Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 11 augustus 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:4207Zaaknummer UTR 23/3421
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 11 augustus 2023
- Publicatiedatum
- 31 augustus 2023
- Zaaknummer
- UTR 23/3421
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening; elektrische laadpaal; afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M.. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2023.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3421
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 augustus 2023 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats] , verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen een verkeersbesluit van 12 juli 2023. Dit besluit gaat over de vaststelling van twee parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen door plaatsing van een verkeersbord en een elektrische laadpaal. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang hier ontbreekt. Hij legt dat als volgt uit.
3. Plaatsing van een laadpaal heeft geen onomkeerbare gevolgen. Mocht in de beroepsprocedure blijken dat de twee parkeerplaatsen ten onrechte zijn aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen, dan kan de laadpaal ter plaatse van [adres] worden verwijderd. Ook anderszins is niet gebleken van omstandigheden die zodanig zwaarwegend zijn dat de voorzieningenrechter nu moet ingrijpen.
Conclusie en gevolgen
4. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. De zaak zal verder aan de orde komen in de beroepsprocedure. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M.. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2023.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.