Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 25 oktober 2022

ECLI:NL:RBMNE:2022:4444Zaaknummer UTR 22/1126

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25 oktober 2022
Publicatiedatum
3 februari 2023
Zaaknummer
UTR 22/1126
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

naheffing parkeerbelasting, geen sprake van laden en lossen, beroep ongegrond.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2022 door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Als u het niet eens bent met dit proces-verbaal kunt u binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
  2. Zitting
  3. Beslissing
  4. Inleiding
  5. Beoordeling door de rechtbank
  6. Conclusie en gevolgen
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/1126

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 oktober 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (verweerder)

(gemachtigde: mr. B. Boersma).

Zitting

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 11 januari 2022 op 25 oktober 2022 door middel van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser was niet aanwezig. De rechtbank heeft eiser meerdere keren gevraagd om zijn contactgegevens op te sturen. Eiser heeft hier niet op gereageerd. Daarom gaat de rechtbank er vanuit dat eiser niet aanwezig wil zijn bij de zitting.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van 6 juli 2021.

2. Met het bestreden besluit van 11 januari 2022 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.

3. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt of eiser de naheffingsaanslag moet betalen. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

5. Op 23 juni 2021 om 17:23 uur heeft een scanauto vastgesteld dat een auto met het kenteken [kenteken] geparkeerd stond aan het [park] in [woonplaats]. Omdat er voor het parkeren geen parkeerbelasting is betaald, heeft verweerder hem een naheffingsaanslag opgelegd van € 65,30.

6. Eiser voert aan dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat er geen sprake was van parkeren. Eiser was namelijk vier zware dozen aan het lossen. Het lossen begon op 23 juni 2021 om 17:20 uur en duurde 8 minuten. In die tussentijd zijn eiser en zijn huisgenoot 2 keer heen en weer gelopen. Tijdens het lossen had eiser zijn parkeerlichten aan.

7. Deze beroepsgrond slaagt niet. De hoofdregel is dat degene die zijn auto parkeert op een betaald parkeren plaats, parkeerbelasting is verschuldigd. Het onmiddellijk laden en lossen van zaken vormt hierop een uitzondering. Dit volgt uit artikel 225, tweede lid, van de Gemeentewet. De rechtbank stelt vast dat die uitzondering hier niet van toepassing is. De bewijslast rust op eiser om aannemelijk te maken dat sprake is van lossen. Eiser heeft hier niet aan voldaan. Ook op de overgelegde foto’s van de scanauto is niet te zien dat eiser bezig was met het lossen van dozen. Als de rechtbank het tijdspad dat eiser heeft geschetst zou volgen, dan zou eiser bijna 20 minuten op de parkeerplek hebben gestaan en niet maar 8 minuten. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder dus terecht over gegaan tot het naheffen van de verschuldigde parkeerbelasting.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2022 door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Als u het niet eens bent met dit proces-verbaal kunt u binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.