Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 31 oktober 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:6121Zaaknummer 16-097236-23
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2024
- Publicatiedatum
- 5 november 2024
- Zaaknummer
- 16-097236-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek aan raadkamer tot opheffing voorlopige hechtenis na sepotbeslissing. Verzoek niet ontvankelijk. Op grond van artikel 70, eerste lid WvSv is, met de kennisgeving van de sepotbeslissing het bevel tot voorlopige hechtenis reeds van rechtswege geëindigd
De rechtbank:
verklaart het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 31 oktober 2024 door:
mr. E.H.M. Druijf, voorzitter,
mr. L.E. Verschoor-Bergsma en L. M. Rödel, rechters,
in tegenwoordigheid van K.N. Landman, griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
parketnummer: 16-097236-23
beslissing opheffing voorlopige hechtenis van de raadkamer d.d. 31 oktober 2024
(artikel 69 Wetboek van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [1997] te [geboorteplaats],
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres], [woonplaats].
Raadsvrouw mr. R.J. Jager.
Procedure
Op 30 oktober 2024 is op de griffie van deze rechtbank een verzoekschrift van de verdachte ingekomen dat strekt tot opheffing van de voorlopige hechtenis.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier. Met instemming van de officier van justitie, de verdachte en zijn raadsvrouw is de zaak schriftelijk afgedaan.
Beoordeling
Bij brief van 25 oktober 2024 heeft de officier van justitie verdachte ervan in kennis gesteld dat de strafzaak jegens hem wordt geseponeerd vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Met de kennisgeving van de sepotbeslissing is het bevel tot voorlopige hechtenis reeds van rechtswege, namelijk op grond van artikel 70, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering geëindigd. De rechtbank zal daarom het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 31 oktober 2024 door:
mr. E.H.M. Druijf, voorzitter,
mr. L.E. Verschoor-Bergsma en L. M. Rödel, rechters,
in tegenwoordigheid van K.N. Landman, griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.