Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 18 augustus 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:4726Zaaknummer UTR 23/2110
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2023
- Publicatiedatum
- 5 oktober 2023
- Zaaknummer
- UTR 23/2110
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Er loopt geen beroepsprocedure dus er is geen sprake van connexiteit bij het verzoek om voorlopige voorziening. De voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2023.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2110
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 augustus 2023 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. F.S. Jansen),
en
de burgemeester van de gemeente Utrecht, burgemeester
(gemachtigde: J. Aznag).
Procesverloop
In het besluit van 20 januari 2023 (primaire besluit) heeft de burgemeester besloten de woning aan de [adres] te [woonplaats] (de woning) voor de duur van dertig dagen te sluiten.
Verzoekster heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij beslissing van 21 juni 2023 (bestreden besluit) heeft de burgemeester op het bezwaar beslist.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het primaire besluit en het bestreden besluit. De voorzieningenrechter constateert dat tegen dat laatste besluit geen beroepsprocedure loopt. Verzoekster is schriftelijk op gewezen, maar dit heeft er niet toe geleid dat zij alsnog beroep heeft ingesteld. Alleen als er ook een beroepsprocedure loopt, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen. Omdat dat niet het geval is, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2023.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.