvoeding te bieden die zij nodig hebben. Zij is beschikbaar voor hen en zij weet wat belangrijk is voor de ontwikkeling van de kinderen. De school van [minderjarige 1] heeft bovendien geen zorgen meer geuit over [minderjarige 1].

5.4.

Daar komt bij dat de hulpverlening in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. De [instelling] is nog betrokken bij het gezin. De medewerkers van die instantie helpen de moeder met het regelen van praktische zaken en zij gaan starten met gesprekken met de kinderen. De moeder is goed in contact met de [instelling], zij werkt mee aan de ondersteuning van de [instelling] en zij vindt dit ook prettig. De kinderrechter heeft er dan ook vertrouwen in dat de moeder zo door zal gaan in het vrijwillig kader, totdat de [instelling] dit niet meer nodig acht. De kinderrechter ziet daarom geen reden meer voor hulpverlening in het gedwongen kader.

Uitvoerbaar bij voorraad

5.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

heft de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op met ingang van 9 mei 2025;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2025 door mr. M.A.A.T. Engbers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.C.M. Joosten als griffier, en op schrift gesteld op 20 mei 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.