Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 18 januari 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:170Zaaknummer UTR 23/201

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18 januari 2024
Publicatiedatum
6 februari 2024
Zaaknummer
UTR 23/201
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WOZ compromis over de hoogte van de WOZ-waarde, beroep ingetrokken. Proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 373,75 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.S.D. de Weerd, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Digitaal verzet instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/201

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2024 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. J.W. Vugts),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente], verweerder

(gemachtigde: mr. M.F.M. Boerlage).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding.

2. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen verweerders uitspraak op bezwaar van

6 december 2022 over de waarde van de woning aan de [adres] in [plaats] op grond van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ) voor het belastingjaar 2022. De WOZ-waarde was door verweerder op € 1.152.000,- gesteld. Tijdens de procedure hebben partijen een compromis bereikt over de WOZ-waarde, die wordt verlaagd naar € 1.035.000,-. Partijen zijn het niet eens geworden over de hoogte van de proceskosten die verweerder aan verzoeker moet vergoeden.

3. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld om te reageren op dit verzoek. Verweerder heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

4. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenvergoeding.[_7051af9a-53b4-4e20-8d2c-1d6975960bc9]

Overwegingen

5. Als het beroep is ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de proceskosten van verzoeker moet betalen. Verweerder is namelijk door de verlaging van de WOZ-waarde tegemoet gekomen aan verzoeker.

7. Op 1 januari 2024 is artikel 30a van de Wet WOZ in werking getreden. Op grond van het eerste en tweede lid worden de te vergoeden proceskosten vermenigvuldigd met de daar bepaalde factor. Op grond van het overgangsrecht blijft deze wettelijke vermenigvuldigingsfactor echter buiten toepassing, omdat de aanslag en de uitspraak op bezwaar van voor 1 januari 2024 dateren.[_9c386e84-a598-43a1-ad44-cde06c5a6a40] De rechtbank bepaalt de wegingsfactor voor de proceskosten overeenkomstig haar uitgangspunten.[_e9287edc-0ccb-489f-a2fd-d8ca5b348ea6]

8. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op

€ 373,75. Het gaat voor de bezwaarfase om 1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting met een waarde per punt van € 310,-. Voor de beroepsfase gaat het om 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,-. Onder verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank van

4 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4481 hanteert de rechtbank een wegingsfactor van 0,25, omdat het geschil alleen nog gaat om de proceskosten van een reguliere WOZ-zaak.

9. Verweerder moet ook het griffierecht van € 50,- aan verzoeker betalen.[_9db56f2c-4e0f-4274-b6c4-e1b6eaa68cfb] Verzoeker zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

10. De rechtbank wijst verweerder erop dat hij op grond van deze uitspraak de te vergoeden bedragen voor proceskosten en griffierecht uitsluitend mag uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van verzoeker. Dat volgt uit artikel 30a, vierde lid, van de Wet WOZ, waarvoor geen overgangsrecht geldt.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 373,75 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.S.D. de Weerd, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Digitaal verzet instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.