Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 1 april 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:1757Zaaknummer UTR 25/950

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
1 april 2025
Publicatiedatum
30 april 2025
Zaaknummer
UTR 25/950
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening is buiten zitting kennelijk niet-ontvankelijk in verband met ontbreken connexiteit. De rechtbank heeft op inmiddels uitspraak gedaan op het beroep van verzoekers.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/950

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 april 2025 in de zaak tussen

1. [verzoeker sub 1],

2. [verzoeker sub 2],

beiden uit [plaats 1],

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere (het college), verweerder

(gemachtigden: mr. J.J. Molenaar en mr. J.P.H. de Bruijn).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghouder] B.V. uit [plaats 2] (vergunninghouder)

(gemachtigde: P. Kok).

Inleiding

1. Het college heeft met het besluit van 20 december 2024 aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van twee woongebouwen met in totaal 72 woningen aan de [straat] in [plaats 1].

2. Verzoekers hebben daartegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek zal de voorzieningenrechter beoordelen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen als het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Na kennis te hebben genomen van de stukken, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken. De voorzieningenrechter doet dus uitspraak zonder zitting.

4. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van 20 december 2024 niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt. In dat geval kan iemand geen verzoek om voorlopige voorziening doen.[_b2a14f37-acb3-40fe-aa10-5c7f6f85be22] Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.