Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 31 mei 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:4359Zaaknummer UTR 24/3413

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31 mei 2024
Publicatiedatum
20 augustus 2024
Zaaknummer
UTR 24/3413
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Tilburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening over uitbetaling vermeend verbeurde dwangsom. De voorzieningenrechter is onbevoegd. Verzoekster moet zich tot de civiele rechter wenden.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2024.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , uit [plaats] (Marokko), verzoekster
  2. Belastingdienst/Toeslagen.
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/3413

uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 mei 2024 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] (Marokko), verzoekster

en

Belastingdienst/Toeslagen.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster.

Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is om op het verzoek te beslissen doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

  • Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter om te bepalen dat Belastingdienst/Toeslagen aan haar € 15.000 moet betalen wegens verbeurde dwangsommen. Zij meent dat Belastingdienst/Toeslagen deze dwangsommen heeft verbeurd naar aanleiding van de uitspraak van deze rechtbank van 17 augustus 2023 (UTR 23/504) en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 april 2024 (202305947/1/A2).
  • De voorzieningenrechter overweegt hierover dat zij geen mogelijkheden heeft om Belastingdienst/Toeslagen te verplichten tot uitbetaling van een (vermeend) verbeurde dwangsommen. Het uitbetalen van een dwangsom is namelijk een feitelijke handeling en niet een besluit in de zin van de Awb. Als Belastingdienst/Toeslagen dwangsommen niet betaalt waarop verzoekster meent aanspraak te hebben, zal verzoekster zich moeten wenden tot de civiele rechter.

Conclusie en gevolgen

3. Daarom is de voorzieningenrechter kennelijk niet bevoegd om te beslissen op het verzoek om voorlopige voorziening. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2024.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.