Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 11 augustus 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:4723Zaaknummer UTR 22/3390
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 11 augustus 2023
- Publicatiedatum
- 5 oktober 2023
- Zaaknummer
- UTR 22/3390
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Aangezien sprake was van onmiddellijk in- en uitstappen is het besluit niet gehandhaafd. Het beroep is daarom gegrond.
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- herroept de naheffingsaanslag;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
1. Op de zitting heeft gemachtigde van eiser verklaard dat zij op 25 mei 2022 stilstond aan de Goedestraat in Utrecht om haar zoon te laten instappen.
2. De heffingsambtenaar heeft op grond van deze verklaring geconcludeerd dat sprake was van onmiddellijk instappen van een persoon en dat er daarom geen sprake was van parkeren in de zin van artikel 225 van de Gemeentewet. De heffingsambtenaar heeft daarom het besluit niet gehandhaafd. De heffingsambtenaar zal ervoor zorgen dat de betaalde naheffingsaanslag wordt terugbetaald aan eiser.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond omdat de heffingsambtenaar het besluit niet handhaaft.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2023 door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/3390
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
11 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: F.L. Harthoorn),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. W.G. Vos).
Inleiding
Eiser is de eigenaar van de auto met het kenteken [kenteken]. Op 25 april 2022 om 13:55 uur stond die auto geparkeerd aan de Goedestraat in Utrecht. Een controleur van de gemeente Utrecht in een scanauto heeft geregistreerd dat er geen parkeerbelasting was betaald.
De heffingsambtenaar heeft aan eiser op 10 mei 2022 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd. Het totaalbedrag van de aanslag inclusief naheffingskosten is
€ 71,03. In de uitspraak op bezwaar van 13 juni 2022 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser is in beroep gegaan tegen die uitspraak op bezwaar.
De rechtbank heeft het beroep op 11 augustus 2023 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- herroept de naheffingsaanslag;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
1. Op de zitting heeft gemachtigde van eiser verklaard dat zij op 25 mei 2022 stilstond aan de Goedestraat in Utrecht om haar zoon te laten instappen.
2. De heffingsambtenaar heeft op grond van deze verklaring geconcludeerd dat sprake was van onmiddellijk instappen van een persoon en dat er daarom geen sprake was van parkeren in de zin van artikel 225 van de Gemeentewet. De heffingsambtenaar heeft daarom het besluit niet gehandhaafd. De heffingsambtenaar zal ervoor zorgen dat de betaalde naheffingsaanslag wordt terugbetaald aan eiser.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond omdat de heffingsambtenaar het besluit niet handhaaft.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2023 door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.